Het is juist goed dat de tentoonstelling is afgeblazen

Hoewel ook ik de ervaring deel jaren in een moslimland te hebben gewoond, kom ik tot een precies tegenovergestelde conclusie als Hedi de Vree in de discussie over het weigeren van de tentoonstelling van Soorah Hera (Opiniepagina, 5 december).

Als het doel van kunst wordt het misbruiken van voor derden belangrijke symbolen en het opzettelijk kwetsen, beledigen en provoceren, dan is dat puur effectbejag en speelt de inhoud van die kunst nauwelijks meer een rol. Dat is het toppunt van decadente holle en goedkope kunst. Juist omdat er geen kunstzinnige inhoud is, bereikt het niet het doel dat sommige kunstenaars en Hedi de Vree zeggen dat het zal doen: de vrijheid bevorderen.

In de jaren dat ik in een islamitische samenleving woonde, kende ik in tegenstelling tot De Vree geen angst voor moslims, hun denken, gewoonten, of hun vermeende gebrek aan tolerantie. Integendeel, ik voelde me veiliger dan in het door kleine criminaliteit en onverschilligheid geteisterde Nederland.

Ook ik ben bang voor de gevolgen van het omarmen van dergelijke kunst en bijvoorbeeld de Wilders-film in het Midden-Oosten, ik zie cartoonrellen voor mij. Vrienden aldaar vragen nu al regelmatig waar Holland op uit is met voortdurende Hollandse blasfemie die via de Arabische zenders komt overwaaien. Dat in Noordwest-Europa geloof nauwelijks nog een rol speelt, wil niet zeggen dat dat ook voor de rest van de wereld moet gelden. We willen met grof geweld onze mening opdringen en daar verzet ik mij tegen. Daarom is het goed dat de tentoonstelling is afgeblazen. Dat het kabinet afstand neemt van Wilders is niet voldoende. Hem moet via de rechter een spreekverbod worden opgelegd. Hij bedreigt mijn veiligheid door zijn provocaties en beperkt daarmee juist mijn vrijheid.