‘Het is zoals Amerika vindt dat het is’

Als minister vroeg Ben Bot zich hardop af of de invasie van Irak wel verstandig was. Premier Balkenende dwong hem de uitspraak terug te nemen. „Het was vernederend.”

Het regent een beetje op het Lange Voorhout. In zijn werkkamer, op de bovenste verdieping van een statig pand, kijkt Bernard Bot uit over de rustige Haagse laan. Een mooie locatie, erkent de oud-minister van Buitenlandse Zaken (2003-2007). Maar dan wijst hij op een grote stapel betonnen buizen tussen de herfstbladeren op de grond. De zaak gaat op de schop. En daarna wordt het Lange Voorhout autoluw en verdwijnen er heel wat parkeerplaatsen. „Vervelend voor onze klanten.”

Klanten – Bot (70) lijkt al aan het woord gewend. Na een glanzende carrière als diplomaat, waarvan de laatste tien jaar als permanent vertegenwoordiger (ambassadeur) bij de Europese Unie, maakte hij in 2003 ook al eens de overstap naar het bedrijfsleven. De workaholic Bot had geen zin om na zijn pensionering thuis te zitten en werd lobbyist in Brussel. Daar werd in diplomatieke kring hier en daar wel een wenkbrauw over opgetrokken. Paste het een diplomaat met zo’n staat van dienst wel om zich in het zakenleven te begeven?

„Ik vond het zelf ook wel een beetje gek”, zegt Bot met een ontwapenend lachje. En dan weer ernstig: „Maar mijn vrouw was net overleden, ik was mijn baan kwijt, en daarmee ook mijn huis. Je staat ineens in je eentje in de wereld. Dan denk je: ja, wat moet ik nu eigenlijk? En toen kwam deze mogelijkheid. Dan ben ik van de straat, dacht ik. Het is misschien wel een beetje beneden m’n waardigheid, maar aan de andere kant: het is toch ook niet erg? Waarom zou je niet voor het bedrijfsleven je kennis benutten?

„En ik heb er erg veel van geleerd. Vooral hoe moeilijk het is om je brood te verdienen in een competitieve omgeving. Opeens zag ik hoe hard er geknokt moet worden om orders binnen te halen. Heel gezond om die andere kant eens te zien.”

Maar al na een half jaar werd Bot gevraagd minister van Buitenlandse Zaken te worden in het kabinet-Balkenende II. Jaap de Hoop Scheffer zou die post verlaten om secretaris-generaal van de NAVO te worden. In 2004 zou Nederland het roulerend voorzitterschap van de Europese Unie bekleden, en wie kon dat beter in goede banen leiden dan Bot, die gepokt en gemazeld was in de praktijk van de Europese politiek?

De diplomaat moest opeens politicus worden. Het werd een bewogen ministerschap – met het Nederlandse ‘nee’ tegen de Europese grondwet, een bekoeling van de relatie met bondgenoot Amerika, militaire missies naar Irak en Afghanistan en een botsing met zijn eigen CDA over uitbreiding van de Europese Unie met Bulgarije en Roemenië. En niet te vergeten: het steeds weer terugkerende debat over de oorlog in Irak, waarover Bot niet mocht zeggen dat het een vergissing was.

Omdat een tweede termijn als minister er tot zijn spijt niet in zat, is Bot nu weer lobbyist, deze keer in Den Haag bij Meines&Partners. Hij mist de politiek, erkent hij ruiterlijk. Maar hij kan nu weer zeggen wat hij wil. En dat doet hij, drie uur lang, tot de schemer is gevallen over het Lange Voorhout.

Vernederend was het, zegt Bot, dat hij in 2005 gedwongen werd zijn opmerking terug te nemen dat „de vraag gesteld kan worden of de invasie van Irak wel verstandig was”.

Eindelijk zei een lid van het kabinet heel voorzichtig waar bijna de hele wereld inmiddels van overtuigd was geraakt. Waarom nam u die uitspraak terug?

„Ik moest wel. Voor ik minister was had het kabinet politieke steun verleend aan de invasie. Men zei: Saddam Hussein heeft de VN-resoluties geschonden en daarmee is de kous af en verder willen we er niet over praten. En dan komt er opeens een minister die zegt: met de kennis van nu hadden we misschien een ander oordeel gehad – waar ik trouwens nog steeds achter sta. Maar met het mes op de keel werd ik gedwongen dat terug te nemen. Mijn ministerschap was het me ook weer niet waard.

