Geboren voor de drie kilometer

Schaatsster Renate Groenewold (31) blinkt al jaren uit op de drie kilometer. Na tweemaal olympisch zilver verbeterde ze onlangs in Calgary spectaculair het Nederlands record. Gisteren was ze in Heerenveen superieur op haar favoriete afstand.

Laat op een vrijdagavond schaatste Renate Groenewold half november, bij een wereldbekerwedstrijd op de drie kilometer in Calgary, bijna tweeënhalve seconde sneller dan haar eigen Nederlands record. De volgende dag verpletterde haar ploeggenoot Sven Kramer het wereldrecord op de vijf kilometer: 6.03,32. Vrijwel niemand sprak meer over de topprestatie van Groenewold.

Gisteren won de ervaren rijdster afgetekend de drie kilometer bij wereldbekerwedstrijden in Heerenveen, vóór de youngsters Martina Sablikova en Ireen Wüst. De ontlading na afloop was groot. Groenewold weet dat ze haar grenzen nog niet heeft bereikt. En hoeveel topsporters van boven de dertig met een groot aantal trainingsjaren slagen erin zichzelf nog zo spectaculair te verbeteren? Een stralende lach volgt. „Ja, goed hè? Blijkbaar zit er nog steeds rek in.”

Voor haarzelf kwam de recordrace in Calgary niet onverwacht. „Ik ben naar Noord-Amerika gegaan met het idee dat het record scherper moest. Vorig jaar reed ik bij de WK afstanden 3.58,41, slechts vijftiende harder dan mijn toptijd van 2002. Ik was toen niet echt goed, dus het moest mogelijk zijn.”

Bij de eerste wereldbekerwedstrijd in Salt Lake City lukte het niet. „Derde, maar de tijd viel tegen. Ik zei tegen Gerard Kemkers (haar coach): ‘Ik wil in Calgary verdorie een Nederlands record rijden!’ Aan Ronald van den Ing, de materiaalman, vroeg ik of hij mijn schaatsen wilde slijpen. ‘Dan beloof ik je dat ik het record pak.’ Ik had zelf van tevoren wat rondetijden opgeschreven en kwam op 3.55,6 uit. Gerard was iets voorzichtiger, hij dacht aan 3.57,5.”

Groenewold zat dichterbij dan haar coach: 3.55,98. Wel werd ze in de laatste honderd net voorbij gereden door haar Tsjechische tegenstandster Martina Sablikova. „Jammer, maar voor mij overheerste het blije gevoel over een technisch goede race. En ik rijd wél 3.55. Tot dat moment dacht ik dat het wereldrecord van Cindy Klassen, 3.53, een niet te verbeteren tijd was. Nu denk ik: het kan wel. Als ik heel erg goed ben en de omstandigheden zijn optimaal, dan is het niet langer mijlenver weg.”

Fraai perspectief voor een schaatsster die vijf jaar geleden al serieus aan stoppen dacht. Groenewold, in 1999 internationaal doorgebroken in haar eerste jaar onder Kemkers, kampt regelmatig met een pijnlijke rug. Desondanks behaalde ze grote successen: wereldkampioene allround (2004), een reeks nationale titels en podiumplaatsen op EK’s en WK’s. En vooral blonk ze uit op ‘haar’ drie kilometer: twee keer olympisch zilver, internationale zeges, prachtige recordraces.

„Blijkbaar ben ik geboren voor de drie kilometer. Als ik het ijs opstap, heb ik zo de slag voor die afstand te pakken. Voor de 1.500 meter moet je tegenwoordig genoeg basissnelheid hebben. Die heb ik wel, maar ik wil er weleens te graag invliegen, waardoor ik blokkeer. Op de drie heb ik voor mijn gevoel nog net genoeg tijd om in mijn eigen slag te gaan rijden. Misschien zit het wel in je hoofd: de drie zal altijd goed gaan. Van jongsaf aan is dat niet anders geweest.”

Haar meesterwerken herinnert ze zich nog levendig. „Hamar, het EK van 1999, toen ik won. Ik reed tegen Anni Friesinger en dacht: zo, ik heb je liggen. Zij kwam nog een keer terug maar toen gaf ik haar weer een tik. Machtig gevoel.” Of het zilver van Salt Lake City 2002. „Op het kwalificatietoernooi was ik door mijn rug gegaan. Langzaam kwam ik uit het dal. Twee weken voor de Spelen reed ik fluitend 4.02. Toch verbaasde ik mezelf met een tweede plaats. En ik was de eerste Nederlandse ooit die onder de vier minuten reed. Vind ik ook wel stoer.”

Op het zilver van vier jaar later in Turijn zit voor Groenewold een krasje. „Ik was te druk met het idee dat ik mijn tegenstandster Klassen moest verslaan, die al die snelle tijden had gereden en favoriet was. Als ik haar zou verslaan, zou ik goud hebben. Het werd daardoor geen typische Groenewold-race. Een heroïsch gevecht, dat geloof ik graag. Maar daardoor verloor ik in de laatste twee rondes te veel ten opzichte van Ireen Wüst. Uiteindelijk denk ik: zo moet ik de drie kilometer niet proberen te winnen. Dat was een les.”

Na een tweede plaats bij de WK afstanden van vorig jaar en het Nederlands record van Calgary heeft Groenewold een duidelijke visie op haar toekomst. „Voor mij is er maar één drijfveer waarom ik graag nog twee jaar wil schaatsen. Om in Vancouver toch nog te proberen die gouden medaille te halen op de olympische drie kilometer. Dan is het heel belangrijk dat je in Calgary het bewijs krijgt dat je nog tweeënhalve seconde van je pr kunt afhalen. En ik heb het gevoel dat het misschien wel harder kan, en dat ik kan winnen. Nou, dan moet je niet stoppen natuurlijk.”