Tonen waar we ons voor schamen

Ramad Dance zoekt de grenzen van de censuur op in politiestaat Syrië. Het dansgezelschap maakt een dubbelvoorstelling met twee Nederlandse choreografen. „Die angst voor het lichaam!”

Lawand Hajo in ‘Who opens the door?’ Dans in Syrië Reportage uit Syrië over de verwikkelingen rond het enige modernedansgezelschap in het land, Ramad Dance. PAGINA 8, 9

In het theater in Aleppo, de tweede stad van Syrië, zitten een stuk of zes mannen naast elkaar op één rij in de theaterzaal. Ze spreken niet en ze hebben geen familie of vrienden naast zich – zoals de andere toeschouwers. Zwijgend filmen ze de voorstelling met hun hypermoderne mobiele telefoons in de aanslag. Een uur lang torenen hun armen boven de hoofden van anderen uit. Op de achterste rij, tegen de muur van het theater zit een vrouw met een camera, ook alleen. Ik vraag discreet aan een Syriër die voor een Nederlandse organisatie werkt of dit de leden van de gevreesde geheime dienst zijn. Mijn kennis haalt zijn schouders op en mompelt ontwijkend: „Misschien, misschien ook niet.”

Stomme vraag natuurlijk. Grote kans dat hij zelf een stille is. Syrië is een dictatuur waarin vrije meningsuiting niet bestaat en je nooit weet wie je kunt vertrouwen. Syriërs praten in het openbaar nooit over politiek of religie, de twee grote taboes van de politiestaat. Het land houdt ook niet van westerse journalisten. Dus reis ik met het Ramad Dance, het enige gezelschap voor moderne dans in Syrië, mee als ‘huisvrouw’.

Ramads artistiek leider, danser en choreograaf Lawand Hajo, doet een paar dagen later luchtig over de filmende mannen. „Een aantal jaar geleden moest ik mijn voorstellingen nog vooraf aan een censuurcommissie laten zien, de laatste jaren is dat door de komst van de nieuwe president [Bashar al-Assad in 2000, red.] niet meer nodig.” Zien de autoriteiten Hajo als een ongevaarlijke clown met zijn moderne dans? Het zou kunnen, maar hoe dan ook biedt de cultuur in Syrië inmiddels een vrijplaats voor het aankaarten van verboden thema’s.

Hajo (32) zit achter het stuur van zijn SUV, die hij cadeau heeft gekregen toen hij een choreografie in Qatar maakte. Al manoeuvrerend door het achtbaanverkeer van Damascus vertelt hij dat hij „de dingen die verborgen zijn, de dingen waarvoor mensen zich schamen” wil tonen. Hajo zelf is opgegroeid in een modern Koerdisch gezin. „Ik vind het behoorlijk achterlijk dat we bijvoorbeeld niet open kunnen praten over hoe mannen en vrouwen met elkaar omgaan. Dat vrouwen die zelfstandig zijn als enorme bitches worden gezien. En dan die angst voor het lichaam!”

Dat laatste is voor een choreograaf extra ingewikkeld, omdat het lichaam nu eenmaal de uitdrukkingsvorm van de dans is. „Het is toch het mooiste kostuum dat we hebben?”, zegt Hajo. „Het publiek is niet gewend een lichaam op toneel te zien is, dus liet ik ooit de dansers in huidkleurige pakken dansen. Ze vonden me maar brutaal. Maar ik wil dingen openbreken.” Zijn choreografie in de dubbelvoorstelling Risaleh heet dan ook Who opens the door?

De Nederlandse choreografen

Feri de Geus (51) en Noortje Bijvoets (40) hebben afgelopen zomer met Ramad Dance een dubbelvoorstelling gemaakt in hoofdstad Damascus. Ze begonnen met een training. De Geus: „Het niveau van de dansers ligt naar onze maatstaven laag. Als Noortje de dansers trainde en een attitude voordeed [balletpose met één been naar achter geheven] waren de dansers er echt van overtuigd dat ze haar precies nadeden. Ik zag alleen maar een plassende hond.”

Het kostte moeite om de dansers vrijelijk over hun verlangens of over de samenleving te laten praten. En dat terwijl de persoonlijke verhalen de basis van de voorstelling moesten worden. De Geus en Bijvoets wonnen het vertrouwen van de Syriërs tijdens de interviews die zij hielden met de dansers. Toen kwamen ook de vragen los. „Is het waar dat je bij jullie vrouwen van achter een raam vandaan kunt kopen?” En: „Wat doen wij Arabieren fout? Waarom zijn we de paria’s van de wereld geworden? Denkt iedereen bij jullie net als George Bush dat we schurken zijn? Waardoor is onze ooit zo hoogstaande cultuur verdwenen?”

