Gespleten eiland

IJburg moest een Amsterdamse wijk worden met de allure van een stad, een smeltkroes van culturen. Dat is mislukt. De Haveneilanders over het Rieteiland: „Hier is het de Bijlmer, daar Wassenaar.”

November 2002. Wie de Enneüs Heerma Brug oversteekt, betreedt een volwassen zandbak, zonder duidelijke contouren. Vrachtwagens vol stenen rijden af en aan. Shovels en hijskranen voeren mysterieuze handelingen uit in een groot aantal bouwputten.

In de verte staat een af huizenblok naast een heus stukje straat. Het heeft iets surreëels. Een filmdecor in de woestijn.

Daar, op een koude en winderige dag, ontvangen pioniers Martijn van den Dobbelsteen, Dragana Bokma en Tibor Strausz de sleutel van hun nieuwe woning. Alle drie hebben ze een huis gekocht in een wijk, die alleen nog maar bestaat op papier en in de hoofden van een paar stadsontwikkelaars.

November 2007. De brug heeft inmiddels een bijnaam: de bh. Wie hem nu oversteekt, ziet links nog steeds de skyline van Durgerdam. Rechts ligt, in verregaande staat van bebouwing, het Steigereiland. Wie de IJburglaan blijft volgen, ziet links het winkelcentrum opdoemen. Oude bekenden Blokker, Hunkemöller en Albert Heijn, wisselen af met een speelgoedwinkel en een visboer. Rechts liggen de Rieteilanden. Ruim opgezette straten met flinke eengezinswoningen en (zelfgebouwde) villa’s. Links maakt het Haveneiland, met meer hoogbouw, een stadsere indruk.

Stadsdeelwethouder Dennis Straat (VVD), verantwoordelijk voor de nieuwe wijk, plakt liever niet het etiket ‘vinex’ op IJburg. Dat associeer je met slaperige buitenwijken, waar mensen alleen maar wónen. IJburg moet een zelfvoorzienende stadswijk worden, met uitgaansgelegenheden en sport- en cultuurfaciliteiten. En dat is niet de enige ambitie. IJburg heeft als motto ‘Wijk zonder Scheidslijnen’. Arm/rijk, valide/minder valide, oud/jong: iedereen moet zich hier thuis voelen en de voorzieningen aantreffen die hij nodig heeft. Dat uitgangspunt lag al op tafel voor er ook maar één paal in de grond was geslagen.

Maar volgens Xandra Lammers, sinds 2004 bewoonster van het Haveneiland, komt er van die laatste ambitie niets terecht. Ze woont in een ‘gemengd’ blok: sociale huur- en koopwoningen door elkaar. En dat werkt niet. „Mensen die er echt iets van willen maken op IJburg, wonen recht tegenover types die alleen maar willen vernielen en kapotmaken. Wie vier ton heeft betaald voor een huis, heeft geen zin in rotzooi en intimidatie voor de deur.” Als ze aan de bel trekt bij bestuur en wethouders, stuit ze op onverschilligheid. „Dat zijn nu eenmaal de problemen die horen bij de grote stad, wordt er dan gezegd”

Pionier Tibor Strausz gelooft wél in menging van (sociale) huur- en koopwoningen. „Het zal af en toe ergernis oproepen, maar door met elkaar om te gaan, voorkom je ook extreem gedrag”. Wel vindt hij dat er toezicht moet zijn en gehoor bij problemen. Hij heeft nooit begrepen waarom er in IJburg geen opbouwwerker is aangesteld. Vroeger gebeurde dat in elke nieuwe wijk. Zijn vader was er één. In Purmerend.

Ook vindt hij het jammer dat het experiment op IJburg alleen is gezocht op het bouwkundige vlak. Het sociale aspect heeft het vaak af moeten leggen. „Die parkeergarages, waar nu zoveel gestolen en vernield wordt. Dat hadden ze aan kunnen zien komen. Daar ging het in Zuid-oost ook als eerste mis.”

Zelf stak hij de afgelopen jaren veel energie in de bewonersvereniging en een website: ‘De IJbrug’. Het leek hem ‘wel handig’ als bewoners een plek hadden om te bespreken wat er op IJburg speelt.

Op het drukbezochte forum wordt stevig gediscussieerd over de ‘grotestadsproblemen’ op het eiland. Diefstal en vernieling. Kinderen die de buurt wakker houden met hun geschreeuw. Schotelantennes die uit de gevels schieten. De problemen lijken zich vooral af te spelen op het Haveneiland. Op de Rieteilanden wonen „die yuppen met hun hippe Bugaboos die zich overal aan onttrekken”.

