Vrouwen bij de SGP

Vrouwen zijn niet gelijk aan mannen, maar wel gelijkwaardig. Door dit beginsel van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) mogen vrouwen wel lid zijn van de partij, maar een functie als bestuurslid of volksvertegenwoordiger is voor hen niet weggelegd. Zwijgen en contributie betalen, daarmee is de rol van de vrouw in de partij wel samengevat.

Met dergelijk gedachtegoed, gebaseerd op haar onwrikbare uitleg van Gods Woord dat een ‘organisch’ en dus mannelijk kiesrecht zou behelzen, slaagt de SGP er gewoonlijk in twee tot drie Tweede Kamerzetels te verwerven en een behoorlijk aantal raads- en statenzetels. Het lijdt dus geen twijfel dat de SGP reden van bestaan heeft.

Niettemin oordeelde de Haagse rechtbank op 7 september 2005 dat de SGP geen recht op overheidssubsidie heeft, omdat zij vrouwen achterstelt. De rechtbank honoreerde daarmee een vordering van onder meer de Stichting Proefprocessenfonds Clara Wichmann en baseerde zich op het door Nederland geratificeerde Vrouwenverdrag van de VN.

Vanwege dit vonnis heeft de minister van Binnenlandse Zaken toen de subsidie voor de partijactiviteiten van de SGP ingetrokken. Dat was een juiste beslissing, omdat de overheid discriminerende organisaties financieel niet moet steunen.

De Raad van State heeft nu anders geoordeeld met een strakke juridische redenering, op basis waarvan een andere interpretatie van het Vrouwenverdrag mogelijk blijkt. Cruciaal is artikel 7c van dit verdrag, dat staten verplicht vrouwen ervan te verzekeren dat zij op gelijke voet met mannen kunnen deelnemen „aan niet-overheidsorganisaties en verenigingen op het gebied van het openbare en politieke leven van het land”. Het lidwoord ‘de’ en het adjectief ‘alle’ ontbreken niet toevallig, meent de Raad van State. Er zijn voor vrouwen genoeg mogelijkheden om – buiten de SGP – hun rechten uit te oefenen. De Raad van State zoekt met zijn uitspraak aansluiting bij het oordeel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over een Turkse partij: overheden moeten terughoudend zijn omdat partijen essentieel zijn voor het goed functioneren van een pluriforme, democratische samenleving.

Intussen dreigt een juridisch doolhof, omdat bij het gerechtshof een hoger beroep loopt tegen de uitspraak van de Haagse rechtbank. Het is dus mogelijk dat het hof tot een ander oordeel komt dan de hoogste bestuursrechter. Bovendien speelt er ook bij het hof nog een zaak van ‘Clara Wichmann’ met als eis dat de SGP haar statuten wijzigt.

De Raad van State wijst erop dat de Wet subsidiëring politieke partijen erin voorziet dat een partij haar subsidie kwijtraakt als zij strafrechtelijk is veroordeeld. Dat is bij de SGP niet het geval, maar met het oog op haar discriminerende opvattingen wel een mogelijkheid. Een andere en betere optie is wijziging van deze wet zelf: door helder te bepalen dat een partij die bepaalde grondwettelijk vastgelegde rechten wil aantasten haar aanspraak op staatssteun verspeelt.