Macht, moord en mafkezen

Jac. Toes en Thomas Hoeps: Kunst zonder genade. De Geus, 316 blz. € 18,90.

Veel artistieker dan een kunstwerk dat feitelijk niet bestaat kun je het niet krijgen. Tot die conclusie moeten de schrijvers Jac. Toes (Nederlander) en Thomas Hoeps (Duitser) tijdens de research voor een grensoverschrijdend thrillerproject zijn gekomen. De vergaande vervreemding die kunstwerken uit de grensregio bewerkstelligen, loopt namelijk door tot in de kern van hun roman.

Kunst Zonder Genade heet hun boek in Nederland. In Duitsland verscheen het onder de titel Nach allen Regeln der Kunst. Beide versies zijn eentalig; de ‘buitenlandse’ hoofdstukken zijn in vertaling opgenomen. Een integraal origineel bestaat dus niet, alleen twee afgeleide kunstwerken.

Vorig jaar publiceerde Toes samen met dichter/militair Arnold Jansen op de Haar een spannend boek rond het WK voetbal. Ook dat was een artistiek unicum, zij het van een andere orde. Het was als ‘interactief feuilleton’ in de krant verschenen en kwam als inderhaast gecomponeerde roman in de boekhandel. De gevolgen van dat werkproces waren te duidelijk: iets te veel branie en veel te veel haast. Maar vaart had het.

Kunst zonder Genade heeft minder vaart. Het is geschreven in opdracht van een conglomeraat van Nederlandse en Duitse musea. Het is dus een publicitair initiatief, hoewel het dat niveau subliem overstijgt. Het is een kunst- en cultuurdebat in thrillervorm geworden.

De hoofdrollen zijn weggelegd voor de eigenwijze Mickey Spijker, een psychologe van de Arnhemse politie, en de excentrieke Robert Patati, een Duitse restaurateur. Ook deze twee werken grensoverschrijdend samen wanneer er moorden worden gepleegd in de kunstwereld. Een gek verwerkt een slachtoffer in een kunstwerk. Het lijkt een statement. En dat blijkt het ook te zijn als er gaandeweg meer doden vallen die in steeds grotesker en gruwelijker kunstobjecten worden opgenomen. Zoiets moet je – post-Dan Brown – duiden om de dader te vinden. Maar uiteraard zijn er complicerende factoren in de vorm van activistische kunststromingen, autoritaire leidinggevenden en een cultureel bevlogen lid van de clerus.

Toes en Hoeps (hoe spreken ze dat in Duitsland uit?) geven geen lichtvoetig of optimistisch beeld van de kunstwereld. Zij bevolken het wereldje met dwaze idealisten, frauduleuze ondernemers, opportunistische machthebbers, seksueel geperverteerden en volslagen krankzinnigen. Daarmee krijgen ze het boek niet spannend in de klassieke zin van nagelbijten en haastig doorbladeren. Hun schrijfstijl is daarvoor ook te secuur en de informatiedichtheid te groot. Maar ze laten je wel heerlijk dwalen door een bizarre beeldentuin met subculturele soundtrack.