Afrikanen bij Roda JC voelen zich gerespecteerd

PSV2Roda JC4

Ruststand 0-2. 19. De Fauw 0-1, 45+2. Meeuwis 0-2, 48. Oper 0-3, 64. Hadouir 0-4, 81. Saeijs (e.d.) 1-4, 83. Koevermans 2-4. Scheidsrechter: Nijhuis. Toeschouwers: 33.000.

Eindhoven, 8 dec. - Met nog vijf minuten te spelen tekende de krachtsverhouding tussen PSV en Roda JC zich scherp af. Opgejaagd door zes spelers van de thuisploeg slaagden vier voetballers van Roda JC met Afrikaanse roots tientallen seconden in balbezit te blijven. Cheik Tioté beëindigde de pijnlijke vertoning namens het kwartet met een onnodig hoogstandje, een bekende ‘ziekte’ van de Afrikanen in Zuid-Limburg.

Huub Narinx, algemeen directeur van Roda JC, waagde gisteren een telefoontje aan het totale aantal voetballers met een Afrikaanse achtergrond in de clubgeschiedenis. „Ik kom maar tot een tiental”, zei hij even later verbaasd. „Ik had verwacht dat het er meer zouden zijn. We hebben ook Zuid-Amerikanen en Oost-Europeanen gehad. Blijkbaar blijven de Afrikaanse spelers toch beter hangen.”

De huidige selectie van Roda JC telt vijf spelers van West-Afrikaanse afkomst. Roland Lamah heeft de Belgische nationaliteit, maar is net als Sekou Cissé en Cheik Tioté geboren in Ivoorkust. Ook Jeanvion Yulu-Matondo is in het bezit van een Belgisch paspoort, maar heeft een Congolese achtergrond. En Pa-Modou Kah kreeg zijn moeders Noorse nationaliteit, maar werd geboren in Gambia, waar zijn vader het nationale voetbalelftal haalde.

Ajah Wilson Ogechukwu was in 1990 de eerste Afrikaanse speler bij de club uit Kerkrade. De Nigeriaan werd mede binnengehaald door Nol Hendriks, de voormalig suikeroom van Roda JC die in samenspraak met de clubleiding aankopen deed. „Ogechukwu werd ons aangeboden door een zaakwaarnemer”, zei Hendriks, gisteren als toeschouwer in Eindhoven. „Hij beviel na één training zo goed dat hij mocht blijven. De volgende was Tijjanni Babangida, die opviel in de Nigeriaanse jeugdploeg. Hij is later naar Ajax gegaan. Ook Garba Lawal, Bernard Tchoutang en Arouna Koné zijn erg geslaagd.”

Hendriks raakte gecharmeerd van de typische West-Afrikaanse voetballer: speels, onberekenbaar, snel, fysiek sterk, technisch goed, tactisch zwak. Het is het type speler dat volgens Hendriks goed gedijt in de rust van Zuid-Limburg. „Ze komen vanuit een heel andere omgeving niet meteen in de grote wereld terecht. In Kerkrade is meer controle en zijn minder verleidingen.”

Roda JC heeft zich volgens de voormalige geldschieter sterk ontwikkeld in de opvang van Afrikanen. „Donkere voetballers trekken altijd naar elkaar toe, uit welk werelddeel ze ook komen. De kracht van Roda is ze juist niet aan één tafel te zetten. De club heeft wel een gebedsruimte opgezet en behandelen de jongens zoals het hoort. Je moet nooit op Afrikanen schelden of ze klein maken in een groep.”

Hendriks looft vooral de rol van Martin Koopman, de assistent van trainer Raymond Atteveld die in Azië werkte, en algemeen directeur Narinx. De begeleiding van buitenlandse spelers is een kwestie van maatwerk, stelde Narinx. „Het is belangrijk dat ze volwaardig lid van de spelersgroep zijn, dat ze het vertrouwen van de technische staf voelen en dat ze ook buiten de club worden geholpen, zoals bij de bezichtiging van een appartement. Zelfs Afrikanen die een tijdje op proef trainden bij Roda voelden zich enorm gerespecteerd. Dat is toch het familiegevoel dat we nastreven en de zuidelijke inborst.”

Narinx is niet expliciet op zoek te zijn naar voetballers van Afrikaanse origine, wat volgens hem in het verleden wel gebeurde bij Roda JC. „Ik heb in de twee seizoenen dat ik hier werk eerst veertien contracten afgesloten met Nederlandstalige spelers. We willen meer herkenbaarheid en identiteit voor de omgeving. De basis moet bestaan uit spelers als Marcel Meeuwis: keihard werken, nooit afgeven, je hele ziel en zaligheid in de wedstrijd gooien. Daar kun je dan artiesten, smaakmakers en virtuozen aan toevoegen.”

En die zijn volgens Narinx het best te vinden in België en Frankrijk, waar het koloniale verleden zich in de nationale competities aftekent. „Heel gechargeerd zijn dat ook twee landen waar verdedigend wordt gevoetbald en waar je technische en snelle spelers nodig hebt om te scoren. Afrikanen ligt die rol nu eenmaal. In Nederland, waar wat aanvallender wordt gevoetbald, krijgen ze nog meer ruimte zich te onderscheiden.”