Officier met geheugenverlies

Het proces tegen de Hells Angels zou gaan over drugs, wapens en mishandeling. Het gaat nu over grove fouten van justitie. De strafzaak lijkt vastgelopen.

Onder elkaar spreken de Hells Angels van een variant op de ziekte van Alzheimer. Ze noemen het ‘Oldekamp’. Het is geen gewone vergeetachtigheid, maar een vorm van niet willen weten terwijl je overal bij betrokken was. En het is zo erg dat zelfs eigen aantekeningen geen soelaas meer bieden. „Ik wou dat ik het terug kon halen”, zeg je dan.

Het ‘ziektebeeld’ bleek gisteren toen de Amsterdamse rechtbank officier van justitie Gert Oldekamp (42) voor de tweede keer hoorde als getuige in het Hells Angels-proces. Terecht staan 21 leden van de motorclub en hun verstoten ex-president, ‘big’ Willem van B. Ze zijn aangeklaagd wegens lidmaatschap van een criminele organisatie, verboden wapenbezit, geweldsmisdrijven en drugshandel.

Officier van justitie Oldekamp, die het onderzoek naar de Hells Angels jarenlang leidde, moest zich verantwoorden voor het afluisteren van gesprekken tussen de verdachten en hun advocaten. Uitgewerkte verslagen ervan werden, in strijd met de regels, jarenlang bewaard. Politiemensen die betrokken waren bij het strafrechtelijk onderzoek, konden ze onbelemmerd lezen. De advocaten vermoeden dat die informatie ook is gebruikt om het onderzoek ‘te sturen’. En dat is verboden.

De verslagen waren keurig verzameld in een groene map. Er was zelfs een lijst van de gesprekken „met kruisjes en krulletjes”, om aan te geven wat als „geheimhoudersgesprek” kon worden aangemerkt. Inhoudelijk overleg tussen advocaat en cliënt moet immers wettelijk geheim blijven. Tot de gesprekken die niet geheim hoeven te blijven, behoren contacten „over ditjes en datjes”, of gesprekjes om een afspraak te maken.

Maar ook daar heeft Justitie niets mee te maken, zeiden de advocaten gisteren. „Daar moeten ze heel gewoon met hun tengels van afblijven”, aldus raadslieden Bram Moszkowicz en Nico Meijering.

Gert Oldekamp, inmiddels werkzaam op het Landelijk Parket, kreeg voor de blunders al een uitbrander van hoofdofficier Bas Nieuwenhuizen. Oldekamps optreden als getuige gisteren was opmerkelijk. Op de meeste vragen van de rechtbank kwam het antwoord: „Kan ik me niet herinneren.” Om direct het vermoeden van onwil te pareren met: „Ik wilde echt dat het anders was.” De officier had er in alle gevallen ook nog zijn eigen, „zeer uitgebreide” aantekeningen op nagekeken, maar niks gevonden.

De groene map die Oldekamp tijdens het onderzoek in handen was geduwd, kende hij nu niet meer. De lijst met kruisjes en krulletjes had hij evenmin gezien. Een enkele keer zei hij ruimhartig: „Dat het niet goed is gegaan, zie ik ook wel.” Maar het zal hem „geen tweede keer gebeuren”.

De advocaten Moszkowicz en Meijering noemden het gisteren duidelijk dat „de leider van een groot strafonderzoek geheel de regie kwijt is geraakt, erger nog, de regie uit handen heeft gegeven”. Ze onderstreepten dat het vooral aan de rechtbank te danken is dat de fouten aan het licht zijn gekomen. President Lommen-van Alphen besloot, nadat een uitgewerkt verslag van een afgetapt telefoongesprek was opgedoken, het proces te onderbreken en te onderzoeken op welke schaal de regels waren geschonden.

„Er is geen enkele basis meer voor vertrouwen in dit OM”, aldus de advocaten, die niet geloven dat het om toevallige fouten gaat. „Hier is stelselmatig gehandeld, doelbewust zijn de regels aan de laars gelapt.”

De opvolgers van Oldekamp, de officieren van justitie Zwinkels en Schram mogen zich volgende week verdedigen tegen de beschuldingen aan het adres van het OM.