George Bush is een Romeinse keizer

Fik Meijer (65) nam afscheid als hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij woont in Oegstgeest en is getrouwd met Marianne. Hij heeft een zoon en een dochter en vijf kleinzoons. ‘Over veel verschijnselen dachten de ouden niet anders dan wij.’

Vrijdag 30 november

De dag begint vroeg. Kleinzoon Pelle (5) stormt de slaapkamer binnen en vraagt of ik hem naar school wil brengen. De blik in zijn donkere kinderogen doet mij smelten. Op de fiets vertelt hij honderduit over Sinterklaas. Ik breng hem de klas in die helemaal de sfeer ademt van de goedheiligman. Daarna de realiteit: een HOVO cursus (Hoger Onderwijs Voor Ouderen) in Leiden over integratie en segregatie in de wereld van de Grieken en Romeinen. De cursisten zoeken in hun vragen niet alleen de voor de hand liggende parallellen met het heden.

Na twee uur fiets ik in de stromende regen naar het station. In Amsterdam praat ik lang met Patrick Gouw, die een proefschrift schrijft over de invloed van de Grieken op de Romeinse sportbeoefening. Dankbaar aanvaard ik zijn aanbod om voor mijn afscheidscollege passende illustraties te zoeken.

Dan naar het Allard Pierson Museum om met de onvermoeibare conservator René van Beek en Betty Keirsgieter te overleggen over de receptie in het museum na mijn afscheidscollege. Zij verzekeren mij dat het allemaal wel goed zal komen. Met René praat ik nog over de Week van de Oudheid van 24 april tot 4 mei. Het is een initiatief van het Allard Pierson Museum en uitgeverij Athenaeum om de klassieke oudheid wat dichter bij de mensen te brengen.

Om 6 uur ben ik te gast bij de Humanistische Omroep in Studio Desmet, naar aanleiding van mijn afscheid en mijn nieuwe boek De oudheid is nog niet voorbij. Regisseur Rina Spigt en Hetty Verberkt ontvangen mij met dikke zoenen. Theodor Holman vraagt op de hem kenmerkende enthousiaste wijze over de meest pikante anekdotes in het boek. Het vervolg van de avond is ongedwongen. Max Pam leest voor wat hem in de kranten en in de spirituele kalender van Happinez is opgevallen. De passage uit het Reformatorisch Dagblad dat 11 procent van de Nederlanders denkt dat de Kerstman een bijbelse figuur is wekt de lachlust van de aanwezigen op. Na de uitzending ontvang ik een prachtige bos bloemen en een mooie fles wijn. Met Amanda Kluveld, collega aan de Universiteit van Amsterdam, columniste en vast panellid bij dit radioprogramma, reis ik terug. Veel te gauw zijn we in Leiden. Buiten plenst het. Marianne haalt me op met de auto, de fiets blijft in de stalling.

Zaterdag

Vroeg uit de veren. Met de auto naar Hilversum voor de Tros Nieuwsshow. De twee charmante gastvrouwen brengen mij naar een kamer waar Martin Ros zich voorbereidt op zijn boekenrubriek. Het weerzien is allerhartelijkst. Voordat ik ook maar iets heb kunnen zeggen, barst Martin los over het niet verlengen van zijn contract. Het zit hem zeer hoog. In de uitzending is van zijn ontstemming niets te merken. Met zijn gebruikelijke enthousiasme bespreekt hij verscheidene boeken en raakt steeds meer op stoom.

Het laatste kwartier van de uitzending mag ik mijn zegje doen. Mieke van der Weij en Peter de Bie vragen me waarom ik vind dat de oudheid nog niet voorbij is. Er ontspint zich een levendige discussie over de mens die niet verandert, maar de omgeving om hem heen wel. Na afloop nog even napraten, onder het genot van voortreffelijke broodjes rosbief.

’s Middags Sinterklaas gevierd met broers, schoonzusters, kinderen en kleinkinderen. Dochter Karlijn en nicht Kiek hebben het voortreffelijk georganiseerd, met een heuse Sinterklaas (broer Har), die door een van de kleinkinderen wordt herkend als zijn opa, zonder dat zijn geloof in Sinterklaas erdoor taant. De kinderen krijgen cadeautjes, de volwassenen drinken te veel. Iedereen is vrolijk. Even wordt het stil als we ons realiseren dat broer Cees, vorig jaar nog prominent aanwezig, er nooit meer bij zal zijn. Tegen de ziekte A.L.S. bleek geen kruid gewassen.

Zondag

Lang uitgeslapen en heel lang ontbeten. Het is hondenweer, een dag om binnen te blijven. Luisterend naar liederen van Theodorakis sleutel ik wat aan de tekst van mijn afscheidscollege en word overvallen door een gevoel van twijfel als ik aan dit dagboek denk. Wie is er geïnteresseerd in mijn belevenissen? Moet ik niet meer op de filosofische toer, moet ik niet meer prijsgeven van mijn diepste zielenroerselen, zoals de Belgische schrijver/ journalist Piet de Moor zo fraai doet in zijn schitterende jaardagboek Grimmig heden? Ik weet het niet en besluit me maar te beperken tot de wederwaardigheden van alle dag. ’s Avonds gekeken naar het voetbal op RTL 4, maar ik haak af na weer een blok reclames. Het enige lichtpunt van de dag is dat Feyenoord wint en Ajax verliest.