De samenwerking is uitgemond in Risaleh, die bestaat uit Sounds of water and morevan De Geus en Bijvoets en Who opens the door van Hajo. De dubbelvoorstelling gaat uiteindelijk vooral over de manier waarop je wat niet gezegd mag worden, toch kunt verbeelden. Bijvoets: „Wij hadden in onze voorstelling een solo waarin een van de dansers iets wil zeggen, maar het hem maar niet lukt omdat zijn hand telkens in zijn mond zit. Er komt alleen maar geluid uit zijn keel.”

Lawand Hajo nam dit idee voor zijn voorstelling over in een scène met twee dansers. „Met hun handen in elkaars mond lukte het praten niet. Het lijkt flauw maar het kopiëren van dit ‘mondsnoeren’ is een eerste begin voor een nieuwe manier van theater maken”, zegt Bijvoets.

In het theater in Aleppo zie

ik de eerste doorloop van Risaleh. Weinig dubbelzinnig staat er in Who opens the door van Hajo een poort op het toneel. Bepakt met rolkoffers zitten en wachten de dansers op degene die de poort opent. Buiten de poort is het beter toeven en doen doorzichtige sluiers even dienst als hoofddoek, maar ook als beenversiering. Samen in één T-shirt dansen twee mannen een duet. Varianten hierop waren vele jaren geleden al bij De Geus en Bijvoets te zien, maar ook bij het Nederlands Dans Theater was het gedeelde kostuum een mode.

In een andere, weer authentiek ogende scène beweegt een van de danseressen verleidelijk als een elegante Sherazade. Vier mannen proberen haar te verleiden. Zodra ze is geschaakt, is het uit met de pret en krijgt ze een zwarte sluier omgeworpen. Ik denk nog: ja, zo gaat dat toch in een islamitische cultuur?

Tot mijn verbazing doet deze wat kinderlijke scène het meeste stof opwaaien na de première. De sluierkwestie ligt gevoelig in Syrië, dat vele geloofsgemeenschappen kent: de Armeense gemeenschap woont naast de christelijke, Grieks-orthodoxen wonen naast diepgelovige en niet belijdende moslims. De dictatuur houdt de heterogene samenleving ‘vredig’ in stand, maar de machthebbers zien in het overal groeiend aantal moslimextremisten een gevaar voor de eigen positie. Niet dat toeschouwers ook maar iets tegen ons Nederlanders zeggen over sluiers, maar Lawand Hajo vertelt dat hij na de première omfloerst boos werd aangesproken: „Ze zeiden: waarom moest juist jij in jóuw stuk de sluierkwestie aanslingeren? Er waren toch Nederlanders bij? De vuile was van Syrië hoeft toch niet buiten gehangen?”

Het stuk van Feri de Geus en Noortje Bijvoets gaat in mijn ogen verder, maar blijkt veel minder aanstootgevend. De choreografen laten bidbewegingen zien, teruggebracht tot abstracte dans; in pijen, dan wel; Arabische jalabiyas (mannenjurken) zitten de dansers geknield en buigen ze heen en weer. Niemand van het publiek laat merken dat Lawand Hajo, die in een geel bananenrokje á la Josephine Baker als een derwisj rondwervelt, zich beweegt als een homo met heuse knikhandjes. Homoseksualiteit in Arabische landen bestaat immers niet. En is Hajo niet met een vrouw getrouwd?

De mannen met de mobieltjes sluipen onder het applaus voor Risaleh weg. Er gebeurt verder niets. Met eten en waterpijpen vieren de dansers hun triomf: het theater was vrijwel ‘uitverkocht’ (in Syrië is het theater gratis). De dictatuur heeft in elk geval geen lamgeslagen Oostblok-mentaliteit opgeleverd: technicus Bassam Hmedi heeft ’s nachts doorgewerkt om alle huurlampen perfect in te hangen. Het woestijnzand zat weliswaar nog in de faders, maar voor Nederlandse lichtontwerper Pink Steenvoorden was het een verademing een keer niet volgens strenge Arbo-regels, Iso-normen of brandweervoorschriften te hoeven werken.

Na een vrolijke busreis van Aleppo naar Damascus doet de de volgende dag de politieke werkelijkheid weer zijn intrede. Een van de dansers vertelt dat hij al jaren een serieuze relatie heeft met zijn christelijke vriendin. Hij is afkomstig uit een familie van Druzen, een kleine mystieke geloofsgemeenschap. Trouwen is voor hen uitgesloten: twee geloven op één kussen is onwettig. „Ik kan met haar naar Libanon vluchten en daar trouwen. Maar dan raken we beiden onze families kwijt. Een onmogelijke keuze”.

Het is precies het drama van zijn land en zijn cultuur dat Hajo in zijn werk aan de kaak wil stellen. „Ik ben door de samenwerking met De Geus en Bijvoets verder gegaan dan ooit. Vroeger maakte ik alles vanuit emotie, nu gebruik ik eerst mijn hersenen. Door Feri en Noortje sta ik sterker, hun aanwezigheid draagt bij aan de reputatie van Ramad Dance en dus de mogelijkheden om nieuwe en betere stukken te maken. De deur staat nu een stuk verder open.”