Arts moet voorschrijven wat nodig is voor patiënt

Op 6 november publiceerde de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) het besluit om per 1 januari de substitutiebepaling in de Beleidsregel dure geneesmiddelen aan te passen. Innovatieve geneesmiddelen die nu nog voor 80 procent worden vergoed, worden dat straks niet meer. Het prijsplafond voor de vergoeding van al deze geneesmiddelen komt dan te liggen op 80 procent van de goedkoopste behandeling per indicatie.

Door deze aanpassing wordt het beschikbare budget van ziekenhuizen bepalend voor de vraag welke medicijnen aan patiënten worden voorgeschreven. Sommige medicijnen kosten duizenden euro per kuur. Door deze bepaling zullen sommige geneesmiddelen niet meer te betalen zijn voor alle ziekenhuizen. Ervaringen uit het recente verleden leren dat dit postcodegeneeskunde in de hand werkt. Alleen mensen die in het verzorgingsgebied van een ziekenhuis met voldoende budget wonen, krijgen dan de voor hen noodzakelijke geneesmiddelen voorgeschreven. Dit is een ernstige vorm van discriminatie en willekeur.

Goedkoop betekent allerminst dat het middel even doelmatig en doeltreffend is. Zo wordt er geen rekening meer gehouden met de specifieke situatie van de patiënt. Wij vinden toch in Nederland dat mensen die ziek zijn recht hebben op de voor hen beste behandeling? Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat de arts in alle vrijheid de juiste informatie verstrekt en de juiste behandeling zal voorschrijven. Het NZa-besluit is zeer onrechtvaardig en een flagrante ontkenning van de deskundigheid van artsen en patiënten.