Werken

De goede Sint gaf mijn kat deze week het boek Uw kat trainen en opvoeden. Zelf had ik het al eens gekocht en erover geschreven, maar het daarna snel weggedaan. Het leek me niks voor mijn kat, maar Sint vond kennelijk dat wij te weinig met haar deden.

Mijn kat nam het met enige reserve in ontvangst. Het liefst had ze gevraagd: „Wat moet ik daar nou weer mee?” Maar ze is meegaand en bovendien weet ze dat het, zeker voor een kat, gevaarlijk kan zijn een gegeven paard in de bek te kijken.

Toen ze die avond, opvallend snel, naar haar slaapmandje vertrokken was, heb ik het boek nog eens goed doorgekeken. Het is geen kattepis. De schrijfster, Miriam Fields-Babineau, is al twintig jaar professioneel kattentrainer voor de Amerikaanse filmwereld. Misschien traint ze tussendoor ook wel Amerikaanse filmactrices, want het valt me vaak op dat die kunnen praten als zeurderige katten.

Onze poes zouden zware beproevingen te wachten staan als wij dit boek serieus namen. Maar aangezien de Sint het prijsje – 14,95 euro – op de achterkant had laten zitten, zat er weinig anders voor ons op.

„Een werkende kat is een gelukkige, gezonde kat”, schrijft Fields. „Door te trainen zal niet alleen de relatie met uw kat verbeteren, u geeft uw kat ook de kans te bewijzen dat hij uitermate intelligent is.”

Een werkende kat! Daar zou onze Anne van opkijken. Doorgaans komt zij alleen in actie als haar ingewanden voedsel willen opnemen of afscheiden. Verder maakt ze ultrakorte wandelingen door het huis, een enkele keer onderbroken door een dolle sprong op de kast. Anne is zo iemand die misschien al te gemakzuchtig is geworden van onze sociale voorzieningen. Het was maar goed dat daar nu een einde aan zou komen. Sterke arbeidsprikkels in plaats van een hoge bijstandsuitkering – wat was daar mis mee?

Al de volgende dag gingen we gretig aan de slag. Fields wijst er steeds op dat je een kat moet africhten door hem na elke geslaagde oefening te belonen, liefst met wat voedsel. We begonnen met een springoefening. We moesten twee stoelen op korte afstand van elkaar plaatsen en Anne van de ene stoel op de andere laten springen. Vóór elke sprong legden we telkens een etensbrokje op de stoelzitting. De afstand tussen de stoelen moesten we geleidelijk vergroten.

Aanvankelijk ging alles goed, maar algauw kreeg Anne in de gaten hoe zij de brokjes kon bereiken met aanzienlijk minder inspanning, namelijk door eerst van de stoel op de grond te springen en daarna omhoog naar de andere stoel. Wij zagen het maar door de vingers, al vermoedden we dat dit niet de manier was om de Amerikaanse speelfilms van mevrouw Fields te halen.

Bij de volgende oefening moest Anne op commando leren zitten. We moesten een brokje vlak boven haar houden en onze uitgestoken wijsvinger langzaam achter haar kop brengen. Zij reageerde verbijsterd. Even wilde ze nog wel meewerken, toen wendde ze zich bruusk af en haastte zich weg. Haar hoge rugje zei: „Wat is dit voor godvergeten uitsloverij?”

Ik vermoed dat wij niet meer aan de hoofdstukken ‘Een ladder beklimmen’ en ‘Gebarentaal voor uw kat’ zullen toekomen. Niettemin, bedankt Sint.