Je kunt moslims niet weren uit een restaurant

De SGP mag vrouwen gesubsidieerd uit bestuursfuncties weren, vindt de Raad van State.

Maar wat vindt de civiele rechter ervan?

„Het is net alsof je zegt: het is niet erg dat dit restaurant geen moslims en zwarten toelaat, want er zijn nog genoeg andere restaurants waar ze wel terecht kunnen.” Zo ziet advocaat Tom Barkhuysen het vonnis van de Raad van State. Die besloot woensdag dat de orthodox-christelijke Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) toch recht heeft op overheidssubsidie. Die was twee jaar niet uitgekeerd: de civiele rechtbank in Den Haag vond subsidie voor een partij die geen vrouwen tot bestuurlijke functies toelaat in strijd met het internationale VN-Vrouwenverdrag.

De rechtbank zit ernaast, oordeelde de Raad van State: er zijn genoeg andere partijen waar ‘SGP-vrouwen’ terecht kunnen, en ze kunnen desnoods zelf een partij oprichten. Volgens de Raad van State geeft het Vrouwenverdrag vrouwen niet het recht om lid te zijn van álle politieke partijen in Nederland, maar verplicht het staten alleen ervoor te zorgen dat vrouwen kunnen deelnemen aan het democratische proces. En dat is in Nederland geen probleem.

„Een principieel piketpaaltje in de strijd voor gelijke vrouwenrechten is met deze wankele motivering weggeslagen”, zegt advocaat Barkhuysen, die het Clara Wichmann Proefprocessenfonds vertegenwoordigt. Het instituut was één van de organisaties die de zaak tegen de SGP aanspande.

De uitspraak van de Raad is volgens Barkhuysen, ook hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden, gebaseerd op een „onjuiste interpretatie van het Vrouwenverdrag”. Hij verwijst naar diverse rapporten van VN-organisaties, die juist wel vinden dat uitsluiting van vrouwen door de SGP in strijd is met het verdrag.

„Een politieke ideologie is geen bord patat”, zegt politicoloog Rudy Andeweg. De vergelijking met een discriminerend restaurant van Barkhuysen vindt hij niet opgaan. Het is een essentieel onderdeel van een vitale democratie dat ook partijen die streven naar wijziging van de Grondwet de vrijheid hebben zich te ontplooien, „hoe abject hun standpunten ook zijn”.

Ook als ze daarin de grenzen van de wet opzoeken. „Het zou idioot zijn van de SGP te eisen dat ze vrouwen intern gelijke kiesrechten geven, terwijl ze ook voor Nederland ijveren naar een verandering van het kiesrecht.” Natuurlijk moet ook een politieke partij zich aan de wet houden, zegt Andeweg. „Maar een politieke partij heeft meer vrijheid dan een voetbalvereniging.”

Het einde van de discussie over de subsidiëring lijkt nog niet in zicht. Dat komt door een juridische kronkel. De Raad van State, die vindt dat de subsidiëring moet worden hervat, is in het bestuursrecht de hoogste rechter. Maar de zaak kwam aan het rollen in een civielrechtelijke procedure. Daarin besloot de rechtbank in Den Haag dat de subsidiëring moest worden stopgezet.

Toen de minister de subsidie op grond van die uitspraak stopzette, tekende de SGP daar beroep tegen aan. Daardoor ontstond een tweede rechtsgang, nu bij de bestuursrechter. Deze tweede rechtsgang is nu afgerond, terwijl de eerste procedure nog loopt.

De minister tekende namelijk hoger beroep aan tegen het vonnis van de civiele rechtbank. Het gerechtshof in Den Haag, heeft de zaak al inhoudelijk behandeld, maar moet zijn oordeel nog geven.

Het gevolg: de Raad van State eist van de minister dat de subsidie wordt uitbetaald, terwijl er nog een uitspraak van de civiele rechter ligt die de minister dwingt de subsidie stop te zetten. „Het is onwenselijk dat de Raad van State de civiele procedure zo doorkruist heeft”, zegt Barkhuysen.

Wat de civiele rechter ook besluit, „in de praktijk zal het geen bal uitmaken”, denkt politicoloog Andeweg. Ook als de civiele rechter de SGP zou dwingen vrouwen tot bestuursfuncties toe te laten, verandert er niets. Andeweg: „Die paar vrouwelijke leden van de SGP krijgen echt geen vrouw op een kandidatenlijst.”

Lees het commentaar over de SGP op pagina 19

Moet de SGP subsidie krijgen of niet? Discussier mee op nrcnext.nl/opinie