Het werd een onverwacht succes, dat sms

Wereldwijd stuurden we dit jaar al twee biljoen sms’jes, en dan moet Kerst nog komen.

Toch bestaat de techniek pas vijftien jaar. Van technisch foefje tot cultureel fenomeen.

„Merry Christmas” is misschien niet de meest originele groet die je kunt bedenken, erkent Neil Papworth. Maar toen hij op het punt stond ’s werelds eerste sms-bericht naar een mobiele telefoon te versturen, leek het hem wel gepast feestelijk, in ieder geval feestelijker dan „Mr. Watson, kom hier”, de eerste woorden die ooit over een telefoonverbinding werden gesproken.

Bovendien bevond Richard Jarvis, de man die de boodschap ontving, zich op een kerstfeestje in de buurt van het hoofdkantoor van Vodafone in Newbury, Groot-Brittannië, toen ‘de moeder van alle sms’jes’ deze week vijftien jaar geleden binnenkwam.

Omdat mobieltjes nog niet zo waren ontworpen dat je er afzonderlijke letters van het alfabet op kon typen, verzond Papworth, destijds een 22-jarige technicus, zijn historische groet vanaf een computertoetsenbord naar de mobiele telefoon van Jarvis.

Het duurde nog een paar jaar voordat mobiele telefoons in staat waren tekstberichten eenvoudig te versturen. En toen moesten we nog even wachten totdat tieners het sms’en ontdekten. De rest is, zoals het gezegde luidt, geschiedenis.

Vandaag de dag doorkruisen dagelijks honderden miljoenen sms’jes de ether. Ze zijn de ruggegraat van de omzet en winst voor de mondiale telecomindustrie. Zij hebben geleid tot een eigen taaltje. Sommige relaties vallen of staan met de kracht van de met de vingers ingetoetste tekstberichten van maximaal 160 tekens.

„Het is een cultureel fenomeen”, zegt Mike Short, voorzitter van de Britse brancheorganisatie Mobile Data Association. In Groot-Brittannië is het aantal wekelijks verstuurde sms’jes zojuist de één miljard gepasseerd, een stijging van zo’n 25 procent ten opzichte van een jaar geleden. Hoewel sms’jes nog steeds in zwang zijn voor het overbrengen van kerstgroeten en nieuwjaarswensen – Nieuwjaar is de dag waarop het meeste sms-verkeer plaatsheeft – worden ze ook gebruikt voor het stemmen op politici en beroemdheden, het spelen van spelletjes en het reageren op televisieprogramma’s en het kopen van kaartjes voor voetbalwedstrijden en rockconcerten.

Sms’jes maken je attent op vertragingen, ze waarschuwen groepen mensen voor noodsituaties, ze adverteren voor producten en diensten, het lenen van geld en het geven van informatie over je giro- of banktegoed.

Weinig deskundigen kunnen betrouwbare, recente cijfers verstrekken over het wereldwijde totaal aan sms’jes dat in een jaar tijd wordt verstuurd. Short houdt het op twee tot drie biljoen (2 tot 3 duizend miljard). Toch zijn communicatie-experts verdeeld over de vraag of dit soort tekstberichten over vijftien jaar nog bestaat.

Diverse alternatieve systemen voor het verzenden van tekstberichten via de telefoon die geavanceerdere technologie vergen – zoals het met msn’en vergelijkbare instant messaging, fotoberichten of via het internet verstuurde e-mailberichten – wachten in de coulissen om opvolger te worden van de short message service.

De kosten en de complexiteit van deze jongere concurrenten hebben ze tot nu toe tegengehouden. Als een nieuw systeem wil slagen, moet het naadloos functioneren op de netwerken van alle mobiele aanbieders in de hele wereld. Daarvoor is een tijdrovend proces nodig van bilaterale onderhandelingen, dat er ook voor gezorgd heeft dat het jaren duurde voor het sms’en een succes werd.

In december 1992 was het versturen van een eenvoudige kerstgroet naar één enkele telefoon nog ingewikkeld. Destijds, toen mobieltjes nog een nieuwigheid waren, was het verzenden van een tekstbericht „een behoorlijke prestatie”, aldus Short.

