Joodse huizen voor Jeruzalem

Israël is van plan nieuwe huizen te bouwen in bezet Oost-Jeruzalem.

Het laat zo zien dat het de joodse wijken daar niet op zal geven aan de Palestijnen.

Nog geen week nadat in Annapolis de aanzet was gegeven tot Israëlisch-Palestijnse vredesonderhandelingen, kondigde Israël deze week tot woede van de Palestijnen de bouw aan van 307 appartementen in Har Homa, een joodse wijk in bezet Oost-Jeruzalem.

Ook tijdens het in 1993 in Oslo gestarte vredesoverleg tussen premier Rabin en de Palestijnse leider Arafat ging de bouw in de Israëlische nederzettingen in bezet gebied in hoog tempo door. Hetzelfde gebeurde in 2000, toen premier Barak en Arafat in Camp David probeerden – tevergeefs – een einde te maken aan het Israëlisch-Palestijnse conflict. Tegen deze achtergrond is de aankondiging niet verrassend.

Het Israëlische argument voor wat de Palestijnen zien als psychologische ondermijning van een vredeskans na Annapolis, is dat Har Homa door de annexatie van Oost-Jeruzalem in 1967 Israëlisch gebied is. Het gaat de Palestijnen volgens deze gedachtegang niets aan. Dat de Palestijnen de bouw in Har Homa beschouwen als een schending van de Israëlisch-Palestijnse verklaring die in Annapolis het licht zag, ligt voor de hand.

Wat zijn de Israëlische motieven? In de eerste plaats is het een aanwijzing dat Israël de grote joodse wijken die na 1967 rond Groot-Jeruzalem zijn verrezen, niet zal prijsgeven. De aangekondigde bouw in Har Homa kan ook worden uitgelegd als een poging kolonisten en nationalistische partijen wind uit de zeilen te nemen. Premier Ehud Olmert heeft duidelijk gemaakt dat Israël bereid is Palestijnse vluchtelingenkampen en dorpen die als gevolg van annexatie in Groot-Jeruzalem zijn komen te liggen in het kader van een vredesregeling over te dragen aan een Palestijnse staat.

Dat gaat de nationalisten te ver. „De Britten hebben Londen als hoofdstad, de Fransen Parijs en wij hebben verenigd en bevrijd Jeruzalem als onze hoofdstad. Jeruzalem staat boven alle meningsverschillen, reikt boven alles uit. Laten we ons identificeren met Jeruzalem, laten we er een gouden strik om doen”, is de tekst van vele malen per dag over radio Israël te beluisteren perscampagne tegen deling van Jeruzalem. Deze campagne wordt gefinancierd door tegenstanders van Olmerts toenadering tot de Palestijnen.

Aangezien Jeruzalem bij de meeste Israëliërs meer nationalistische en religieuze emoties oproept dan de Israëlische greep op de Westelijke Jordaanoever (Judea en Samaria), wordt Jeruzalem de speerpunt van het verzet tegen de intenties van Olmert grote gebieden ten oosten van de veiligheidsbarrière op te geven. Deze barrière (de ‘muur’) kronkelt ruim 400 kilometer over de Westelijke Jordaanoever en snijdt door Jeruzalem. De grote Israëlische nederzettingenblokken in bezet gebied liggen ten westen ervan.

De Israëliërs krijgen van hun leiders deze dagen uitspraken te horen die tien jaar geleden tot grote demonstraties zouden hebben geleid maar nu in een klimaat van politieke apathie worden geslikt. „Ik zou willen dat we terug waren in juni 1967”, riep minister Ben Eliezer. Hij gaf daarmee uitdrukking aan zijn diepste gevoelens dat de kolonisering van de Palestijnse gebieden na 1967 een ernstige beoordelingsfout is geweest.

Premier Olmert voorspelde deze week het einde van Israël indien er naast Israël geen Palestijnse staat ontstaat. Het is niet eerder voorgekomen dat een premier in het openbaar het einde van Israël voorspelt. Hij zei dat zijn vader ongelijk had toen hij zich tegen het delingsplan van Palestina verzette.

De krant Ma’ariv berichtte deze week dat het kantoor van premier Olmert in het parlement tegen raketten is beveiligd. Ook minister Livni van Buitenlandse Zaken moet nu van de Shin-Bet, de binnenlandse veiligheidsdienst de ‘bunker’ in. Kennelijk houdt de Shin-Bet, na de politieke moord op premier Rabin in 1995, rekening met een aanslag van joodse terroristen op Olmert.

Ondertussen is bij het parlement een wetsontwerp ingediend dat tot doel heeft kolonisten uit bezet gebied die bereid zijn hun woonplaatsen te verlaten, voor het verlies van hun woningen te compenseren. Geschat wordt dat van de tegen de 100.000 kolonisten ten oosten van de veiligheidsbarrière (in toekomstig Palestijns gebied) 70 procent op vrijwillige basis de huidige woonplaatsen zal verlaten. Het gaat om kolonisten die om financiële redenen – goedkope behuizing, belastingvoorrechten en dergelijke – en niet vanuit ideologische overtuiging zich indertijd in bezet gebied hebben gevestigd.