Maandag

De lucht is donker, de trein naar Amsterdam vol. In de ochtend neem ik met Patrick de powerpointpresentatie van donderdag door. Daarna naar de universiteitsbibliotheek om enkele boeken op te halen. In de middag drink ik op mijn oude kamer thee met mijn opvolgster Emily Hemelrijk. Zij voelt zich als een vis in het water in haar nieuwe baan.

Na een half uurtje lachen met Bart-Jan Roffel, hoofd van de onderwijsadministratie van Geschiedenis maar vooral een begenadigd gitarist, loop ik om half zes naar Arti et Amicitiae, waar ik een genoeglijk gesprek heb met Joost Vermeulen van het Parool. Hij vraagt diepgaand over het populariseren van de wetenschap. We blijken over veel kwesties dezelfde gedachten te hebben. De dag eindigt even somber als hij begon. In een druilerige regen fiets ik naar huis. De kip smaakt prima.

Dinsdag

Weer een HOVO college, nu aan de VU, over een onderwerp dat me na aan het hart ligt: de zeegeschiedenis van de klassieke oudheid. In de middag heb ik een prettig telefonisch voorgesprek met Marijntje Festen van De Wereld Draait Door, waar ik vanavond te gast ben. De ontvangst in De Plantage is allerhartelijkst, de pasta voortreffelijk.

Met Marja Smits van uitgeverij Athenaeum, die de contacten met het televisieprogramma heeft gelegd, zit ik op de bank achter de interviewtafel naast Mart Smeets, die ook een nieuw boek komt promote

n, en Erben Wennemars. De topschaatser is als eerste aan de beurt en legt uit dat er in Nederland dringend behoefte is aan een nieuwe moderne snelle schaatsbaan.

Na de ontboezeming van Erben mag ik aan presentator Isolde Hallensleben en sidekick Theo Maassen uitleggen dat de oudheid moderner is dan we denken en dat er in de hedendaagse maatschappij genoeg verschijnselen zijn waarover de ouden niet anders dachten dan wij. Ik illustreer dat aan de hand van enkele filmfragmenten van George Bush, die in zijn uiterlijk vertoon en zijn retoriek, maar ook in zijn politieke stellingnames veel weg heeft van de oude Romeinse keizers. Aan het einde van het ontspannen interview brengt Theo Maassen mijn boek prominent in beeld. Aardige man, die PSV-supporter.

Na afloop vertelt Erben Wennemars dat hij die middag op de training in Thialf een rondje van 24,4 heeft gereden. Als ik mijn bewondering laat blijken, biedt hij onmiddellijk vrijkaartjes aan voor de wereldbekerwedstrijden in Thialf.

De gastvrouw van het programma regelt een taxi die me naar huis brengt. Thuis word ik liefderijk ontvangen.

Woensdag

Vanochtend herhaal ik in Rotterdam het college over de Middellandse Zee voor 150 HOVO cursisten. Weer heel andere vragen dan gisteren. Om twee uur ben ik thuis, neem mijn afscheidscollege nog een keer door en kijk lang naar de wolken die in voortdurend veranderende patronen voorbij schieten.

Donderdag 6 december

De aula van de universiteit is afgeladen als ik begin met mijn laatste college Nieuwe Romeinen. De drieling Teun, Pim en Bram, zes jaar alweer, gedraagt zich kranig. Pelle haakt aan, Loetje van drie vindt het zichtbaar niets en laat dat geregeld merken, maar opa vindt het prachtig. Hoe vaak ik ook college heb gegeven, een afscheidscollege is toch wat anders. Niets improviseren vanuit aantekeningen, het grootste deel van de tekst is uitgeschreven. De boodschap over de Nieuwe Romeinen komt, hopelijk, over.

Na afloop spreekt mijn dierbare collega Hans van Rossum, met wie ik bijna dertig jaar de belangen van de leerstoelgroep Oude Geschiedenis heb verdedigd, me allerhartelijkst toe en overhandigt mij een liber amicorum. Als ik thuis een eerste blik werp op de teksten ben ik ontroerd door de hartverwarmende bijdragen van collega’s en vrienden. Morgen zal ik er echt in lezen. Dat zal een drukke dag worden, want Mark Pieters van uitgeverij Athenaeum biedt mij eveneens een liber aan, met als titel Ik, Fik Meijer. Ik zie mezelf op het omslag met Marianne, Karlijn en Dirk op mijn oude Harley Davidson met zijspan. Kwamen die tijden maar terug! De mooiste woorden van de dag komen van Karlijn. Wat een spreekster, ik ben trots op haar!

De receptie op de Grieks-Romeinse afdeling van het Allard Pierson Museum is heel druk. Veel kussen, cadeaus en goede wensen. In een roes verlaat ik om acht uur het museum. Het reguliere universitaire leven is voorbij, maar het werkzame leven gaat gewoon door: lezingen, cursussen, (gast)colleges, reisleider spelen in de mediterrane wereld en, vooral, schrijven. U bent nog niet van me af.