Beesd – Buren

De Notendijk in de Mariënwaard is een boerenlaan tussen krasse walnotenbomen. Enerzijds is er uitzicht over boerenland, anderzijds ketst het zicht af op wilde wilgen met lange tenen tussen ouwelijk riet. De notenbomen zijn kaal, de wilgen ook. Hun takken knarsen in de wind onder speeddatende wolkslierten.

De wind wordt kribbig. Merels maken daar gebruik van en scheren op hoge snelheid laag over het pad en het gras. Een reiger landt met trillende vleugels aan de oever van een plas, waar eenden onverstoorbaar aan het foerageren zijn, met hun staarten in de lucht.

Daar is de Linge. Deze prinses der rivieren defileert door het land van de fruitbomen. Hier wuift ze naar de, naar men zegt wereldberoemde, Appeldijk. In de lente wordt die druk bewandeld, want je ziet er de appelbloesem op zijn allermooist: niet modern gekneveld tot een soort appelstok, maar aan bejaarde appelbomen met klassieke kruinen.

Maar het is herfst. Er is geen bloei en er is geen mens, op de bestuurders van enkele auto’s na en die hebben haast.

De wind windt zich op tot stormkracht. Regen zweept het water. De Linge wordt troebel als erwtensoep. De appelbomen stellen zich teweer met reumatische heksenvingers waaraan sporadisch een bruin appeltje voorziet in een wintervoorraad voor de vogels.

„Nee, ze zijn derwisjen”, zegt man.

„Waarom?”

„Omdat ze met hun takken tegelijk naar de hemel wijzen en vooruit, naar de juiste weg.”

„O.”

Op de Lingedijk wijzen de kale perenbomen met hun takken naar de grond. Wat de kersenbomen doen is onduidelijk, zonder blad herken ik die niet.

Intussen zet de regen door, die heeft zich voorgenomen nooit meer op te houden. Het asfalt van de dijkwegen is nat. Het glimt, het kaatst de inslaande druppels terug en reflecteert de rode flikkerlichten van een spoorwegovergang.

Achter Buurmalsen vermijdt de route het asfalt. Een ruw veldpad voert kilometers ver door weilanden en bosjes. En het regent en het regent en het regent. En, o ja, het waait.

Mijn schoenen soppen. Blubber spat op, wandelen wordt zompen. Alles lekt, uiteindelijk gaat altijd alles lekken. Waarom doe ik dit, ik lijk wel gek. Zelfs man protesteert: „Het idee regen is nu wel voldoende uitgebeeld.”

Maar dan kijk ik over het land. Suizende eiken en wilgen, twee ganzen zijn luid klagend aan de wandel, hun koppen in de wind. Ik zie boerderijen met ouderwetse hooibergen, ik zie die stormhemel met dat boze licht, ik voel de ruimte. Wandelen moet, juist vandaag.

17 km. Kaart 3-6 uit: Lingepad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2002. Tel. Regiotaxi Gelderland/Rivierenland 0900 0276.