Financiële innovatie

Onze financiële kennis is matig, we weten vaak niet wat we met een financieel product willen en hebben vaak geen idee van de geldbedragen die we later nodig hebben. Deze droevige omschrijving van ‘de financiële consument’ gaf Arnold Schilder, directeur van de Nederlandsche Bank (DNB), op een symposium over complexe financiële producten.

Denkt u niet te snel dat u buiten zijn treurige definitie valt. Maar liefst twee op de drie landgenoten heeft geen sjoege hoeveel pensioeninkomen ze later nodig hebben. Weet je dat wel, dan kan je gebrekkige zelfbeheersing nog roet in het eten gooien. Want we willen wel sparen voor later, maar we willen ook nú die nieuwe serre, boot of verre reis. Daarom vergaat het ons in geldzaken zoals met roken, alcohol drinken en eten: teveel is ongezond, maar we doen het lekker toch.

Is dat erg? Ja, tegenwoordig wel. Onze verzorgingstaat is geschiedenis; de zorg voor jezelf realiteit. Uitkeringen krimpen tot het hoogst noodzakelijke. De AOW wordt misschien te duur. Collegegelden gaan omhoog. De term vutten kan bijna uit het woordenboek worden geschrapt en pensioenopbouw wordt steeds meer je eigen zaak.

Steeds vaker geven werkgevers gewoon een vast pensioenbedrag (beschikbare premieregeling). Je moet daarna zelf maar zien hoe je dat geld belegt. Dat vraagt om problemen.

Canadees onderzoek toont dat doe het zelf beleggen, door foute keuzes en hoge kosten, kan leiden tot een 70 procent lager pensioen. En dan zwijgen we nog over te dure beleggingen en hypotheken. Wie voorkomt dat de onkundige consument de weg kwijt raakt en financieel het schip in gaat?

„Dat is primair je eigen verantwoordelijkheid”, vindt minister Bos. Ook Schilder ziet niets in nog meer regels. Hij hoopt dat aanbieders consumenten gaan helpen via „financiële innovatie”. Hiermee doelt hij op producten die heel simpel lijken, maar dat helemaal niet blijken te zijn. Zoals de opeethypotheek. Daarbij verpand je je huis aan de bank en krijg je – uiteraard na aftrek van kosten en onder voorwaarden – extra pensioen of zorgvoorzieningen.

Misschien komt er zelfs een Harvardpolis: je betaalt je verzekeraar of bank periodiek een flink bedrag, maar je kind mag gegarandeerd naar de prestigieuze universiteit in Cambridge.

Dit klinkt veel leuker dan het is. Ten eerste is dubieus of geldbedrijven hun eigen vondsten wel snappen. De huidige kredietcrisis is nota bene door financiële innovatie ontstaan. Wereldwijd verkochten geldinstellingen elkaar opgetogen pakketjes foute hypotheken in geschenkverpakking. De risico’s ervan werden door geldbedrijven én toezichthouders schromelijk onderschat. Financiële onkunde treft blijkbaar niet slechts consumenten. Het tiert ook onder professionals.

Financiële nieuwigheden zijn trouwens geen consumentenwens maar een vondst van commerciële productontwikkelaars en goedgelovige wetenschappers. Uit winstbejag dan wel onbegrip reppen die niet over kosten en kleine lettertjes. U betaalt echter de rekening. En valt het tegen dan is het meestal uw probleem.

Weg dus met financiële innovatie. De consument heeft geen behoefte aan nieuwe experimenten, maar aan oplossingen voor mislukte uitvindingen uit het verleden, zoals woekerpolissen. Een op de drie volwassen Nederlanders heeft minimaal één zo’n rampproduct lopen. Op termijn dreigt consumerend Nederland hierdoor mogelijk zestig miljard euro mis te lopen. Het zou pas echt innovatief zijn een goede en snelle oplossing voor dit probleem te vinden.