Ga gerust mijn gangen na

Burgers gaan af op hun ervaring. ‘Na de oorlog’ had privacy een hoge prioriteit. En na decennia van toenemende criminaliteit en jaren van terreurdreiging komt veiligheid op de eerste plaats.

Dirk Vlasblom

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding heeft het laten onderzoeken. In 2007 voelde 69 procent van de Nederlanders zich veilig in een vliegtuig, 8 procent meer dan in 2006. De onderzoekers van het bureau MarketResponse Nederland verklaren dit uit ondervinding. De verscherpte controles op Schiphol zouden de passagier een veilig(er) gevoel geven. Hetzelfde onderzoek, Risicobeleving Terrorisme 2007, wees uit dat onder Nederlanders de angst voor een terreuraanslag is afgenomen. Slechts 16 procent zegt nu bang te zijn voor zo’n aanslag, tegen 27 procent in 2006. Van de overheidsmaatregelen ter bestrijding van terreur kent het publiek de controles op de nationale luchthaven het best. Toch wist maar 11 procent die te noemen. Het aantal mensen dat geen maatregelen kon bedenken nam toe van 57 procent in 2006 naar 63 procent in 2007. Vadertje Staat waakt over ons, maar vraag niet hoe.

De staat gaat wel eens te ver. In een arrest van 29 mei 2007 noemde de Hoge Raad het uitvoeren van ‘lijfsvisitaties’ op Schiphol onwettig. Sinds de invoering in 2003 van de zogenoemde 100-procentcontroles bij passagiers uit het Caribische gebied voerde de douane onderzoek uit op en in het lichaam. Reizigers moesten zich uitkleden en douanepersoneel onderzocht in lichaamsholtes of zij daar bolletjes cocaïne of andere drugs hadden verstopt. Passagiers namen hier aanstoot aan en schakelden de Nationale Ombudsman in.

laboratorium

Schiphol is een sociaal laboratorium waar wordt getest hoeveel vrijheid mensen over hebben voor hun veiligheid. Douane en marechaussee controleren zo’n beetje alles: identiteit, reisdoel, al of niet verdacht gedrag, wat mensen op hun lijf dragen en bagage. Sinds de terreuraanslagen in New York (2001), Madrid (2004) en Londen (2005) zijn deze controles verscherpt. Reizigers hebben daar geen moeite mee. Zij voelen zich kennelijk veiliger als de staat waakzamer is. Toch kan die waakzaamheid een maatschappelijk onaanvaardbare inbreuk worden op de lichamelijke integriteit of de persoonlijke levenssfeer. De grens tussen wat als bescherming en wat als schending van de privacy wordt ervaren, verschuift. Als het om hun veiligheid gaat, verwachten én dulden burgers steeds meer van de staat. Dit wordt wel toegeschreven aan ‘9/11’ en de moord op Pim Fortuyn, maar dat waren eerder hoogtepunten in een al langer lopend proces van toenemende onveiligheidsgevoelens en opgeschroefde veiligheidseisen.

Het woord ‘veiligheid’ ligt ambtenaren en politici in de mond bestorven, maar het heeft duizend en één betekenissen. Criminoloog Hans Boutellier noemde het dit najaar bij zijn aantreden als hoogleraar Veiligheid en burgerschap aan de Vrije Universiteit ‘een semantisch sleepnet’. Anderen spreken van een ‘containerbegrip’: ieder gooit er in waar hij vanaf wil, van hondenpoep en hangjongeren tot georganiseerde misdaad en terrorisme.

Om wat orde te scheppen in deze wirwar van betekenissen hebben criminologen en juristen het begrip uitgesplitst in fysieke veiligheid (bedreiging van gezondheid en goederen door ongevallen en rampen) en sociale veiligheid (de bedreiging van gezondheid en goederen door moedwillige handelingen van derden). Er bestaat verder een wezenlijk verschil tussen objectieve (meetbare) veiligheid en subjectieve (beleefde) veiligheid. Die laatste wordt beïnvloed door eigen ervaringen en verhalen van anderen, bijvoorbeeld in de media.

contract

Hoeveel vrijheid moeten Nederlanders nu eigenlijk inleveren voor hun veiligheid? Steeds meer, zo blijkt uit onderzoek. En dat baart zowel privacybeschermers als beleidsmakers zorgen. In november verscheen het rapport

levenssfeer

De Duitse bezetting was voor Nederlanders een ruwe kennismaking met een almachtige staat. Mede onder invloed van die collectieve ervaring is in de vormgeving van de naoorlogse orde veel aandacht besteed aan de rechten en vrijheden van burgers. Eén daarvan is de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De term ‘privacy’ dook voor het eerst op in 1890, in de

