Bush speelbal geheime diensten

Vernietigde videobanden, herziene analyse van Irans kernwapenprogramma: de inlichtingendiensten bepaalden deze week Bush’ agenda. Is er een nieuwe detente nakende?

Geheime diensten herzagen hun analyse, maar Iran blijft volgens George W. Bush onbetrouwbaar. (Foto AP) President Bush walks through the snow on the South Lawn of the White House as he returns from Nebraska, in Washington, Wednesday, Dec. 5, 2007. (AP Photo/J. Scott Applewhite) Associated Press

Tom-Jan Meeus

Het Republikeinse establishment had moeite de nieuwe realiteit onder ogen te zien. Nadat de inlichtingendiensten begin deze week bekendmaakten dat Iran zeer waarschijnlijk in 2003 zijn kernwapenprogram heeft gestaakt, was het even tasten naar een adequate respons.

Maar toen president Bush, overvallen door de bekendmaking, 24 uur later de relevantie van de analyse door de zestien geheime diensten afzwakte – Iran blijft onbetrouwbaar, zei hij – werd de conservatieve aanval op het inlichtingenwerk als vanouds ingezet.

Ex-ambassadeur bij de VN John R. Bolton nam in The Washington Post het voortouw: het verschil tussen Irans militaire en civiele nucleaire programma (het laatste loopt volgens de diensten door) is verwaarloosbaar. En beleidsmakers kennen altijd een te groot belang toe aan het laatste nieuws, terwijl het verstandiger is, zeker in dit geval, ook oudere feiten in de analyse te betrekken, aldus Bolton.

Toch zijn de acties van Bolton en de neoconservatieven niet het hele Republikeinse verhaal. Op campagne in New Hampshire sloeg John McCain een andere toon aan. De senator uit Arizona doet op 71-jarige leeftijd een laatste gooi naar het presidentschap en daarbij leunt hij sterk op de overtuiging dat de oorlog in Irak voortgezet moet worden.

Maar dinsdag erkende hij tegenover zijn aanhang in het dorpje Hooksett in New Hampshire, dat het nieuwste inlichtingenrapport aangeeft „dat Iran zich mogelijk minder inlaat met nucleaire wapens dan we altijd dachten”. Hij voelde er duidelijk niets voor de kwaliteit van de analyse ter discussie te stellen.

Verwijzend naar de eerdere desinformatie over Iraakse massavernietigingswapens stelde McCain voor het werk van de diensten tegen het licht te houden. In 2005 waren ze immers nog overtuigd dat Iran aan een kernwapen werkte. „Hoe kan dit allemaal?”

Opmerkelijker nog was de reactie van Robert Kagan, een van de grondleggers van het Project of a New American Century (PNAC), de wegbereider van de invasie van Irak. Hij kwam tot de conclusie dat diplomatiek overleg met Iran nu de beste oplossing is.

Volgens Kagan is elke militaire actie tegen Iran in Bush’ laatste jaar nu uitgesloten. Een andere optie zou er niet zijn, ook niet voor degenen die de inlichtingendiensten niet geloven. Wie wil beletten dat Iran dichterbij een kernwapen komt, moet juist niet wachten op de volgende regering – dat levert kostbaar tijdverlies op.

Kagan stelt nu dat Irans nucleaire programma wel degelijk in te dammen is – zoals de VS dat eerder met de Sovjet-Unie deden. Detail: generaal b.d. John Abizaid, door Bush eerder aan het hoofd van de Amerikaanse militaire operatie in het Midden-Oosten gezet, betrok enkele maanden geleden exact dezelfde stelling.

Bovendien zoemt al een jaar door Washington dat de regering-Bush haar benadering van Noord-Korea informeel aan Iran voorhoudt als alternatief voor de confrontatie van de laatste jaren. Dezelfde John Bolton zei dat dit voorjaar al in deze krant, nadat Bush economische hulp gaf in ruil voor de stopzetting van het Noord-Koreaanse kernwapenprogramma.

En volgens haviken is het een veeg teken dat de regering deze week zonder dralen bevestigde dat Bush recentelijk een persoonlijke brief („Beste Mijnheer de Voorzitter”) aan Kim Jong-il schreef. Openlijke kritiek op een regime – zoals Bush die deze week aan het adres van Iran uitte – hoeft geen graadmeter te zijn voor de bereidheid tot overleg: dezelfde Bush noemde Kim een paar jaar geleden nog een „pygmee”.

Intussen werd Bush eind deze week geconfronteerd met een andere zaak die draait om zijn inlichtingendiensten. De CIA blijkt videobanden te hebben vernietigd van verhoren van terreurverdachten in 2002. Daarop zou onder meer te zien zijn hoe Al-Qaeda-lid Abu Zabaydah werd gemarteld.

Tijdens zijn verhoren, zo onthulde auteur Ron Suskind vorig jaar in zijn boek ‘De Eenprocentsdoctrine’, bleek dat Zabaydah schizofreen was – en allerminst een terreurleider. Toch werd hij, op gezag van dezelfde Bush, zó gemarteld dat hij allerlei ophanden zijnde aanslagen ging verzinnen; een belangrijk argument van tegenstanders van martelingen.

De vernietiging van de banden had plaats in november 2005 – een verdacht moment. Kort ervoor was onthuld dat de CIA geheime gevangenissen in Oost-Europa had. In het Congres kwam het debat tussen de regering en John McCain tot een climax: McCain had massale steun voor een initiatiefwet die martelen verbood. En de CIA had eerder tegen de 9/11-commissie én de rechtbank van het proces tegen de ‘negentiende kaper’ van 9/11, Moussaoui, ontkend dat dergelijke kampen bestonden – in dit verhaal heeft de president kortom nog veel uit te leggen.

Zo domineren inlichtingendiensten deze dagen Bush’ agenda: de ene oorlog – met Iran – kan niet meer doorgaan; diplomatiek initiatief is mogelijk aanstaande. Intussen dreigt een andere oorlog – die tegen terreur – zijn eigen reputatie verder te beschadigen.