„Kijk”, Meral Tuga wijst naar de muren van haar appartement op het Haveneiland-west. „Het bouwbehang zit er nog op”. Ze is hier in 2004 komen wonen. „Ik doe er niks aan, omdat ik stiekem denk, ik ben zo weer weg”.

Hiervoor woonde ze met veel plezier op het Java Eiland. Maar de huur was hoog en op IJburg kon ze een appartement kopen met een AMH hypotheek. De gemeente Amsterdam leent kopers een deel van het bedrag, nagenoeg renteloos. Het leek een verstandige keuze. Maar ze heeft zich hier nooit thuis gevoeld. En ze mist de stad. „Er zit een heerlijke kaaswinkel en verderop verkopen ze mooie bloemen, maar daarmee kan je je weekend niet vullen”.

Ook de sfeer in de buurt bevalt haar niet. Sinds haar zoon huilend en zonder jas thuiskwam, laat ze hem niet meer alleen buiten spelen. Niemand groet elkaar. Overal ligt rotzooi. De jas is nooit teruggevonden.

Liever woonde ze dáár, op het Rieteiland, waar haar kinderen op school zitten, maar dat kan ze niet betalen. „Ik zeg altijd voor de grap, ‘ik ga naar de andere kant van het spoor’ als ik ze wegbreng. Het is maar een paar minuten fietsen, maar het lijkt een totaal andere wereld”.

Martijn van den Dobbelsteen heeft nooit spijt gehad van zijn keuze voor IJburg. Vooral aan de pioniersjaren, denkt hij met enige weemoed terug. „Je neemt een risico en dat neem je samen met je buren, dat schept een groot gevoel van saamhorigheid”. De buren bleken leuk. Creatievelingen: vormgevers, architecten. Er werd druk geklust. Iedereen leende gereedschap van elkaar en er was altijd wel iemand met een koelkast vol bier. Schuttingen waren er nog niet, achter de huizen lag een grote gemeenschappelijke tuin. Het was „een heel leuke camping”. Met héél veel kinderen. Binnen no time was Stichting Buurman opgericht. Ze organiseerden kinderdisco’s, kerstboomverbrandingen en voetbalwedstrijden. „Het was altijd gezellig”.

Inmiddels is het pioniersgevoel een beetje weggeëbd. Iedereen heeft het druk. En ja, IJburg is veranderd. Stadser. Maar dat heeft ook z’n voordelen. Nu is er een Albert Heijn en een hippe damesmodezaak. Drie jaar geleden was er zelfs geen pinautomaat.

Meer dan de helft van de IJburgse huishoudens bestaat uit gezinnen met kinderen. Dit zorgt(de) voor capaciteitsproblemen op crèches en scholen. Op de “IJbrug” slaat een moeder alarm. „Waarom zijn er zoveel huizen voor gezinnen met kinderen gebouwd zonder dat er kan worden voldaan aan de vraag voor kinderopvang. Publiekelijk wordt gesproken over 29 kinderdagverblijven op IJburg, dit is misleiding want er zijn er maar een paar in bedrijf. En daarvoor moet je soms 2 jaar op de wachtlijst. Als mijn drie kinderen niet binnen 2 maanden op een crèche worden geplaatst, voorzie ik ernstige problemen met mijn werkgever. Wie is hiervoor verantwoordelijk en wanneer komt er een oplossing voor dit probleem.”

Het gaat stadsdeelwethouder Straat aan het hart: „Ik kan alleen maar zeggen; de kinderaanwas op IJburg gaat alle prognoses te buiten. Mensen krijgen hier gemiddeld 2,7 kind. Dat is veel hoger dan het landelijk gemiddelde. Dat kun je gewoon niet voorspellen”.

Dragana Bokma zag de enorme kinderboom wél aankomen en opende maart 2006 een kinderkledingwinkel in het nieuwe winkelcentrum. Het eerste jaar was niet gemakkelijk. „Het is hier regelmatig uitgestorven”.

De kinderen van Meral Tuga en Van den Dobbelsteen zitten op de Willibrordschool, een katholieke basisschool op het grote Rieteiland. Voor van den Dobbelsteen lag dat voor de hand, de school staat op een minuut lopen van zijn huis en alle buurkinderen en vriendjes gingen er ook heen.

