‘Kop dicht en eten’ bij Martin en Bea

Gezellig aanschuiven bij vaste klanten en toeristen voor stevige Hollandse pot.

Dat kan in Het Eethuisje van Delfshaven, een stukje Amsterdam in Rotterdam.

Frans Wolthuis, vader van kok Martin, helpt serveren in Het Eethuisje van Delfshaven. Foto Bas Czerwinski 14-11-2007, ROTTERDAM. "HET EETHUISJE VAN DELFS HAVEN". FOTO BAS CZERWINSKI horeca eetcafe's Czerwinski, Bas

Echt gebeurd: een paar Amerikaanse toeristen stappen onlangs achter de Dam op de tram. „Wat zou de Hollandse keuken zijn?”, vraagt er een. „We hebben hier Chinees gegeten en Turks en Mexicaans. Maar nergens zie je Nederlandse restaurants.” De toeristen peinzen nog even en concluderen: waarschijnlijk bestaat er niet zoiets als typical Dutch food.

Hadden ze maar een bezoek gebracht aan een stukje Amsterdam van Rotterdam: Historisch Delfshaven, de middeleeuwse parel van minister Vogelaars gelijknamige probleemwijk. Daar koken Martin (55) en Bea (47) Wolthuis zes dagen per week Hollandse pot in Het Eethuisje van Delfshaven. Een van de laatste tentjes in zijn landelijke soort, rekent Martin uit.

In het gevelpandje aan de Mathenesserdijk zat vroeger de snackbar van John en Lenie Koreman. „Achter in de keuken kookten John en Lenie voor zichzelf”, vertelt Bea. „De klanten roken dat en vroegen ook naar die Hollandse maaltijden. Zo is het idee van een huiskamerrestaurantje ontstaan. Wij hebben dat doorgezet en zitten er net elf jaar.”

Martin heeft er een „houten vloer ingegooid” en de keuken opengebroken („ik wil zíen wat er gebeurt”). Voor de rest is het interieur vrijwel onveranderd. Boven het behang en de schilderijtjes hangt een overkapping van dakpannetjes met kerstverlichting. Bij drukte delen eters ongedwongen de tafels met fineerblad, maggi en een vetplantje.

De dagschotel (afhalen kan ook) kost 7,20 euro, inclusief de „grappies” van Martin en Bea. „Het is hier geen ambiance van wit linnen en dure servetten”, aldus Martin. „Ik zeg altijd: kop dicht en eten.” Waar klanten op kunnen rekenen zijn verse ingrediënten, flinke porties en ouderwetse, Rotterdamse gezelligheid. Martin: „Wat je hier ziet, zie je echt niet in Parkheuvel.”

Behalve op zaterdag, want dan is het eethuisje gesloten. Dan komt er teveel publiek uit Tapperij Vanouds ’t Kraantje, zegt Martin. „Eerst biertjes drinken en halverwege de avond komen voor een biefstukkie. Daar heb ik geen zin in. Al houdt Bea ze altijd goed in toom. Onze gasten zijn niet allemaal lieverdjes, maar hier gedragen ze zich.”

Als mensen vragen naar de klandizie, zeggen Martin en Bea altijd ‘van bankdirecteur tot junk’. „Tachtig procent is vaste klant”, schat Martin. Er zitten veel alleenstaanden tussen. „We gaan naar Bea, zeggen ze dan”, vertelt Bea. „Ik zeg altijd ‘relaties zijn ons faillissement’. Dan zie je ze plotseling een poosje niet. Tot het weer over is.”

Toeristen komen er ook. Het eethuisje ligt tegenover het historische haventje waar een deel van de Pilgrimfathers in 1620 inscheepte voor de overstap op de Mayflower in Southampton. Martin: „Ze komen uit heel de wereld kijken. Amerika, Korea, Argentinië. Iemand van het Jong Philharmonisch zei dat we zelfs op een Japanse website staan.”

Het Eethuisje van Delfshaven, Mathenesserdijk 436 in Rotterdam. Eten en afhalen (010-4254917) van Hollandse maaltijden, dagelijks van 16.00 tot 21.00 uur. Zaterdag gesloten.