Elegantie op vies papier

Het boek Vrouwenmode in prent laat twee eeuwen modegeschiedenis zien. Zelfs uit het ‘rampjaar’ 1906.

Foto Joyce van Belkom Nederland, bergen op Zoom, 04-12-2007 Mw Gehring-van Ierlandt. Foto: joyce van Belkom Belkom, Joyce van

Marie-Jes Ghering-van Ierlant (79) zal het zelf nooit zeggen: ze is een autoriteit op het gebied van modeprenten. Ze bezit een collectie van zo’n 2.000 stuks, binnen- en buitenlandse musea vragen haar advies, en ze publiceerde regelmatig over haar verzameling. Haar nieuwste boek is Vrouwenmode in Prent. Het is een overzichtswerk met prenten uit de periode 1780 tot 1930, uit elk jaar één prent. En dat was lastig kiezen, als je uit elk jaar meerdere fraaie exemplaren bezit. Behalve uit 1906, wat tijdens het maken even voor paniek zorgt. „Tsja, het is niet mijn favoriete periode”, verklaart Ghering het hiaat in haar verzameling. Toevallig duikelde haar dochter ergens op een markt een elegante Edwardiaanse dame op.

Vanaf 1785 staan in het eerst Franse modetijdschrift Le Cabinet des Modes modeprenten. Voor die tijd verschenen kostuumprenten als losse uitgave of in series. Vooral afbeeldingen van kapsels en hoeden waren gewild. Eind zeventiende eeuw zag Lodewijk de Veertiende het belang in van prenten en propageert hij ze om interesse te kweken voor de Franse mode-industrie. „Wíj zijn het met de bon goût, wíj Fransen maken de mode!” moet de uitvinder van stijl volgens Ghering hebben geroepen.

Even vurig als de Zonnekoning pleit Marie-Jes Ghering voor de modeprent. Niet alleen omdat ze aan de hand van honderdvijftig illustraties twee eeuwen modegeschiedenis gedetailleerd heeft kunnen documenteren. Als ‘grafiekfreak’ vindt ze het erg dat zo weinig mensen moeite doen om grafiek te begrijpen. Het gaat immers om prachtig uitgevoerde prenten. Zeker over modeprenten wordt vaak denigrerend gedaan. Ze opent haar boek, en wordt lyrisch van de grijze wolkenpartij op een staalgravure van Jules David uit 1861. „Ga nou eens na: al die lijntjes zijn gezet. Dit is heus meer dan zo maar een zakelijk plaatje.” Het verschil tussen een goede en slechte tekenaar? „Het is grafiek, het moet goed in de koperplaat zitten. Handen mogen niet verkeerd staan.”

Ghering begon in de jaren zeventig ‘gewoon met lekker verzamelen’. Modeprenten kent ze van haar ouders, die een dameshoedenzaak in Tilburg hebben. Telkens als er 1.000 gulden in de spaarpot zat, vertrok ze naar Parijs, de grootste prentenbron. „In één dag kocht ik me dan helemaal suf”, lacht Ghering. Langer dan één nacht kon de moeder van vier kinderen en vrouw van een huisarts met een drukke praktijk niet weg. Eenmaal thuis na zo’n uitspatting had ze geen idee wat ze allemaal had gekocht. Prachtig zijn de prenten altijd. „Mijn moeder heeft mij geleerd: vorm en kleur. Dat gevoel zit in me”, zegt Ghering.

In de achttiende eeuw tekenen kunstenaars als Desrais, Le Clerc en Watteau, de modes in het Palais Royal, Bois de Boulogne of het theater. „Er was toen niks anders, mensen moesten wel naar elkaar kijken”, zegt Ghering. Ze heeft flaneergedrag altijd interessant gevonden. Hoe men vroeger de laatste mode ‘showde’, herinnert ze zich uit haar jeugd. „Elke zondag telde ik in de Heuvelstraat waar wij woonden de drollenvangers.”

Ghering waardeert prenten buiten de mode en techniek om de weergave van de figuren. „Kijk die slanke figuurtjes van Dubucourt eens ondeugend lopen.” Foeilelijk vindt ze een dame uit 1798. „Die houding! Vergelijk dat met de vlotte prent van de boekcover, die dames dansen van de prent af.”

Voordat Ghering haar boek kon samenstellen, moest ze talloze modeprenten dateren. Dat is niet makkelijk omdat ze uit tijdschriften en ingebonden boeken komen waar de handel vaak flink mee heeft geknoeid. Om het goede jaartal te vinden heeft ze stapels soms eeuwenoude tijdschriften doorgeploegd op zoek naar serienummers en andere aanwijzingen. Gewapend met loep, bracht Ghering veel tijd door in musea, prentenkabinetten en bibliotheken. „Een prent zonder datum is geen prent, je kunt er niets mee.” Dateren valt alleen te leren door veel te zien. Kleine details wijzen op nieuwe ontwikkelingen. „Joh, wat leuk”, verkneukelt Ghering zich terwijl ze een zeventiende-eeuwse prent oppakt en hardop denkt. „Wat is er met die schoenen? Er zit een strikje op. Het is eerst klein, de jaren daarna wordt het langzaam groter, en groeit uit tot een rozet. Ook door mouwen, hoeden en natuurlijk het totale kostuum kun je dateren.” De ruime marges waarmee musea prenten gemakshalve dateren, keurt ze af. „Bijna alles noemen ze eerste, tweede, derde of vierde kwart van de eeuw. Je kunt er vaak vijf tot tien jaar dichterbij komen.”

De artistieke kwaliteit van modegrafiek fluctueert, zegt Ghering. Er verschijnt heel wat saai werk. Eind negentiende eeuw stopt een goede generatie tekenaars, waaronder Jules David. De komst van de kleurrijke Ballets Russes en de wereldtentoonstelling in Parijs in 1925 geven volgens Ghering de prentkunst een positieve impuls. „De fauvisten schilderen met ongemengde felle kleuren, prentenmakers haken daarop in met sjabloontechnieken.” Uit die tijd komen de zeldzaamste stukken uit haar collectie, twee prenten van Paul Iribe, een kunstenaar die de modeontwerpen van Paul Poiret fabelachtig vastlegt. Dat er een paar vlekjes op de prenten zitten deert Ghering niet. Van haar hoeven prenten niet te schoon te zijn. „Je kunt zelfs beter vies dan spierwit papier hebben, want dat zijn nadrukken en geen originele prenten.’

Heeft ze nog prenten in het vizier? „Nee, Ik ben 79, en stop met kopen. Ik moet maar tevreden zijn met wat ik heb.” Uitgeleerd is ze allerminst. In het Rijksmuseum ontdekt ze nog steeds prachtige grafiek. Recent nog negen ‘klappers’ met kostuumgrafiek uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw. Ghering vindt het fantastisch. „In modeboeken staan altijd dezelfde prenten afgebeeld.” Ze ziet er wel een boek in.

Vrouwenmode in Prent, modeprenten 1780-1930, uitgeverij GheringBooks € 63,40. Modeprenten van Marie-Jes Ghering zijn tot 6 januari te zien in het Modemuseum Hasselt in België op de tentoonstelling ‘Les Elegantes’ en tot 20 januari op ‘Modieus Vrouwenbeeld’ in Museum Kempenland Eindhoven.