Meral Tuga nam de keuze bewuster. Ze keek verbijsterd toe, hoe de kinderzee zich scheidde, lang geleden toen alle scholen nog samen in een aantal noodbarakken huisden. Van de ene op de andere dag stond de Willibrord bekend als witte school en De Olympus als zwarte school. „En als zoiets eenmaal is ontstaan, draai je het niet meer terug”. Ze vindt het verschrikkelijk, die segregatie en ze heeft bewondering voor het handjevol hoog opgeleide veelverdieners dat uit idealisme, of verzet, hun kinderen wél naar de Olympus school stuurt. Maar haar eigen kinderen schreef ze toch maar in bij de Willibrord. De yuppenschool. De school voor de hoogopgeleide middenklasse. En als ze de verhalen hoort over het grote aantal zorgleerlingen op de Olympus en de problemen daar, is ze blij met haar beslissing.

Dragana Bokma beaamt dat er verschil is tussen de Rieteilanden, waar ze woont en het Haveneiland, waar ze werkt. Bij haar in de straat is een gestolen fiets het gesprek van de dag. Op het Haveneiland zijn er al echte probleembuurten. Er zijn meerdere winkels overvallen, er is vandalisme, rotzooi en een politiepost is er niet.

Haveneilanders zeggen: ‘op de Rieteilanden is het Bloemendaal, hier lijkt het wel de Bijlmer’.

Wethouder Straat vindt dat veel te extreem gesteld. Ja, er is vandalisme en ja, er wordt geklaagd over diefstal en vernielingen in parkeergarages en natuurlijk is dat zorgelijk. Maar enige relativering vindt hij op z’n plaats. Het campinggevoel is voorbij, die tijden zijn vervlogen. Twee jaar geleden hoefde niemand op IJburg z’n fiets op slot te zetten. Nu wel, ja. Maar uit de objectieve aangiftecijfers van de politie, blijkt dat IJburg „gewoon heel goed scoort”.

Ook Leonie Peters van Project Bureau IJburg vindt het overdreven om te spreken over ‘grote problemen’. Hoewel sommigen IJburg hardnekkig als elitewijk blijven bestempelen, is het inmiddels een afspiegeling van Amsterdam, met precies dezelfde percentages autochtone en allochtone bewoners en mensen uit allerlei inkomensklassen. „Het is een échte stadswijk, met échte stadsproblemen en er wonen échte Amsterdammers. En zoals burgemeester Cohen altijd zegt: Amsterdammers houden van klagen”.

Volgens Xandra Lammers worden er grote groepen stadsvernieuwingskandidaten uit probleembuurten „gewoon hier gedumpt”. En dat gaat fout. Omdat er geen begeleiding is en geen toezicht. Omdat er geen voorzieningen zijn voor jongeren. „We koersen af op een mislukking”. De Vomar is overvallen, de Zeeman, de Blokker. En kort geleden is er een vrouw in elkaar geslagen, nadat ze een groep jongeren had aangesproken op hun gedrag. Ze belandde in het ziekenhuis.

Als het aan wethouder Straat lag, was de politiepost er afgelopen zomer écht geweest. Hij heeft er haast achter gezet. De vertraging zit bij de politie zelf. En voor de jeugd zijn ze ook druk bezig; er komt een jongerencentrum en een ‘Johan Cruijff Court’.

Straat is er trots op, dat het door IJburg gelukt is de middenklasse in Amsterdam te houden. Vroeger vertrok die naar Purmerend of Aalsmeer, nu is er een alternatief.

„Maar kun je ze ook houden”, reageert Xandra Lammers. Haar buren zijn al weg. Aan de andere kant denken ze er ook over om te vertrekken. Ze vindt het onbegrijpelijk dat bestuur en wethouders er niet veel meer bovenop zitten. Nu is het tij misschien nog te keren.

„Als de situatie niet verbetert”, voorspelt Lammers, „trekt die middenklasse weer weg. Gaan ze alsnog naar Muiderberg”.

Ze verhuist binnenkort naar een blok met alleen koopwoningen. Haar woning heeft vijf maanden te koop gestaan. De makelaar zei: „Als uw huis aan de andere kant van de IJburglaan had gestaan, was ik het binnen twee weken kwijt geweest”.

Meral Tuga weet nog niet wat ze gaat doen. „Maar het liefst ga ik zo snel mogelijk weg”.

Pioniers Strausz, Bokma en van den Dobbelsteen peinzen er niet over om te vertrekken. Ze hebben het nog steeds heel erg naar hun zin. En hun kinderen vinden het hier heerlijk.

Martijn van den Dobbelsteen: „Dit is mijn bijzondere dorp bij de stad. Ik heb hier veel nieuwe vrienden gemaakt en ik vind IJburg een schitterende plek. Misschien als de kinderen het huis uit zijn, dat we dan teruggaan. Naar de Jordaan of zo.”