Het geheugen werkt zo

De ladenkast van ontwerper Tejo Remy (47) is uitgegroeid tot hét kunstwerk van Dutch Design. Op de kunstbeurs Art Basel in Miami biedt het Amsterdamse design-label Droog dit weekeinde het honderdste exemplaar te koop aan.

Marjolijn Borsboom is een morgenster. Als ze haar kinderen naar school fietst, kijkt ze altijd met een schuin oog naar het huisvuil dat in Den Haag aan de straat is gezet. In de loop der jaren heeft ze een antenne ontwikkeld voor mooie vondsten. Feilloos spot ze de containers met bouwafval die een inspectie waard zijn.

Marjolijn Borsboom speurt naar laden: houten bureauladen, metalen laden van kantoorkasten, groentelades uit oude koelkasten, zeepbakjes van wasmachines – hoe verveloos en aftands ook, het is al snel goed. Alleen de mooie houten laden die ze ooit vond in de chique Valeriusstraat liet ze liggen. Maar dat was omdat ze vol zaten met gebruikte condooms.

De laden gaan achterop de fiets mee naar de werkplaats die ze samen met haar partner, meubelmaker Onno Schelling, heeft. Ze zijn de grondstof voor een wereldberoemd meubel, de ladenkast You can’t lay down your memory van ontwerper Tejo Remy. Deze in 1991 ontworpen kast – twintig chaotisch op elkaar gestapelde laden bijeengehouden met een band – eindigde vorig jaar als jongste ontwerp in de toptien van het Beste Nederlandse Design, de internetverkiezing van NRC Handelsblad en de Premsela Stichting.

Zeker twintig musea, van Boijmans in Rotterdam tot het Moma in New York, hebben een exemplaar van de kast in de vaste collectie. Zonder overdrijven kan het recyclemeubel van Remy bestempeld worden als hét hedendaagse kunstwerk van Dutch Design.

Het is geen toeval dat wie dezer dagen in het Grand Palais in Parijs een bezoek brengt aan de tentoonstelling met de belangrijkste meubels van de afgelopen tweehonderd jaar, een toegangskaart in handen krijgt met daarop een afbeelding van Remy’s ladenkast.

Al zeker tien jaar lang staat de humoristische kast in elk serieus designoverzicht. Maar pas sinds kort is de vraag naar de kast groot geworden. In de jaren negentig verkocht Droog, het Amsterdamse designlabel dat Remy vertegenwoordigt, hooguit een paar exemplaren per jaar. De afgelopen twaalf maanden moest meubelmaker Onno Schelling liefst twintig kasten maken, zo hard ging de verkoop.

Op de kunstbeurs Art Basel in Miami biedt Droog dit weekeinde nummer 100 van de ladenkast te koop aan. Omdat deze jubileumkast uitgerust is met een geheimzinnige la van kunstenaar Ted Noten (zie kader), is de reguliere vraagprijs opgeschroefd van 16.000 euro naar 88.000 euro.

Op de vraag wat hij vindt van de jubileumkast, moet Tejo Remy lachen. „Al die ontwerpers die tegenwoordig kunstenaar spelen. Die dure meubels in gelimiteerde edities, het is mijn wereld niet.”

Als student aan de kunstacademie in Utrecht voelde Remy zich verwant aan Robinson Crusoë. Net als de schipbreukeling uit de roman van Daniel Defoe wilde Remy zijn eigen paradijs scheppen met de dingen die hij tegenkwam. In 1991 studeerde hij af op een lamp gemaakt van melkflessen, een stoel van vodden en zijn kast van weggooiladen. Een protest tegen de overconsumptie en tegen de glimmende Italiaanse designmeubelen, zeker. Maar ‘You can’t lay down your memory’ was óók een studie naar de werking van ons geheugen, verduidelijkt Remy de titel van zijn kast. „Twintig laden in een chaotische ordening, dat is een metafoor voor hoe ons geheugen werkt.”

Renny Ramakers herinnert zich na vijftien jaar nog goed, hoezeer de ladenkast haar destijds verbaasde. Gevestigde ontwerpers morden dat dit ‘geen design’ was. Maar de toenmalige hoofdredacteur van het tijdschrift Industrieel ontwerpen verwelkomde het ontwerp van Remy als een verfrissende stijlbreuk. Een zelfde schok van herkenning had ze vrijwel tegelijkertijd bij de sloophoutkast van Piet Hein Eek en de boekenkasten van bruin pakpapier van Jurgen Bey en Jan de Koning. Ramakers: „Nederlandse vormgeving stond bekend om zijn geometrische vormen en de perfecte balans tussen vorm en functie. Aan die nieuwe meubels lag een conceptuele benadering ten grondslag. Ze waren met opzet stijlloos.”