Tijdens zijn oratie in september liet Hans Boutellier beelden zien uit het VPRO-programma Andere Tijden. In 1965 werd in Nederland de eerste bank overvallen. In die tijd, vertelde oud-commissaris van politie Eric Nordholt, lieten bankemployees tussen de middag hun kantoortjes vaak onbeheerd achter als ze een kroket gingen kopen. Daarbij lieten ze de achterdeur open, om geen sleutel te hoeven meenemen. In de jaren zestig waren vrijdagen aantrekkelijk voor bankovervallers, omdat dan de weeklonen werden uitbetaald. Ze kwamen zelfs uit Frankrijk om hier hun slag te slaan. Criminaliteit vindt plaats waar de gelegenheid zich voordoet. En met de stijgende welvaart nam de gelegenheid toe, maar de controle af.

‘Sinds de ontzuiling’, zei Boutellier in zijn oratie, ‘heeft Nederland zijn onschuld verloren. De zuilen – rooms-katholieken, protestanten, sociaal-democraten – waren verticaal georganiseerd, van de wijk en het dorp tot aan Den Haag. Ze hielden er waarden, normen en gedragsvoorschriften op na en hun instellingen – gezin, school, kerk, verenigingsleven en vakbonden – zorgden voor naleving. Zo hielden deze gemeenschappen de sociale orde in stand. De staat bewaakte de sociale grenzen met de politie, en het strafrecht was de ultieme remedie.’

In de jaren zestig brokkelden deze maatschappelijke steunpilaren af. Voortaan moest de staat op eigen benen staan. ‘In plaats van de rol van zedenmeester op zich te nemen’, zegt Boutellier, ‘stuurde de overheid op afstand, door de bevordering van welvaart, welzijn en emancipatie. Ze ging er vanuit dat zelfontplooiing als vanzelf tot “goed leven” zou leiden. Maar geleidelijk verdween de vanzelfsprekendheid van de normen voor goed gedrag. Voor de ooit zo gewaardeerde zelfbeheersing kwam een libertaire stelregel in de plaats: “het goede is wat ik goed vind”.’ Tussen 1960 en 2000 is de geregistreerde criminaliteit in Nederland vertienvoudigd. En er kwamen meer delicten bij: georganiseerde misdaad, voetbalgeweld, fraude, gebruik van hard drugs, kinderporno, cybercrime en terreur. Het publiek ervoer dit als bedreigend.

slachtoffer

Boutellier: ‘Als de normen voor goed gedrag zijn geprivatiseerd, vinden mensen elkaar in wat ze gezamenlijk

Muller en de zijnen spreken van een ‘veiligheidsklimaat’ en noemen vier elementen. 1. Het publiek stelt steeds hogere eisen aan de overheid. 2. Het thema veiligheid staat bovenaan de beleidsagenda. 3. De media besteden uitvoerig aandacht aan elk incident dat wijst op sociale onveiligheid. 4. Het straf(proces)recht wordt aangescherpt in de vorm van meer bevoegdheden voor opsporingsambtenaren en zwaardere straffen. Boutellier beaamt dit: ‘Het kabinet Balkenende 1 wist in de acht maanden van haar bestaan maar één beleidsnota te presenteren: Naar een veiliger samenleving. Het is een rijstebrijberg van maatregelen, bevoegdheden en capaciteitsuitbreiding in de strafrechtelijke sfeer’. Boutellier stelt ook vast dat veiligheid big business is geworden. Behalve politie, brandweer, OM, rechterlijke macht en gevangenissen zijn er onderzoeksbureaus, particuliere beveiligings- en bewakingsdiensten, computerbedrijven in bewakingssystemen, opleidingsinstituten, enzovoort.

In het publieke debat gaat veiligheid intussen vóór grondrechten als privacy. Veiligheid en privacy worden steeds vaker voorgesteld als tegenpolen en privacybeschermers als onverantwoordelijke lieden die de belagers van de rechtsstaat in de kaart spelen. Er wordt een oorzakelijk verband geconstrueerd tussen onveiligheid en bestaande privacyrechten. Hoofdcommissaris Welten van de politieregio Amsterdam-Amstelland noemde in een nieuwjaarsboodschap het recht op privacy ‘de schuilplaats van het kwaad’. Zijn Utrechtse collega Vogelzang vindt dat veelplegers hun recht op privacy verspelen ‘omdat zij zelf op grote schaal de privacy van burgers schenden’.

