‘Dit is mijn missie’

Hij was de drijvende kracht achter het proces over de Decembermoorden, die vandaag precies 25 jaar geleden gepleegd werden. „Dit kleine Suriname is een rechtsstaat, dat moeten we de wereld laten zien.”

Vroeger, toen hij gewoon politieman was, kon je nog op z’n Surinaams op bezoek bij Chandrikapersad Santokhi. Maar een glaasje markoesa op het terras van zijn huis in Lelydorp is er al lang niet meer bij. Sinds hij in de jaren negentig de strijd aanbond met Colombiaanse en Braziliaanse drugskartels, wordt hij zwaar beveiligd.

Tegenwoordig, als minister van Justitie en Politie, is het nog een graadje erger. Een dubbele screening, overal veiligheidsmensen en bijna een bunker als werkkamer. Die ruimte, waarvan de deur van binnenuit alleen maar open kan via een handscan van de bewindsman zelf, zou trouwens hoge ogen gooien bij de uitverkiezing van somberste werkplek. De muren zijn gitzwart geverfd. Donkere luiken voor het dikke glas weren elk daglicht, troosteloze tl-lampen aan het plafond. De minister, vandaag gekleed in trendy paars pak met bijpassende stropdas, heeft nog geprobeerd er wat van te maken. Er hangen foto’s. Er staat een karakteristiek beeldje van Ghandi en er klinkt vrolijke jazzmuziek.

De beveiliging? Santokhi grapt dat hij „toch niet meer weet hoe het leven als normaal burger is”.

De bewindsman, die als politieman het onderzoek naar de Decembermoorden leidde, werd afgelopen maanden regelmatig op de korrel genomen door hoofdverdachte Desi Bouterse. Die noemt hem consequent ‘the sheriff’, een suggestieve hint naar het liedje I shot the sheriff van Bob Marley dat regelmatig op bijeenkomsten van zijn politieke partij NDP wordt gedraaid.

Vorige week maandag nog, enkele dagen voordat het strafproces over de moorden begon, haalde de oud-legerleider uit naar Santokhi. De sheriff was „een kuiken”, een drugshandelaar en kompaan van buitenlandse inlichtingendiensten. Santokhi op zijn beurt beschuldigde Bouterse van het beramen van aanslagen: „Dat was nodig om de situatie op dat moment nog eens duidelijk aan de gemeenschap kenbaar te maken.”

Is het wel verstandig om vanuit de regering politiek te bedrijven met het proces?

„Het proces is in handen van de rechterlijke macht. Als regering hebben we geen bemoeienis. We garanderen alleen dat het veilig verloopt. Maar hier was meer aan de hand. Hier werden de president en ikzelf beledigd en beschuldigd. Dat konden we niet laten passeren en al helemaal niet in de context van 8 december.”

Hoezo?

Hij veert op: „Ga terug naar de geschiedenis. Deed het u niet ergens aan denken?”

U bedoelt: de bedreigingen die Bouterse destijds uitte richting de latere slachtoffers van de Decembermoorden?

Hij zakt terug in de bank: „Juist! Dat bedoel ik. Dit was het scenario van 1982. Ook toen werden personen eerst vernederd en gecriminaliseerd: als CIA-agent, als landverrader. Met zo’n draaiboek was hij bezig, een rechtvaardigheidsgrond voor rotzooi creëren”.

Dat was toch een heel andere tijd?

„Ik zeg alleen: we kennen deze man. We hebben niet voor niets een Guyanees en iemand van de FARC (Colombiaanse guerillabeweging, red.) uitgezet die contacten hadden met verdachten van de Decembermoorden. We zien niet voor niets dat twee criminele groepen banden met deze mensen onderhouden. En er loopt niet voor niets onderzoek van het OM naar aanslagen en wapenvondst. We weten precies wat ze willen.”

Namelijk?

„Het ontketenen van een volksopstand. Eerst hebben ze vergeefs geprobeerd een amnestiewet door de Assemblee te krijgen. Nu maken ze paniek met brandstofprijzen, stakingen, geruchten over gevangenisopstanden. Ze proberen de samenleving te mobiliseren met kletsverhalen. Maar het lukt ze weer niet.”

Dus het gevaar is geweken?