„Ik stond paf van de reacties. De premier was gewoon boos. Hij zei: je zal dit moeten redresseren, er zit niks anders op. Ik zei: maar het is toch zo dat je als politicus zo eerlijk moet zijn dat je wil leren van het verleden, en van de vergissingen die je hebt gemaakt? Anders komen we nooit verder. Maar er was maar één grammofoonplaat die afgespeeld mocht worden en dat heb ik nog veel keren gedaan, ofschoon ik er volstrekt niet in geloofde: er waren resoluties, die Saddam had geschonden, en daarom was er een invasie.”

En wat antwoordde Balkenende toen u zei: maar als politicus moet je toch eerlijk zijn?

„Hij zei dat dat misschien in de studeerkamer allemaal wel waar was, maar dat de PvdA, die toen in de oppositie zat, er helemaal niet op uit was om lessen te trekken of eerlijk te zijn. Hij zei: ‘De PvdA wil maar één ding en dat is: rotzooi maken tegen het kabinet. En dat kan ik niet hebben, met alle economische hervormingsplannen die ik wil doorvoeren.’ En daarin moest ik hem gelijk geven: dat was van groter belang voor Nederland. Bovendien was het meer dan twee jaar na de invasie een beetje een academische kwestie geworden.

„Maar volgens een opiniepeiling was 80 procent van de Nederlanders het met me eens. Ik kreeg allerlei telefoontjes en sms’jes van mensen die zeiden: bravo! Alleen, daar schiet je als politicus niets mee op.”

Als Balkenende had gezegd: met de wijsheid van nu kun je inderdaad de vraag stellen of het een verstandig besluit was, dan was er toch niets aan de hand geweest?

„We hebben besproken wat daarvan de gevolgen zouden zijn. Dan was er onmiddellijk om een parlementaire enquête geroepen. En de premier zei: ‘Een parlementaire enquête betekent twee jaar onrust en heibel, en dat overschaduwt al het andere.’ Daar sprak de pragmatische politicus. En omdat ik me daar uiteindelijk wel in kon vinden, was ik bereid die voor mij heel moeilijke kniebuiging te maken, die tegen mijn overtuiging in ging. Het was vernederend, heel onplezierig.”

Is uw beeld van Amerika de afgelopen jaren veranderd, door de Irak-oorlog, door Guantánamo Bay?

„Ik ben altijd een atlanticus geweest. Ik heb in Amerika gestudeerd, mijn vrouw was Amerikaanse, ik heb altijd heel nauwe banden met het land gehad. En ik maak altijd een fundamenteel onderscheid tussen Amerika en de Amerikaanse regering. Mijn beeld van Amerika is niet veel veranderd, omdat ik weet dat een grote meerderheid van de Amerikanen het niet eens is met de regering-Bush. Over die regering, waarvan ik het beleid op een aantal punten afkeur, is mijn mening wél veranderd.”

Toen uitkwam dat de VS, ondanks eerdere ontkenningen, toch geheime CIA-gevangenissen voor terreurverdachten in Europa hadden, zei u dat dit „een deuk in de vertrouwensrelatie” met Washington had veroorzaakt. Dat is nogal wat.

„Absoluut, ja. Dan denk je: wat moet ik dan nog wél geloven in die hele zaak? En wat moet ik nog geloven van Guantánamo? Hebben ze misschien op dit moment elders nog geheime detentiekampen? Is het wel waar wat al die afgezanten hier komen vertellen, dat ze zich wel gedragen naar de geest van de Conventies van Genève – terwijl we weten dat ze aan het waterboarden zijn en allerlei andere verschrikkelijke dingen doen?

„En dat is dan onze belangrijkste bondgenoot, met wie wij in Afghanistan nog steeds trachten om wederopbouw en vrede te brengen. Het is niet langer een bondgenoot met wie je graag geassocieerd wilt worden. En dat is jammer, want Europa en Amerika moeten elkaar in deze wereld vasthouden.

„Onder een nieuwe regering moet Amerika straks heel wat ombuigen en verklaren. Maar een groot land wordt veel sneller vergeven dan een klein land. Iedereen heeft Amerika nodig. Het is nog steeds de megapower. Of je ze nu leuk vindt of niet, met een land waarvan we zo afhankelijk zijn moet je vriendelijk blijven omgaan.”

Om zijn woorden te illustreren pakt Bot er een foto bij, waarop hij naast Condoleezza Rice zit in haar suite in het State Department in Washington. „Dit was toen ik er voor de laatste keer op bezoek was. Toen heeft ze me ook uitgenodigd een weekendje mee te gaan naar Alabama – dat is er niet van gekomen, maar we konden het heel goed met elkaar vinden.”

Maar werd die relatie niet belast doordat diezelfde Rice u steeds had verzekerd dat er geen CIA-kampen in Europa waren – terwijl de president later erkende dat die er wel degelijk waren geweest?

„Ik denk dat Rice te goeder trouw was en daar ook niet van op de hoogte was.”