Veiligheid heeft vele voorvechters, maar wie vormen de ‘achterban’ van privacy? Veiligheid is duidelijk, dat is de afwezigheid van alle onheil dat huis, lijf en gemoedsrust belaagt. Maar privacy? Van cameratoezicht en raadpleging van persoonsgegevens in databestanden zijn maar weinig mensen zich bewust. Boutellier constateert bovendien een verandering in de opvattingen over privacy. ‘Veel van de controlemaatregelen worden niet ervaren als een ondermijning van privacy, maar als een geruststelling. In het tijdperk van reality soaps schuilt het maatschappelijke onbehagen eerder in een gevoel van onbeschermd zijn dan van overmatig gecontroleerd zijn.’

privacyincidenten

En Muller bespeurt een opmerkelijk vertrouwen in de overheid: “Nederlanders”, licht hij toe in een gesprek, “gaan er over het algemeen vanuit dat zorgvuldig wordt omgegaan met persoonsgegevens. We hebben in Nederland ook niet zoveel privacyincidenten. Er zijn wel wat voorbeelden, invallen bij of arrestaties van mensen op basis van foutieve informatie, maar dat zijn uitzonderingen. En dat maakt voor een gemiddelde burger het gevaar van oneigenlijke inbreuken op de privacy een beetje abstract.”

Sinds 11 september 2001 heeft de terreurdreiging het veiligheidsdebat gedomineerd. Ten onrechte, vindt Muller. “Terrorisme is iets heel anders dan andere veiligheidsbedreigingen en je moet het ook op een andere manier wettelijk regelen. Bij een terreurdreiging gaat er heel veel opzij en dat is in bepaalde gevallen heel verstandig. Maar terrorisme is geen fietsendiefstal. De inbreuken op de privacy die je kunt plegen bij terreur mogen niet sluipend gaan gelden voor andere vormen van onveiligheid. In Nederland zetten wij maatregelen tegen terrorisme in dezelfde wetboeken als die waarin we die andere vormen hebben vastgelegd. Eigenlijk zou je voor terrorisme een specifieke juridische ruimte moeten realiseren, een vorm van noodwetgeving. Want terrorisme is een noodsituatie.”

Hoe onveilig is Nederland intussen en hoe denken Nederlanders daar zelf over? Het jongste onderzoek naar risicobeleving wijst uit dat de angst voor terreur afneemt. En de onderzoekers van het Sociaal-Cultureel Planbureau (SCP) schrijven in De sociale staat van Nederland, 2007 dat sinds 2002 de totale criminaliteit, zowel volgens de Nederlanders zelf als volgens de politie, is verminderd. Dit geldt vooral voor vermogensdelicten, maar ook de jarenlange stijging van geweldsdelicten lijkt volgens politieregistraties tot stilstand te zijn gekomen. Volgens het SCP gaf in 2006 22 procent van de bevolking te kennen zich wel eens onveilig te voelen. Dit percentage is sinds 1995 niet zo laag geweest. Vooral na 2004, toen het nog op 27 procent uitkwam, zette een forse afname van de onveiligheidsgevoelens in. Forser, opmerkelijk genoeg, dan de daling in de misdaadcijfers.

De misdaadstatistieken ontleent het SCP aan politieregistraties én slachtofferenquêtes. Volgens het bureau ‘laten de enquêtes een wat gunstiger beeld zien van de recente criminaliteitsontwikkeling dan de politiestatistieken.’ Het verklaart die verschillen uit ‘de beleidsprioriteiten die voorgaande kabinetten [Balkenende 1 t/m 3] geformuleerd hebben. De overheid is op specifieke gebieden, zoals geweldscriminaliteit, hardere eisen gaan stellen aan de prestaties van politie en OM.’ Die gooiden er een schepje bovenop en zo werkte het veiligheidsklimaat door in de politiecijfers. Uit de SCP-rapportage valt op te maken dat de toegenomen actiebereidheid van de autoriteiten vertrouwen wekt bij het publiek.

In een veiligheidsklimaat dringen opsporingsautoriteiten aan op een ruimere inzet van nieuwe technieken, zowel voor het toezicht in publieke ruimten als voor het volgen en afluisteren van verdachte personen. De gemeente Rotterdam begon met preventief fouilleren en met grootschalige inzet van bewakingscamera’s. Vaste klanten van Schiphol Airport laten zich in het belang van een snelle en veilige grenspassage identificeren met behulp van biometrie. Al dertigduizend regelmatige gebruikers van de luchthaven zijn lid van Privium, een club die bereid is tot irisherkenning en daarom op de luchthaven lounge- en parkeerfaciliteiten krijgt aangeboden.

Dat is nog een bescheiden gebruik van technologie, gezien de nieuwe mogelijkheden. Onderzoekers verbonden aan het Centrum voor Recht, Technologie en Samenleving van de Universiteit van Tilburg (TILT) brachten in kaart op welke technische terreinen zich ontwikkelingen voordoen die relevant zijn voor veiligheid en privacy.

Een greep.

