‘Arme landen moeten meedoen aan klimaatbeleid’

De Britse onderminister van Handel en Ontwikkeling, Gareth Thomas, wil dat ook ontwikkelingslanden een „duidelijke doelstelling” moeten formuleren voor de reductie van broeikasgassen.

Op de klimaatconferentie in Bali sprak Thomas vooral China aan, het land dat binnenkort de Verenigde Staten passeert als de grootste producent van kooldioxide. Hij voegde eraan toe dat de rijke landen, die de grootste verantwoordelijkheid dragen voor klimaatverandering, volgens hem onvoldoende geld beschikbaar stellen om ontwikkelingslanden te helpen.

De Nederlander Yvo de Boer, de hoogste functionaris van de Verenigde Naties voor klimaat, acht de kans echter heel klein dat arme landen zo’n verplichte reductie zullen accepteren. „We moeten niets uitsluiten”, zei De Boer gisteren, „bindende afspraken zijn nog niet van tafel, maar ze kruipen wel langzaam naar de rand”.

Intussen zijn speculanten optimistisch over het succes van de klimaatconferentie, die nog tot volgend weekeinde duurt. Odin Knudsen, directeur milieuproducten van JPMorgan, sprak van een „fantastische gok” om nu al rechten op te kopen voor de uitstoot van kooldioxide na 2012, als het Kyoto-protocol (het huidige klimaatverdrag) afloopt. Volgens Knudsen zijn ook hedgefondsen geïnteresseerd.

Deze week stemde een Amerikaanse Senaatscommissie in met het instellen een systeem van cap and trade, een plafond stellen aan de emissie van broeikasgassen en de mogelijkheid bieden om rechten bij te kopen. „Als Amerika zo’n cap and trade systeem invoeren, is dat niet voor een paar jaar”, aldus Knudsen.

Experts discussiëren over Bali op nrc.nl/klimaatblog