Iraanse dader Mykonosmoord komt vrij

Tien jaar na zijn veroordeling tot levenslang komt de Iraanse hoofddader van de moord op vier Iraanse opposanten in Berlijn vrij. Ballingen denken aan een deal.

Bijna geruisloos laat Duitsland deze maand – mogelijk al morgen – de Iraanse hoofddader van een geruchtmakende politieke moord in Berlijn vroegtijdig vrij. De kwestie leidde tien jaar geleden tot grote diplomatieke spanningen tussen de Bondsrepubliek en Europa enerzijds en Iran anderzijds. In Iraanse ballingenkringen wordt gespeculeerd over een deal.

Kazem Darabi (44) schoot op 17 september 1992 drie vooraanstaande leden van de Democratische Partij Koerdistan-Iran (DPKI) dood, alsmede hun tolk-politicus. De moord had plaats in het Griekse restaurant Mykonos in de Berlijnse wijk Wilmersdorf. De drie DPKI-leiders woonden in Berlijn een congres bij van de Socialistische Internationale.

Darabi en een andere hoofdverdachte, de Libanese beroepsmoordenaar Abbas Rhayel, werden aangehouden. Darabi bleek een agent te zijn van de Iraanse geheime dienst VEVAK. Hij was het brein achter de aanslag en hoofduitvoerder. Beiden werden meteen vastgezet, waarna een langdurige juridische procedure begon. Het was voor het eerst dat verdachten van een politieke moord op leden van de Iraanse oppositie in Europa werden berecht. Na een proces van ruim vier jaar veroordeelde de rechtbank op 10 april 1997 Darabi en Rhayel tot levenslang.

Uniek aan de uitspraak was dat ook drie Iraanse politici alsmede de Opperste Leider van het land medeverantwoordelijk voor de aanslag werden gehouden: toenmalig president Rafsanjani, minister van Buitenlandse Zaken Velayati, minister van Inlichtingendiensten Fallahian en ayatollah Ali Khamenei. Die laatste is nog steeds in functie. Met name het politieke aspect van de uitspraak leidde tot een maandenlange diplomatieke breuk tussen Duitsland – later Europa – en Iran.

Vorige maand maakte het hoogste federale gerechtshof van de Bondsrepubliek bekend dat de daders van de ‘Mykonos-moorden’ vervroegd worden vrijgelaten en uitgewezen. Het is volgens de Duitse justitie geen uitzondering dat buitenlandse daders vervroegd vrijkomen om de rest van hun tijd uit te zitten in het land van herkomst. Artikel 456a van het Duitse Wetboek van Strafrecht zou deze mogelijkheid bieden.

Levenslang in Duitsland duurt doorgaans maximaal 23 jaar. Als gevangenen tweederde daarvan hebben uitgezeten, circa 15 jaar, kunnen ze worden vrijgelaten. Een wetmatigheid is dit echter niet. Enkele leden van de Rote Armee Fraktion zitten nog vast.

De kans dat Darabi in Iran achter de tralies verdwijnt, is volgens Iraanse vluchtelingen in Berlijn te verwaarlozen. „Hij zal eerder met gejuich worden ontvangen. Het regime ziet hem als een held. Het is zeer te betreuren dat deze moordenaar nu al vrijkomt”, zegt een Iraanse asielzoeker onder voorwaarde van anonimiteit.

In vluchtelingenkringen gaat het hardnekkige gerucht dat Darabi wordt vrijgelaten onder een geheime regeling tussen Berlijn en Teheran. Hij zou als uitruil dienen voor de vrijlating van de Duitser Donald Klein, een hobbyvisser die op een vistocht in Iran werd aangehouden en anderhalf jaar werd opgesloten. Klein kwam in maart van dit jaar vrij. In zijn cel kreeg hij volgens het Duitse Handelsblatt te horen dat hij daar zat „wegens Kazem Darabi”.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Berlijn wenst niet in te gaan op speculaties over deze zaak. „Er bestaan in het geheel geen afspraken met Iran hierover”, aldus een zegsman.

In de Berlijnse wijk Wilmersdorf, in de Prager Strasse 2a – waar ooit restaurant Mykonos was gevestigd en waar nu een Vietnamees eethuis zit – herinnert een gedenkplaat op het trottoir aan de moord op de vier Iraniërs. „Op deze plaats in het toenmalige restaurant Mykonos werden op 17 september 1992 de leidende vertegenwoordigers van de Democratische Partij Koerdistan-Iran DPKI dr. Sadegh Sharafkandi, Fattah Abdoli, Homayoun Ardakan en de in Berlijn wonende politicus Nouri Dehkordi vermoord door de toenmalige machthebbers in Iran. Ze stierven in de strijd voor de vrijheid en de mensenrechten.”