Patroonanalyse Datamining: hergebruik van opgeslagen gegevens om op een geautomatiseerde manier patronen en relaties te ontdekken in grote hoeveelheden data. Informatie- en communicatietechnologie maken het steeds eenvoudiger om gegevensbestanden te koppelen, want het probleem van verschillende datadefinities in bestanden wordt opgelost. Dit geeft onder meer inzicht in het surfgedrag van burgers op het internet.

Onderhuidse chips RFID (radiofrequency identification devices), onderhuids aangebrachte chips om iemand snel te identificeren of te lokaliseren en medische gegevens op te slaan. Als experiment al toegepast in een Amerikaans ziekenhuis.

Overal plaatsbepaling Mobiele ICT-apparatuur, zoals computers, camera’s en telefoons, wordt uitgerust met GPS-ontvangers (een satellietverbinding) zodat plaatsbepaling mogelijk is van iedereen die zich van die apparatuur bedient. Foto’s en gespreksopnames worden voorzien van data over de locatie. Zo kunnen ieders gangen, ook achteraf, worden nagegaan.

Slimme apparaten Ieders omgeving zal in de toekomst worden uitgerust met een breed scala aan intelligente en intuïtieve technologie, ingebed in allerlei objecten uit het dagelijks leven. Deze ‘intelligente’ omgeving kan gedrag van mensen herkennen, erop reageren en anticiperen. Met AI ontstaat een collectief digitaal geheugen, dat mogelijkheden schept om menselijk gedrag te controleren en te beïnvloeden.

De toepassing van zulke technieken is afhankelijk van de balans die de politiek weet te vinden tussen veiligheid en privacy. De Tilburgse hoogleraar Recht en techniek Bert-Jaap Koops en zes collega-onderzoekers ontwierpen twee toekomstscenario’s: een veiligheids- en een privacymaatschappij.

In het eerste scenario wordt Nederland een nachtwakerstaat, die zich heeft teruggetrokken op een beperkt aantal functies. Handhaving van orde en gezag is de belangrijkste taak van de overheid, met nadruk op de veiligheid van grote maatschappelijke instituties (economie, nationale veiligheid, vitale infrastructuur, internationale betrekkingen). Zowel veiligheids- als privacybescherming zijn vergaand geprivatiseerd en alleen bereikbaar voor welgestelden.

In het privacyscenario kent Nederland een actieve overheid. De staatsbemoeienis uit zich vooral in het beschermen van kwetsbare groepen; individuele privacybescherming is een collectieve verantwoordelijkheid, omdat marktwerking discrimineert tussen burgers.

Soms lijkt de ontwikkeling te gaan in de richting van een veiligheidsstaat. TILT-onderzoekers inventariseerden de uitbreiding van bevoegdheden van de overheid in de afgelopen dertig jaar op het gebied van DNA-onderzoek, cameratoezicht, computeronderzoek, opsporing, identificatieplicht, koppeling van bestanden, aftappen van telecommunicatie en het opeisen van gegevens.

fragmentatie

Boutellier noemt deze lijst ‘verontrustend’. Toch ziet hij de ontwikkeling van een veiligheidsstaat niet als een uitgemaakte zaak. Als gevolg van individualisering en het internet zijn nieuwe sociale netwerken ontstaan, die ontelbare URL’s verbinden en staatsgrenzen overschrijden. Orde in die nieuwe wereld van netwerken, zegt Boutellier, kan ook de vorm aannemen van fragmentatie. In dat scenario nemen steeds vaker andere partijen dan politie en justitie verantwoordelijkheid voor een veiliger omgeving: woningcorporaties, buurtgroepen, maar ook particuliere beveiligingsorganisaties.

Muller is gematigd optimistisch. Hij voerde voor zijn onderzoek gesprekken met allerlei spelers in het veiligheidsveld en kwam tot de conclusie dat veel betrokkenen ook zelf op zoek zijn naar de door hem en co-auteurs bepleite balans tussen veiligheid en privacy.

„Dat heeft me verrast. Politiemensen komen met de vraag: mag ik jongeren die overlast bezorgen zomaar op de foto zetten en dan in een bestand stoppen? Privacybeschermers vragen: in welke gevallen belemmert de Privacywet eigenlijk veiligheid? Men zoekt aan beide kanten naar de grenzen in de regelgeving. Ook politiemensen, officieren van justitie en andere handhavers beseffen dat te ver ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer bij burgers juist ten koste gaat van hun veiligheidsbeleving.”

Op 2 februari organiseert nrc Handelsblad in samenwerking met het Rathenau instituut in Rotterdam een wetenschapsavond rond het thema ‘Het glazen lichaam’, over de zichtbaarheid en kwetsbaarheid van de mens in een moderne technologsche samenleving. Dit is het eerste deel in een serie artikelen over dat thema. www.hetglazenlichaam.nl