‘Dat schilderij ken ik, dat is gestolen van een klant’

Dieven van kunst lopen in Nederland maar zelden tegen de lamp. Kunsthandelaar Frank Buunk uit Ede lukt het wel een paar gestolen werken te onderscheppen.

Kunsthandelaar Frank Buunk Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold ede dhr buunk kunst handelaar foto rien zilvold Zlv

Het was die februaridag in 2005 bomvol op de tentoonstelling in kunsthandel Simonis & Buunk in Ede. Plotseling kwam er man binnen met een schilderij in een doek gewikkeld. Toen Frank Buunk het zag, flapte hij eruit: „Dat schilderij ken ik, dat is gestolen van een klant van mij.” Het ging om Bij de hoefsmid van G. H. Breitner (1887), dat in 2003 was geroofd.

Kunsthandelaar Frank Buunk heeft de afgelopen dertig jaar ongeveer 12.000 schilderijen verkocht, met name uit de negentiende eeuw. Twaalf van ‘zijn’ schilderijen werden gestolen van klanten. Daarvan vond Buunk er acht terug, meestal door toeval. Zo ontdekte hij begin oktober op de website van een collega twee schilderijen, die in 1995 met vier andere waren geroofd van een verzamelaar in Laren. De politie doet nu onderzoek naar de particuliere aanbieder.

Een dergelijk politieonderzoek naar kunstroof is zeldzaam in Nederland. Anders dan bijvoorbeeld Italië en Frankrijk, kent Nederland geen gespecialiseerde kunstpolitie. Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) stuurt deze maand een reactie naar de Tweede Kamer op een onlangs verschenen rapport over kunstroof. Daarin constateert onderzoeksbureau Intraval dat de pakkans voor kunstdieven en kunsthelers hier laag is.

Het is een uitzondering als een heler wordt betrapt, zoals bij Buunk gebeurde met de gestolen Breitner. „Na mijn uitroep werd de man erg zenuwachtig en wilde weglopen. Ik heb hem aangehouden en de politie gebeld”, vertelt Buunk. Vier agenten hebben de man meegenomen. Hij is uiteindelijk veroordeeld tot een maand celstraf en een maand werkstraf voor heling. De dief is nooit gevonden. „Verdachten zijn niet sterk in namen noemen”, zegt een woordvoerder van Politie Gelderland-Midden.

Om de pakkans te verhogen pleit Intraval voor de snelle invoer van een centraal register met gestolen kunstwerken. De Britse commerciële onderneming Art Loss Register (ALR) heeft een database met 170.000 gestolen kunstvoorwerpen. „Dat is een prima club, maar wel een privaat monopolie, zonder enige overheidscontrole”, zegt Buunk. „Een onafhankelijk overheidsregister is zuiverder.”

Zo’n register bestond ook in Nederland, tot 2001, bij de CRI in Zoetermeer. „Dat werkte uitstekend”, zegt Buunk. „Elk schilderij met een onduidelijke herkomst zette ik op de fax naar de CRI. Ik kreeg dan vrij snel antwoord.” Op deze manier traceerde Buunk in 1993 een schilderij van B.C. Koekkoek, dat was gestolen van een hoogleraar van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis.

Het werk werd bij Simonis & Buunk aangeboden door een man met het postuur van „Anton Geesink”. Buunk vroeg naar de herkomst en kreeg als antwoord: „Ik heb het aan de zaak gekocht.” Buunk: „Die ‘zaak’ bleek een café te zijn.” Buunk vroeg de man een prijs te noemen. Hij wilde 15.000 gulden. Toen wist hij dat het fout zat: „Ik schatte de waarde op 50.000 gulden.”

Buunk maakte boven een kopie van het schilderijtje en faxte die naar de CRI. Heel snel kreeg hij antwoord: gestolen. En, zo wist de CRI, er zijn twee rechercheurs onderweg. Buunk: „Ik schrok. De man die beneden zat was een reus van een man. Daar wilde ik later geen problemen mee. Dus ik zei tegen de politie: ‘Als jullie komen, dan speel ik boosheid dat jullie zomaar een eerlijk man uit mijn zaak halen.’ Ze gingen akkoord.”

Tegen de man zei Buunk dat een wetenschappelijk instituut nog even moest kijken of het niet uit joods bezit kwam. Toen begon het wachten. „Toen de politie kwam, was ik zo zenuwachtig dat mijn gespeelde boosheid moeilijk van echt was te onderscheiden en een explosie van kwaadheid werd.” De man werd meegenomen en twee dagen vruchteloos verhoord. Het schilderij ging terug naar de eigenaar, die het onlangs op de veiling bracht: „Daar heb ik het gekocht.”

Bij aankopen op veilingen raadplegen kunsthandelaren doorgaans niet eerst een register – het veilinghuis wordt geacht dit te doen. Toch gaat dit wel eens mis. In 2000 kocht Buunk bij het Venduehuis ter Notarissen in Den Haag een winterlandschap van Leickert. Vier jaar later kwam hij er door toeval achter dat het toebehoorde aan Instituut Collectie Nederland (ICN). Het had gehangen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar het ongemerkt was verdwenen.

Had het veilinghuis geen onraad moeten ruiken? Chris Vellinga van het Venduehuis: „Hoe dan? Het paneel kwam uit een nalatenschap. De man die het schilderij van zijn overleden moeder inbracht was te goeder trouw.” Politieonderzoek leverde verder niets op. Volgens het ICN was de verkoper niet te traceren.

ICN wil de Leickert niet terugkopen. Buunk heeft de Breitner ook nog steeds. Tot zijn ergernis haalde de verzekeraar dit schilderij in 2005 op zonder hem iets als tipgeld te bieden. Wel kon Buunk het doek voor een schappelijke prijs kopen, omdat de eigenaar het niet terugwilde. Het schilderij is nu een winkeldochter: „Het is een topstuk: donker, spannend, stekelig en sterk onder invloed van Van Gogh. Kunsthistorisch interessant, voor de handel minder aantrekkelijk.”