Grens tussen privé en publiek vervaagt

Hieronder volgen twee reacties op de uitnodiging van de redactie om ervaringen te beschrijven met de vervagende grens tussen het private en publieke domein. ‘Het is een ingekankerd probleem van onze hug-and-confession-cultuur.’

Moraalridder

„En gelijk had hij”, stond parmantig in het hoofdredactioneel commentaar van NRC Handelsblad van 29 november. Het citaat sloeg op de Nijmeegse wethouder Paul Depla die zich vorige week in de raadsvergadering van de gemeenteraad Nijmegen over een vermeende seksaffaire beriep „op zijn recht naast een politiek bestaan ook een privéleven te hebben waar anderen niets mee te maken hebben”.

Maar had Depla ook gelijk? Dat hij zich beriep op zijn zwijgrecht is in zijn situatie tactisch gezien te begrijpen en getuigt ook van innemende hoffelijkheid tegenover ‘die Zweite im Bunde.’ Kennelijk wilde hij de schade zoveel mogelijk beperken, ook en misschien zelfs in de eerste plaats voor haar.

Toch ontkomen wij niet aan de vraag, of het gebeuren in de fietsenstalling onder het toeziend oog van een beveiligingscamera wel zo privé was. Zodra een burger zich in de publieke ruimte begeeft, wordt het persoonlijke behoorlijk teruggedrongen. Daarin ligt ook de reden dat een exhibitionist of een copulerend paar op de openbare weg wordt verwijderd. Tot die publieke ruimte wordt doorgaans ook een fietsenstalling of een parkeergarage gerekend, ook al waant men zich op stille momenten onbespied. En dat gegeven wordt in het hoofdartikel impliciet erkend, waar het openbare bestuurders aanraadt „om zich te realiseren dat hun daden en handelen niet zelden vrijblijvend blijken te zijn”.

Het citaat geeft ook aan, dat de kwestie van de scheidslijn tussen politiek en publiciteit en privacy een ingekankerd probleem is van onze hug-and-confession-cultuur. Ik herinner aan de kwestie Oudkerk-Heleen van Royen. De laatste misbruikte haar positie als publiciste door casual kroegpraat in krantenkolommen af te scheiden, louter ten eigen bate. Een symptoom van deze cultuur is dat men al gauw als moraalridder in de hoek wordt gezet, als men er kritische kanttekeningen bij zet. En dat wil het merendeel van het Nederlandse volk voor geen prijs zijn, tenzij men er een auto of een ‘gouden kooi’ mee kan winnen. De hypocrisie gaat nog verder, want als een onderwijzer of leraar maar één vinger naar een leerling uitsteekt, komt de moraal om de hoek kijken.

Wethouder Depla zal bovendien moeten erkennen, dat een fietsenstalling of een parkeergarage etc. niet de meest geriefelijke accommodaties zijn om je privéleven door te brengen. Zelfs zwervers kiezen deze plaatsen niet graag als nachtverblijf uit. Slechts middelbare-scholieren kun je in een fietsenstalling vinden en dan nog alleen in hun pauzes.

Ten slotte vraag ik me af, hoe Depla het in politieke kringen zo populaire gezegde ‘het persoonlijke is politiek’ interpreteert.

M.W. Hartog

Psychatrische patiënt

De grens tussen privé en publiek vervaagt, is de kwestie van vorige week. Maar vervaagt die grens eigenlijk wel? Of zijn wij alleen maar beter op de hoogte van de wettelijke grenzen van privacy? En van de consequenties van de schending daarvan?

Als je, zoals over de Nijmeegse wethouder Depla wordt beweerd, seks bedrijft in een met camera beveiligde ruimte, dan is dat dom. De media, met de roddelpers voorop, hebben het incident gemeld. Positief bijverschijnsel is dat wij nu wel beter letten op op beveiligingscamera’s.

Wij willen dat onze privacy beschermd wordt, maar ik denk dat de stouterds onder ons er het meeste profijt van hebben. Denk aan bankgeheimen, enzovoorts.

Indien een psychiatrische patiënt een hulpverlener de toegang tot zijn huis weigert, staat de wet achter hem. Als een vermiste volwassen patiënt wordt opgenomen in een ziekenhuis en hij wenst geen contact met zijn moeder, dan beschermt de wet hem, ook al heeft die moeder drie maanden naar hem gezocht en hem ook gevonden.

Dit zijn de misstanden die ik ken. Ik ben dan ook een voorstander van een herziening van de wet op de privacy.

Grietje Santing