Ramakers raakte zo enthousiast over de nieuwe ontwerpen, dat ze besloot ermee op beurzen te gaan staan. Het BRT Journaal besteedde uitgebreid aandacht aan haar presentatie bij de meubelsalon van Kortrijk. Die publiciteit zorgde voor veel bezoek, maar leidde niet tot verkopen. Na weer een mislukte beurs wilde de kunsthistorica ophouden met haar missie. Maar op aandringen van haar man organiseerde Ramakers in februari 1992 nog één expositie. Die vijf uur durende tentoonstelling in het Amsterdamse Paradiso, geafficheerd als ‘Een middag gewoon doen’, werd een doorslaand succes. Iedereen die er op dat moment toe deed in de designwereld kwam langs, zegt Ramakers, „van Benno Premsela tot Wim Crouwel”.

Samen met ontwerper Gijs Bakker, docent aan de Design Academy in Eindhoven, besloot Ramakers direct daarna onder de naam ‘Droog Design’ mee te doen aan de meubelbeurs in Milaan, het internationale platform voor de designwereld. Die show, met ontwerpen van volstrekt onbekende ontwerpers, was de hit van de beurs. Ramakers: „Tussen alle over-gedesignde ontwerpen maakten onze voorwerpen, die zo duidelijk geïnspireerd waren door het leven van alledag, een verpletterende indruk.”

Dat van alle producten die ze destijds in Milaan toonde, juist de ladenkast van Tejo Remy zo’n topstatus heeft gekregen, verbaast Ramakers niet: „De kast was het heftigste statement. Over de consumptiemaatschappij, maar ook over de professie.” Dat de kast nu pas goed begint te verkopen, is volgens Ramakers te danken aan het groot aantal keren dat er over is gepubliceerd en aan de aankoop door het Museum of Modern Art in New York. „Verzamelaars zijn onzeker, ze zoeken naar bevestiging.”

Tejo Remy maakte alleen de eerste exemplaren van zijn ladenkast zelf. Zo’n vier keer per jaar reist hij van Utrecht, waar hij samen met zijn compagnon René Veenhuizen een ontwerpbureau leidt, naar Atelier Schelling & Borsboom in Den Haag. De meubelmakers hebben dan om honderd oude laden een ombouw van esdoornhout gefabriceerd. Met ladenlopers, dompellatten en stoppers heeft Schelling ervoor gezorgd dat alle laden goed functioneren in hun nieuwe behuizing.

Als Remy komt,

staan er vijf stapels van twintig laden met ombouw in de werkplaats klaar. Marjolijn Borsboom, die de laden bij elkaar zoekt, streeft bij het selecteren altijd naar een gevarieerde mix: niet te veel bruine laden, diverse formaten en materialen, klassiek én modern. „Steeds een dwarsdoorsnede van wat er wordt weggegooid in Nederland”, zegt ze.

Als Remy de selectie heeft goedgekeurd, gaan ze gezamenlijk de laden stapelen. Een grote als basis onderop en daarbovenop schots en scheef de andere. Streven is een gestructureerde, eivormige chaos met veel gaten tussen de laden. „Want”, zegt Remy, „in ons geheugen zitten ook veel gaten.”

Soms zitten de twintig laden binnen een kwartier op hun plek, soms is het een uur ‘klooien’ voor een acceptabele chaos is gevonden. Als de band eenmaal vastzit om de laden, maakt Remy een foto. Die gaat bij de gebruiksaanwijzing en daarna wordt de kast genummerd en gesigneerd en ‘afgebroken’ voor transport. Remy: „Het gekke is dat iedereen moeite doet de kast precies zo op te bouwen als op de foto staat. Van mij hoeft dat echt niet. Je mag de kast in elkaar zetten zoals je wil.”

Geen twee kasten zijn hetzelfde. Er zijn kasten met een wijnrek erin en ook met een televisie. Sommige klanten hebben zelf één of meer laden aangeleverd. Als bekend is voor wie een bestelling is, zoeken de bouwers soms een toepasselijke la. In de kast voor de Franse couturier Karl Lagerfeld kwam een waspoederlaadje uit een wasmachine. „Leuk voor zijn cocaïne”, lacht Remy. „Geen idee of die man ook echt coke gebruikt, maar het leek ons passen bij de modewereld.”