Andsnes blijft een buitenstaander

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Antonio Pappano, m.m.v. Leif Ove Andsnes (piano). Gehoord: 6/12 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 9/12 14.15 uur.

In 2005 maakten ze samen voor EMI een live-opname van Rachmaninovs Eerste en Tweede pianoconcert met de Berliner Philharmoniker, waarin melancholieke intimiteit en kleurrijke virtuositeit hand in hand gingen. De Italiaans-Engelse dirigent Antonio Pappano, music director van het Royal Opera House in Londen, en Leif Ove Andsnes, de poëtische pianist uit het hoge noorden, vormen in theorie een fraai duo.

Pappano koppelt als een eigentijdse Toscanini vaart en kracht aan kleur en gevoel voor nuance. Zijn niet aflatende inspanning om in elke noot het heilige vuur te ontsteken, maakt hem tot een verhalenverteller die het orkest mee sleurt in een avontuurlijke zoektocht naar muzikale waarheid.

Andsnes bedachtzame pianospel neigt naar het introverte en gedetailleerde, bij hem smeult het vuur onder de gepolijste oppervlakte. Pappano en het gloedvol en sonoor musicerende Concertgebouworkest reikten hem alle ingrediënten aan om de emoties in Rachmaninovs Tweede pianoconcert hoog te doen oplaaien, maar Andsnes bleef spelen als de beleefde buitenstaander. Zijn Rachmaninov klonk bestudeerd en fragmentarisch, en het lukte Pappano niet om de pianist mee te nemen in de overweldigende melodieuze flow en de harmonische draaikolken van deze oer-Russische muziek.

Levendig en enthousiast klonk het Concert Românesc van de jonge Ligeti, die in 1951 nog zwaar leunde op de Roemeense volksmuziek. Maar in het slotdeel wees Ligeti al brutaal en karikaturaal vooruit naar zijn latere werken, zodat de muziek door de Hongaarse autoriteiten in de ban werd gedaan. Pas in 1960 trachtte een uitgever in Boedapest een reconstructie van het werk te maken op grond van bewaard gebleven orkestpartijen, die later door Ligeti zou worden bewerkt en geautoriseerd.

In de Tweede symfonie van Sibelius is het muzikale landschap van het ongenaakbare Finland naar het sensuele Italië verplaatst. Sibelius schreef het werk in Chiavari, waar hij gek werd van de gloeiende zon en de woest op de rotsen beukende zee. Temperamentvol kneedde Pappano het orkest naar zijn muzikale opwellingen, en ontlokte Sibelius ondanks zichzelf tot een Italië om van te houden.