U denkt dat zij het ook uit The Washington Post moest vernemen?

„Dat gevoel had ik een beetje.”

En daardoor kunt u het haar vergeven?

„Nee, het is geen kwestie van vergeven – fout is fout. Dit mag gewoon niet voorkomen. De Amerikanen hebben gezegd dat ze het niet meer zullen doen. Ik wil niet zeggen dat je alles moet geloven, je moet het in de gaten blijven houden en aan de bel trekken als je denkt dat er weer iets fout zit. Maar je praat wel met Amerika.

„Overigens is Bush een buitengewoon charmante man. De laatste keer in New York ... op een gegeven moment ben je al gevleid als hij je herkent ... hey, that is the minister of The Netherlands, how’s Jan Peter? En dan maakt hij wat grappen en ga je samen op de foto, die je keurig thuis gestuurd krijgt.”

Dus je wordt ingepakt?

„Natuurlijk word je ingepakt. Dat kunnen ze wel. De eerste keer dat ik Clinton zag was in een heel klein gezelschap. Hij kwam naar me toe en zei How are you doing? Dus ik vertelde over mijn banden met de Verenigde Staten. Meteen een arm om mijn schouder: I’m Yale, en ik zei: I’m Harvard. Ik kreeg een big hug. Ik zei: Mr. president, if you’d ask me to vote for you today, I would do so without even thinking! Bush heeft ook zo’n uitstraling hoor, en hij is ook helemaal geen domme man.”

Maar zal zijn presidentschap niet als een debacle de geschiedenis in gaan?

„Ja, dat denk ik wel.

Nederlandse politici die in Washington op bezoek gaan, maken als ze de Oval Office binnenkomen vaak een wat serviele indruk.

„Ja, maar mogen we even Nederland naast Amerika leggen? Als je in Washington komt is duidelijk: hier zit de macht. Jullie profiteren van die macht, wij hebben jullie twee keer bevrijd, we zouden bereid zijn dat een derde keer te doen, als er ergens rotzooi is gaan in laatste instantie Amerikaanse jongens eraan, en dat zullen we blijven doen – en daar hoort een zekere ... serviliteit is te veel gezegd, maar op zijn minst begrip bij, en een beetje meevoelen met wat zij vinden. En wat zij vinden, zó is het.

„Washington ademt de Romeinse superioriteit en grandeur. En als je daar een week hebt rondgelopen, en je hebt gesproken met al die senatoren en Congresleden en think tanks en het Pentagon en Condoleezza Rice, nou, dan ben je toch wel weer even geïndoctrineerd hoor!”

Was u verrast dat de Amerikaanse inlichtingendiensten deze week zeiden dat Iran zijn kernwapenprogramma in 2003 heeft stopgezet?

„Ik zie het als een positieve ontwikkeling. Ik had al het gevoel dat we niet genoeg wisten om Iran te kunnen verwijten dat ze bezig waren om een bom te maken.

„Het is jammer dat de Amerikanen ook in deze kwestie weer meer wisten dan ze lieten blijken. Want als zestien inlichtingendiensten dit nu zeggen, dan moeten ze het toch al geruime tijd hebben geweten. De grote vraag is nu: wat voor conclusies trekken we hieruit, hoe gaan we nu verder met Iran?

„Ik denk dat we eerder moeten aansturen op minder dan op meer sancties tegen Iran. Want de reden voor die sancties was niet hun abominabele mensenrechtenbeleid, of hun vreselijke houding ten opzichte van Israël, maar het idee dat ze werkten aan een kernwapen. Als dat nu niet zo blijkt te zijn, dan moet je ook bereid zijn de sancties af te zwakken.”

Tijdens uw ministerschap heeft Nederland zich, met het referendum over de Grondwet, afgewend van Europa. Had u in uw tijd als ambassadeur in Brussel al in de gaten dat de stemming in Nederland veranderde?

„Ja, de vulkaan is uitgebarsten met het referendum, maar het rommelde al lang. Je hoorde: we willen ons geld terug. En er was onvrede over de uitbreiding – terecht volgens mij, want we hebben veel te snel uitgebreid. In het kabinet is daar enorm over gedebatteerd tussen voor- en tegenstanders. Ook in die geldkwestie hadden we het grootste gelijk van de wereld, waarom zouden wij de grootste bijdrage leveren per hoofd van de bevolking? Alleen is die zaak verkeerd gepresenteerd.

„De uitslag van het referendum kwam als een grote slag, vooral omdat het zo’n overweldigend ‘nee’ was. Het was een echec.”

Wat betekende dat voor de positie van Nederland?

