De motor is een stuk voordeliger

Hoewel een lease-auto voor veel mensen een goudgerande arbeidsvoorwaarde is, kan het in een aantal gevallen toch geen kwaad om van deze verworvenheid af te zien. Zeker nu de fiscus in 2008 de eigen bijdrage fors verhoogt.

Met de jaarwisseling nadert ook een keuzemoment voor mensen met een auto van de zaak (lease-auto). Dat is en blijft voor de meeste mensen een goudgerande arbeidsvoorwaarde. Maar sinds de Tweede Kamer enkele weken geleden de bijtelling bij het inkomen voor de lease-auto fors verhoogde, kunnen sommige werknemers hem beter aan de kant zetten.

De kern van het verhaal is dat de fiscus de auto van de zaak ziet als belast inkomen. Weliswaar niet in contanten, maar in de vorm van het vrije privégebruik van de auto met alles er op en er aan. Het is alleen wat lastig te zeggen hoe veel de vrije beschikking over een auto waard is.

Dat is erg persoonlijk. In het verleden hanteerde de fiscus rekenmodellen aan de hand van het aantal privé gereden kilometers. Dat leverde voortdurend gesteggel tussen inspecteur en automobilist op. Nu moet de werknemer ongeacht het privégebruik volgens een simpele formule extra belasting betalen. De werkelijke verkoopprijs en de lagere dagwaarde van de auto spelen daarbij geen rol. In 2008 is de bijtelling 25 procent.

Op het eerste gezicht ‘betaalt’ een werknemer zo in vier jaar een complete auto. Maar hij loopt naast de afschrijving van de auto ook andere kosten mis zoals onderhoud, verzekering, motorrijtuigenbelasting en brandstof. Doorgaans draait hij evenmin op voor de benzine en tolgelden op vakantie. Mocht hij daarvoor wel een bijdrage moeten betalen, dan gaat dat van de bijtelling af.

Bovendien staat een bijtelling bij het inkomen niet gelijk aan een belastingafdracht. Voor een auto van 40.000 euro is de jaarlijkse bijtelling 10.000 euro; bij een tarief van 42 procent kost dat in 2008 4.200 euro in contanten. Dat is ruim 500 euro meer dan in 2007. De werkgever houdt het belastingbedrag in maandelijkse porties van het salaris in.

Deze heffing zou niet redelijk zijn voor mensen die de auto (bijna) alleen voor zakenritten gebruiken. Daarom is er een vrijstelling voor mensen die waterdicht kunnen aantonen dat ze in een kalanderjaar minder dan 500 kilometer aan privéritten hebben gemaakt. Dat valt alleen te bewijzen door consequent de kilometerstanden, bestemmingen, gereden routes en dergelijke te noteren.

U krijgt de vrijstelling zonder verdere vragen op basis van een verklaring die u bij de Belastingdienst aanvraagt. Uw werkgever houdt dan niets meer op het loon in. De fiscus controleert steekproefsgewijs de aanwezigheid van de rittenadministratie. Hij vergelijkt dan de opgegeven ritten met eigen gegevens van camera-auto’s, de bedrijfsadministratie en de agenda met zakenafspraken. Men kan niet in de loop van het jaar beginnen met het bijhouden van een kilometeradministratie. Dat moet vanaf 1 januari gebeuren.

Wel kan men de verklaring op elk moment zelf intrekken als de grens van 500 kilometer wordt overschreden. Dan vervalt ze met terugwerkende kracht op 1 januari van dat jaar. Dat is vervelend voor de mensen die aan het eind van het jaar de 500 kilometergrens overschrijden en dus de eigen verklaring moeten intrekken. Bijvoorbeeld: 700 kilometer aan privéritten zouden dan zes euro per kilometer kunnen kosten.

Dan kan het voordeliger zijn de zaak aan het begin van het jaar om te draaien. Men rijdt dan alleen in de privé-auto en declareert de zakelijke ritten (waaronder woon-werkverkeer) aan het bedrijf. Dat kan tot 19 cent per kilometer belastingvrij. Een hogere kilometervergoeding is ook toegestaan. Dan is het gedeelte boven 19 cent belast als loon.

Zo’n keuze wordt voordeliger naarmate de auto minder (afschrijvings)kosten genereert. Er is ook een andere optie. Men kan de lease-auto alleen zakelijk gebruiken en de privéritten met een eigen auto maken. Bijvoorbeeld met de tweede auto die misschien toch al in het huishouden aanwezig is. Of men kan misschien ook de hobby van het motorrijden als een oplossing voor het leaseprobleem gebruiken.

Aertjan Grotenhuis

zie voor een link naar het rekenmodel het expertblog op nrc.nl/geld