Jarvis en de teams die aan het werk waren bij de voorgangers van Vodafone en Airwide Solutions, waar Papworth werkt, zagen hun experimenten met tekstboodschappen als een aanvulling op het gebruik van piepers, het communicatiemiddel dat in die tijd populair was onder managers.

Brennan Hayden, die in de jaren negentig als technicus werkte bij het Ierse mobiele-telefoniebedrijf Aldiscon dat in tekstberichten had geïnvesteerd, zegt dat destijds maar weinig mensen in de telecommunicatiesector geloofden dat sms’en tot een op zichzelf staand communicatiemedium zou kunnen uitgroeien.

„Ze zeiden dat mensen het nooit zouden gebruiken, omdat ze geen zin zouden hebben om boodschappen op een telefoon in te toetsen”, aldus Hayden, die nu een baan heeft bij het Wireless Developer Agency in Michigan.

„Ik heb er altijd in geloofd”, zegt hij. „Ik dacht dat het iets zou kunnen zijn dat de wereld zou veranderen.” In juni 1993 verzond Hayden het eerste commerciële sms’je in Los Angeles. De tekst, bedoeld om kond te doen van de geboorte van een nieuw communicatiemiddel, luidde: ‘burp’.

Jay Seaton, hoofd marketing bij Airwide, gelooft dat er verschillende soorten berichtensystemen naast elkaar kunnen bestaan en dat mensen zullen kiezen voor het systeem dat doet wat zij willen. In westerse landen is sms’en bijvoorbeeld vooral populair onder jongeren.

„De bedrijfstak heeft er nog steeds moeite mee nieuwe diensten te verzinnen die net zo populair en winstgevend kunnen zijn”, zegt John Delaney, analist bij ict-bedrijf Ovum, die deze week in Londen een door Airwide georganiseerd verjaardagsfeestje voor sms bijwoonde. „Sms is eenvoudig, overal aanwezig, makkelijk in het gebruik en kosteneffectief.”

De jongste dreiging is het versturen van berichten met behulp van het internet. Net zoals telefoongesprekken gevoerd kunnen worden via een pc, kunnen ook tekstberichten worden verstuurd van een pc naar een mobiele telefoon. Internetbedrijven als Yahoo, maar ook beginnende bedrijfjes van studenten, proberen manieren te bedenken om onder de prijzen van mobiele aanbieders te gaan zitten.

Het kostenplaatje is trouwens nog steeds een gevoelig punt bij tekstberichten. Hoewel veel mensen denken dat sms’en gratis is omdat het bij hun abonnement zit ingesloten, kosten individuele sms’jes buiten de maandelijkse bundel zo’n 10 tot 15 cent per stuk. Aangezien de werkelijke prijs maar een paar cent bedraagt, levert dat de aanbieders een aanzienlijke winstmarge op.

Maar zeggen dat de aanbieders „slapend rijk worden” van het sms’en zou volgens Short overdreven zijn, omdat dan geen rekening wordt gehouden met de investeringen die bedrijven in het verleden in hun netwerken hebben gestoken, en ook nu nog moeten steken, om het versturen van tekstberichten mogelijk te maken.

Vooralsnog loopt dit goed. „Er zijn tegenwoordig bijna geen problemen meer met sms’jes die niet aankomen”, zegt Short.

Als Hayden vandaag de dag een boodschap verstuurt vanaf zijn Blackberry, kiest hij steevast voor de sms-optie en niet voor e-mail.

„Het is makkelijker om een telefoonnummer in te typen dan een e-mailadres”, zegt hij, „en voor de ontvanger is het minder werk om het berichtje even te lezen”.

Papworth geeft toe dat sms’en zo nu en dan best handig is. Een jaar geleden was hij blij een bericht met één druk op de knop aan een twaalftal mensen over de hele wereld te kunnen versturen toen zijn dochter geboren was.

Hij vond het echter minder leuk om te horen dat de dochter van een vriend, toen deze haar vertelde dat hij de man kende die het eerste sms’je had verstuurd, vroeg: „Leeft die dan nog?”

© International Herald Tribune 2007Vertaling: Menno Grootveld