Verbaasd over grenzen lichaam en papier

Tentoonstelling: Paul van der Eerden - Enclosures. T/m 13/1 in Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. Di–zo 11-17u. www.boijmans.nl

Enclosures, omheiningen, heet de tentoonstelling van de Rotterdamse tekenaar Paul van der Eerden (1954) in Museum Boijmans Van Beuningen. Van der Eerden, door de stadsredactie van het museum uitgenodigd om als gastconservator op te treden, maakte in het Prentenkabinet een expositie van zo’n honderd tekeningen en prenten uit de collectie en uit andere verzamelingen, en combineerde deze met dertig tekeningen van hemzelf.

De titel Omheiningen heeft een dubbele betekenis. Omheining in formele zin, als begrenzing, omkadering van de tekening op het blad papier. En omheining in psychische zin, als eenzaamheid en isolement, met alle benauwenis en bizarre fantasieën van dien.

Op de benedenverdieping overheerst de formele benadering. Een voorbeeld is de serie etsen van naakte atleten die de Renaissance-kunstenaar Juste de Juste vervaardigde rond 1540. De gespierde mannen staan op elkaars schouders en vormen met armen en benen geometrische patronen van horizontalen, verticalen en diagonalen. In de beroemde 15de eeuwse gravure van Antonio Pollaiuolo zijn naakte mannen in een gevecht verwikkeld tegen een decoratieve achtergrond van gebladerte. De donkere contouren van hun lichamen en de lijnen van hun dolken en bijlen, scheppen, samen met het bladerbehang, een dichte, evenwichtige vlakvervulling. De beeldhouwer Aristide Maillol tekende rond 1900 in rood krijt een bukkende vrouwenfiguur en zette met één vloeiende curve rug en billen op het papier. In een schets in pen en inkt van Jacoba van Heemskerck, ook rond 1900, wordt met enkele krachtige lijnen dwars over het blad papier een heuvellandschap geëvoceerd, terwijl de compositie tegelijk een sterk abstract karakter heeft.

Van der Eerden nodigt uit tot kijken naar indeling en invulling van het vlak, en pas in tweede instantie naar de afbeelding. Mooi is een potloodtekening in zwart en lichtroze van Van der Eerden zelf, van een geabstraheerd schimmenspel van clownsfiguren in een donker decor. Vensters en ogen zijn witte gaten in het grafiet, en het beeld is in tweeën gedeeld alsof het twee openliggende bladzijden zijn. Veel van de tekeningen van Van der Eerden tonen lichaamsdelen en handen binnen in min of meer geometrische composities.

Op de bovenverdieping krijgt het bizarre en surreële de overhand, zowel in zijn eigen werk als in dat van anderen. „Ik blijf me verbazen over het feit dat je als mens bent opgesloten in je eigen lichaam”, zegt Van der Eerden in een interview. Die verbazing wordt hier goed zichtbaar. Armand Simon en Elmar Trenkwalder, vertegenwoordigers van zogenaamde Outsiderart, kunst van geestelijk gehandicapten, tekenden op obsessieve wijze maskers en theaterdecors die sterk verwant zijn met het Surrealisme. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vulde de Poolse kunstenaar Edmund Monsiel op zijn zolderkamer ieder hoekje en gaatje van het papier met monsters en gezichten. Bijzonder zijn de cartoons en groteske taferelen van Puvis de Chavannes, lid van de 19de eeuwse beweging van de Nabis, die de andere kant tonen van zijn utopische, sprookjesachtige werk.

Voor het werk van Van der Eerden zelf geldt dat zijn tekeningen aan zeggingskracht winnen naarmate ze dubbelzinniger en raadselachtiger zijn. Zoals in een tekening in grafiet en rood kleurpotlood waar zich, op een soort rechthoekige grafzuil, een boom aftekent die ook een naakt vrouwenlichaam zou kunnen zijn.

De tentoonstelling is een typische kunstenaarstentoonstelling, die op een boeiende manier inzicht geeft in het beeldend denken van Paul van der Eerden en dat van anderen. Hij is een groot liefhebber en kenner van de geschiedenis van de tekenkunst, terwijl hij voor zijn eigen werk een kleine niche gecreëerd waar hij heer en meester is. Deze beperking is zijn kracht.