Ergernis over Turks bezoek

Het bezoek van de Turkse minister Babacan aan de moslimminderheid in Grieks Thracië heeft voor grote irritatie gezorgd. De moslims daar mogen van Athene niet Turks heten.

„Onze moslimminderheid heeft geen advocaat nodig. We hebben niets te verbergen, integendeel, we hebben iets aan te tonen.” Dit zei de Griekse regeringswoordvoerder deze week na opschudding over uitlatingen van de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ali Babacan, die na een bezoek aan Athene ook een reis had gemaakt naar Grieks Thracië. Daar leeft een moslimminderheid van 120.000 zielen. Hij hield een toespraak tot de Unie van Turkse Jongeren waarin hij zijn „broeders en zusters” opwekte zich als burgers van Griekenland bewust te blijven van hun Turkse identiteit en bij moeilijkheden naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te gaan.

Sinds 1983 verbiedt de Griekse regering het gebruik van het adjectief ‘Turks’ in Thracië. In het verdrag van Lausanne (1923) dat de status van de wederzijdse minderheden vastlegt, is geen sprake van nationale achtergrond doch slechts van religie. De minderheid bevat behalve personen van Turkse afkomst ook Pomaken (van Bulgaarse komaf) en Roma. Waar van Griekse zijde helemaal niet meer over wordt gerept is echter het feit dat in de jaren ’50 tot ’70, tijdens de Koude Oorlog, het gebruik van de betiteling ‘Turks’ door Athene juist werd aangemoedigd. De toenmalige premier Konstandinos Karamanlis en later de kolonelsjunta voelden het toen als gevaar dat de Pomaken Bulgaren zouden kunnen worden. De cultivering van het Pomaaks, een Bulgaars dialect dat nu bijna niet meer wordt gesproken, is pas begonnen in de jaren ’90, als tegenwicht tegen het Turks dat nu zowat de hele minderheid gebruikt.

De Turkse minister ontmoette voorts de drie ‘pseudo-mufti’s’ die door de bevolking zijn gekozen maar niet door Athene worden erkend. De Griekse regering stelt dat in de hele wereld mufti’s van bovenaf worden aangewezen.

Babacans optreden heeft kwaad bloed gezet in de Griekse media, mede omdat het samenviel met een aanslag op een Griekse journalist in Istanbul die ook voor Atheense media werkt. Hij werd vrij ernstig gewond. De Griekse televisie speculeerde dat deze „provocaties” het voor half januari afgesproken bezoek van premier Kostas Karamanlis aan Ankara in gevaar was gekomen maar dat werd door de Atheense regeringswoordvoerder niet bevestigd.

De betrekkingen tussen de twee landen verbeterden de laatste jaren gestaag, mede rondom twee pijpleidingen die feestelijk werden ingeluid. Athene blijft nadrukkelijk Turkijes Europese oriëntatie in principe steunen. Al eerder was Karamanlis onofficieel naar Ankara gekomen om als best man op te treden bij het huwelijk van de dochter van de Turkse premier Erdogan. Deze op zijn beurt had tijdens zijn bezoek aan Thracië drie jaar geleden juist contacten met ‘Turkse’ verenigingen en met de pseudo-mufti’s vermeden.

De krant Elefterotypía schrijft smalend geen bezwaren te hebben tegen Karamanlis’ visite aan de Turkse hoofdstad, maar dan moet hij dat combineren met een bezoek aan Griekse minderheden in Turkije. Bijvoorbeeld op het eiland Imbros, waar van de 20.000 Grieken nog 250 over zijn, of het eilandje Tenedos, „waar het aantal Grieken op de vingers van één hand is te tellen”.