„Je merkte het enorm. In Brussel en in de wereld ben je als klein land veel kwetsbaarder en is je reputatie veel sneller onderuit gehaald dan als groot land. Amerika, Engeland, Frankrijk en Duitsland heeft iedereen altijd nodig, wat ze ook uithalen. Maar een klein land land moet het hebben van z’n reputatie en z’n constructieve bijdrage, en daar moet je voortdurend ongelooflijk je best voor doen. Zeventig procent van onze boterham wordt in het buitenland verdiend, dus daar moet je een solide reputatie hebben.

„We hadden toen in Nederland een serie van problemen, culminerend in dat nee, en toen zag men ons opeens als een land dat zijn kompas kwijt was. Men zei: daar heb je die dwarsliggerige betweters weer – want dan komt alle oude wrok over abortus, euthanasie, wiet roken enzo weer boven. Dan word je opeens afgeschilderd als The Wicked Country in the North – ook omdat andere landen daar belang bij hebben: als jij er wat slechter op staat, dan staan zij er weer wat beter op. Die strijd om aandacht van de kleine landen onderling is echt behoorlijk fel.

„De grootste fout is natuurlijk gemaakt door het parlement, door in te zetten op een referendum waarvan je kon voorzien dat het negatief zou kunnen uitvallen. Dat had niet gehoeven. Want in het parlement was tachtig procent vóór het verdrag.”

Na de afwijzing van de Grondwet zei premier Balkenende: Nederland heeft Europa de ogen geopend. Hoe viel dat bij al die landen die wel voor de Grondwet waren?

„Die vonden dat onzin en dat hebben ze ook niet onder stoelen of banken gestoken. We hebben de wind vaak fors van voren gekregen in de Europese raad van ministers. Dan zei men: je denkt toch niet dat wij ons de les laten lezen door zo’n klein land? Dan zei ik altijd: Frankrijk is ons voorgegaan, je kunt niet alleen Nederland erop aankijken, ook het Verenigd Koninkrijk en Polen kunnen niet leven met dit verdrag.”

Waarom bent u toch akkoord gegaan met de uitbreiding van de EU, als u vindt dat het te snel is gegaan?

„Bij die nieuwe landen zagen we wel erg veel door de vingers, er waren er zeker vier of vijf echt nog niet klaar voor toetreding. Dan denk je: gaat dat het hele bouwwerk niet onderuit halen? Maar de politieke overweging heeft de doorslag gegeven. We hadden een soort ereschuld tegen die Oost-Europese landen in te lossen. Zij hadden die vreselijke Sovjet-bezetting meegemaakt, terwijl wij het al die tijd heerlijk hadden. Bovendien was men bevreesd voor Rusland, en als die nieuwe landen er eenmaal bij waren, had dat iets onomkeerbaars. Maar het is een heel emotionele beslissing geweest.

„Bij Roemenië en Bulgarije heb ik, dwars tegen mijn eigen partij in, mijn zin doorgezet en ingestemd met toetreding van deze twee landen. Dat is mij wel kwalijk genomen.

Heeft dat u uw tweede termijn gekost?

„Dat zal ik nooit weten, haha. Maar ik heb er geen dag spijt van gehad. De uitbreiding hebben we voor elkaar, er is een nieuw grondwettelijk verdrag waarmee we aan de slag kunnen, kortom: we kunnen weer aan het werk met Europa. In Nederland bestaat nog wel argwaan, maar dat kunnen we ons eigenlijk niet veroorloven.”

Waarom zijn Nederlandse bewindslieden in onderhandelingen vaak zo onhandig – zoals minister Van Middelkoop, die zich aan het begin van de zomer al liet ontvallen dat Nederland ertoe neigde om in Uruzgan te blijven?

„Onderhandelen is een vak, en niet iedereen heeft daar ervaring in opgedaan. Vaak speelt ook angst mee: het is toch wel vervelend als we de Amerikanen moeten zeggen dat we het eventueel niet doen, dus laten we maar vast een beetje door de knieën gaan.

„Onderhandelen is ook toneelspelen. Maar veel Nederlandse politici zijn geen toneelspelers, dan krijgen ze wroeging, calvinistische wroeging, en denken ze dat ze niet fatsoenlijk bezig zijn of de zaak oplichten. Je moet een stukje opvoeren, en op dat moment moet je er heilig in geloven. Na afloop mag je er dan best om lachen. Gerrit Zalm was daar erg goed in.”

Bot zegt het met enige weemoed in zijn stem. Maar hij heeft nu een nieuw leven. „Ik mis het spel. Maar afgelopen is afgelopen.”

Hij staat op uit zijn stoel, energiek, kaarsrecht. Vanavond gaat hij, samen met zijn nieuwe partner, naar een ontvangst – we moeten opbreken. ◀