„We moeten zeer alert blijven. Aan de andere kant denk ik dat de motivatie om massaal de straat op te gaan gering is. En weet u waarom? Omdat ze beseffen dat er genoegdoening moet komen voor de nabestaanden. Dat dit helemaal geen politiek spel is. Maar gewoon het principe van een rechtsstaat.”

Toch proef ik op straat ook apathie.

„Wacht u rustig af. Deze gevoelige kwestie verloopt in fases. Nu de openbare rechtszitting is begonnen, zal er meer over de zaak bekend worden. Er wordt in de pers over geschreven. Men durft er onderling meer over te praten. Wat dat betreft was afgelopen week heel belangrijk. Dat proces was voor velen toch letterlijk iets onvoorstelbaars. Ik kreeg zelfs op de eerste zittingsdag nog mailtjes van collega-ministers die zeiden: ‘gaat het écht door?’ En het gebeurde! En er stonden verdachten van wie we in Suriname nooit hadden gedacht dat ze ooit nog eens op die plek zouden staan.”

In Suriname heerst scepsis over de kwaliteit van de rechterlijke macht. In het Decembermoorden-proces werden het ministerie van justitie en het OM jarenlang achter de schermen bijgestaan door de Amsterdamse advocaat Gerard Spong. Maar onlangs legde hij zijn werkzaamheden neer toen hij vanuit Paramaribo te horen kreeg dat er, volgens hem, geen prijs meer werd gesteld op zijn werkzaamheden. Een misverstand, zegt Santokhi. „Wat er gebeurd is, is dat zowel de procureur-generaal als ik hem een brief stuurde naar aanleiding van een televisieoptreden. Daarin ging hij speculeren over de strafmaat, zonder aan te geven dat hij dat op persoonlijke titel deed. Dat vonden we niet goed. Het kan niet zo zijn dat een adviseur dat soort dingen zegt. Dus is hem, in zeer diplomatieke bewoordingen, verteld dat hij mag zeggen wat hij wil, maar dat hij er wel bij moet vermelden in welke hoedanigheid hij dat doet. Maar ik geloof dat hem dat nogal in zijn trots heeft aangetast.”

Ziet u nog mogelijkheden tot samenwerking met Spong?

„Wat mij betreft is er geen onwerkbare situatie. Ik respecteer hem. Hij is een uitstekend advocaat en kan een goed referentiekader scheppen. Ik ga het nog eens met de procureur-generaal bespreken”.

Heeft u zelf genoeg afstand tot de zaak? U was jarenlang de onderzoeksleider.

„Ik was bij veel verhoren, bij het forensisch onderzoek, ik voel de spirit van die zaak, ik voel de pijn van de slachtoffers. Maar met de rechtsgang bemoei ik mij niet, mijn verantwoordelijkheid nu is een eerlijk proces. Maar het moet wel tot een afronding komen. Toen het niet kon, na 1982, hebben internationale organisaties ons geholpen met onderzoek: de OAS, de VN, Amnesty. De uitkomsten hebben we nu in ons eigen onderzoek gebruikt. We hebben dus een verplichting dit af te maken, dit is niet alleen een Surinaamse zaak”.

Hij veert weer op: „Dat is mijn missie, ja, dit is mijn missie: dit kleine Suriname is een rechtsstaat, dat moeten we de wereld laten zien”.

Gaat die missie verder? Veel mensen spreken hier van Santokhi als nieuwe president.

„Ik ben politieman, een technocraat. Ik heb op dit ministerie veel te doen. We pakken de misdaad en criminaliteit hard aan.”

Daarom juist, dat is een prachtig verkiezingsthema. En het land moet weer eens een Hindoestaan als president hebben, toch?

„Haha, ik heb de ambitie niet. Maar goed, je kunt niet je hele leven technocraat blijven. Ik ben beschikbaar voor het Surinaamse volk, ongeacht de positie”.

Hij staat op. Er wacht een ambassadeur en vice-president Ram Sardjoe, leider van de Hindoestaanse volkspartij VHP waartoe ook hij behoort, moet hem dringend telefonisch spreken. Waar staat hij eigenlijk binnen de VHP? Santokhi grijnst: „Nergens. Ik behoor niet tot een groep. Dat is ook mijn kracht. Ik ben gewoon bezig met Suriname”.