Het gaat om met wie je leert

Anja Vink

In de discussie rond het nieuwe leren wordt voortdurend gesproken over een nieuwe generatie jongeren die anders leert. Ook de alom gepropageerde kennissamenleving zou van zijn werknemers een andere manier van omgaan met kennis en arbeid vragen. De ideale toekomstige kenniswerker is iemand die flexibel is en zich aanpast aan veranderende economische omstandigheden, en hij is altijd en overal bereid weer bij te leren. Aanleiding voor sociologe Isabelle Diepstraten om voor haar proefschrift te onderzoeken hoe het dan zit met dat ‘andere leren’ van jongeren en waar het onderwijs aan moet voldoen om die ideale kenniswerker te kunnen afleveren. Daarvoor nam ze de leercarrières onder de loep van veertien mensen rond de dertig, die met hun leergeschiedenis zo’n ideale nieuwe kenniswerker zijn geworden.

Wat zijn de kenmerken van de ideale kenniswerker?

“Een hoge opleiding is nog steeds van groot belang, maar een hoge mate van zelfcontrole en zelfreflectie worden tegenwoordig vaak hoger aangeslagen dan vakgerichte competenties. Kenniswerkers moeten een brede kennis hebben en vooral goed kunnen samenwerken. Daarnaast moeten ze snel situaties kunnen inschatten en beslissingen nemen.”

En hoe leert die ideale kenniswerker in de praktijk?

“Een overeenkomst tussen die veertien mensen is dat ze hun eigen ontwikkeling belangrijker vinden dan een flitsende carrière en goed betaalde banen. Daarnaast willen ze vooral onafhankelijk zijn. De mensen uit mijn onderzoek hebben het onderwijs gebruikt voor zolang en voor zover ze dat van belang vonden. Ze hebben inderdaad allemaal een havo of vwo-diploma maar sommigen zijn niet verder gekomen dan dat diploma. Er zijn er ook, vooral de vrouwen en degenen die afkomstig zijn uit een lager milieu, die juist lang doorleren en ook iedere keer weer beginnen aan een nieuwe opleiding en cursus voor de verdieping in hun leven en werk.

“Onderling hebben ze verschillende leerstijlen. De een heeft net het hoognodige aan de studie gedaan, terwijl een ander heel serieus heeft geleerd. Maar allemaal geven ze aan dat ze al in het voorgezet onderwijs de mensen – medeleerlingen, maar ook volwassenen – op school zijn tegenkomen die voor hun latere leven heel vormend zijn geweest. Wanneer ze gaan studeren wordt dat nog veel sterker en ‘leren’ ze vooral buiten de studie. Niet dat ze op school en tijdens hun studie niets leren, maar de buitenschoolse activiteiten met andere mensen hebben veel meer invloed op hun verdere leven”.

Dus je klas- en studiegenoten bepalen of je een ideale nieuwe kenniswerker wordt?

“Er is in het onderwijs altijd heel weinig onderzoek gedaan naar de invloed van de klas- en schoolgenoten. Dat hoort meer bij het jeugdsociologische onderzoek en staat los van het onderwijs. Maar die invloed is juist heel groot en vormend voor de nieuwe groep kenniswerkers. Ze zijn meesters in het gebruiken van een goed netwerk. Het effect daarvan zie je het sterkst wanneer ze afkomstig zijn uit een laag milieu en naar een havo of vwo gaan. Dat heeft vooral te maken met het sociaal kapitaal dat veel van hun klasgenoten daar van huis uit meekrijgen. Via deze klasgenoten krijgen die leerlingen uit de lagere klasse toegang tot het cultureel kapitaal dat ze nodig hebben om vooruit te komen. Dat soort sociale contacten en cultureel kapitaal tref je helaas minder aan op een vmbo-school. Daardoor krijgen leerlingen op het vmbo minder kans om een netwerk op te bouwen waar ze later op terug kunnen vallen en sociaal kunnen stijgen.”

Wat moet het onderwijs met die ideale kenniswerkers als de lessen niet zo veel toevoegen?

“Alle geïnterviewden uit mijn boek geven aan dat school er vooral is om medeleerlingen te ontmoeten, maar ook om les te krijgen van die enthousiaste leraar die in staat is om de kennisvonk over te brengen. Van zo’n leraar willen ze allemaal graag iets leren. De school moet in hun ogen vooral het leerinstituut blijven waar ze elkaar ontmoeten.”

Is het nieuwe leren een oplossing voor deze nieuwe leerders?

“Ook het nieuwe leren gaat ervan uit dat er een manier van leren bestaat die voor alle leerlingen het beste is. Maar daar zit het ’m niet in. De kenniswerkers die ik heb onderzocht hadden allerlei verschillende leerstrategieën. Waar het uiteindelijk om gaat, zijn de mensen die je tegen komt tijdens dat leerproces. Ga als school ook vooral niet proberen buitenschoolse leeromgevingen te kopiëren. Meer samenwerken, werkstukken maken of Hyves in de klas gebruiken zoals je soms bij vormen van nieuw leren ziet, dat werkt allemaal niet. Dat wordt uiteindelijk ook een kunstje en een slechte kopie van het origineel.”

“Wat kenniswerkers vooral nodig hebben is leren nadenken en reflecteren over hun eigen gedrag en manier van leren. En daarmee bedoel ik niet op een persoonlijke psychologiserende manier, maar breder. Ze moeten naar hun kansen en beperkingen kunnen kijken in een snel veranderende individualistische kennissamenleving. Veel kenniswerkers denken na over in wat voor tijd ze leven en wat die hun kan bieden. En daar zoeken ze dan de mensen bij die hen weer verder kunnen helpen. Kenniswerkers maken gebruik van een netwerk van mensen, dat ze vaak al sinds hun schooltijd hebben opgebouwd.”

Isabelle Diepstraten, De nieuwe leerder, trendsettende leerbiografieën in een kennissamenleving. Te downloaden via openaccess.leidenuniv.nl/