Geen net meisje, daarom moet ze dood

De Jordaanse journaliste Rana Husseini strijdt tegen de praktijk van eermoord. Ze boekt succes maar ze heeft nog niet gewonnen. ‘Verandering van onderaf gaat langzaam.’

In juni 1994 reed Rana Husseini als jonge misdaadverslaggeefster van de Jordan Times naar een verpauperde buurt van Amman waar een 16-jarig meisje door haar 32-jarige broer was vermoord. Kifaya, het meisje, was vermoord omdat ze door een andere broer was verkracht. Daardoor had zíj de familie-eer bezoedeld, niet de verkrachter, en moest ze sterven.

Het was het begin van Husseini’s loopbaan als eermoord-verslaggeefster én als activiste. „Niemand besteedde toen aandacht aan eermoorden”, zegt ze in een vraaggesprek in Amsterdam. Ze buigt wat naar voren en beklemtoont: „Het was mijn plicht om de aandacht te vestigen op deze kwestie.” Husseini – veertig, een lange vrouw met kort, donker haar, in zwarte broek en rode blouse – was deze week in Nederland ter gelegenheid van het uitkomen van haar boek ‘In naam van de eer – waarom vrouwen door hun familie worden vermoord’.

Kifaya was geen net meisje, zeiden haar ooms tegen Husseini, ze had haar verkrachting uitgelokt en zo de familie te schande gemaakt. Alleen haar dood kon een einde maken aan de roddels in de buurt, zodat de familie zich weer met opgeheven hoofd kon vertonen.

De eer van de familie is verankerd in de kuisheid van de vrouw. Overspel, verkrachting, zelfs een onbewezen gerucht over onbetamelijk gedrag is genoeg voor de familie om in actie te komen. Jaarlijks worden meer dan 5.000 vrouwen in de wereld vermoord om de eer van hun familie zuiveren, aldus het VN-Bevolkingsfonds (2002). In Jordanië zijn het er elk jaar minimaal 20, maar in Iraaks Koerdistan zijn volgens de autoriteiten alleen al de laatste vier maanden ten minste 27 vrouwen vermoord die de kuisheidsvoorschriften op de een of andere manier hadden geschonden. De daders, meestal broers, soms vaders en in een enkel geval zelfs de moeder, blijven vaak ongestraft of komen er met een paar maanden gevangenisstraf van af. Ook in islamitische migrantengemeenschappen in Europa worden eermoorden gepleegd.

Husseini werkt nog steeds als journalist voor de Jordan Times, een Engelstalige krant die deels door de overheid wordt gefinancierd. Inmiddels is ze voor haar werk als activiste verscheidene malen met internationale mensenrechtenprijzen bekroond, inclusief vorige maand een onderscheiding van koning Abdullah II. Aan de andere kant vecht de traditie terug; ze is verscheidene malen bedreigd. „Ik word ervan beschuldigd dat ik een zionistische agent ben die erop uit is de Jordaanse maatschappij te vernietigen.” Maar daar trekt ze zich niets van aan, zegt ze. „Ik geloof in wat ik doe.”

In haar boek legt Husseini er de nadruk op dat het islamitische Midden-Oosten niet het alleenrecht heeft op eermoorden – ook in het overwegend christelijke Latijns-Amerika worden eermoorden gepleegd. Net als in veel Arabische landen heeft de man in Brazilië het recht een ‘overspelige’ vrouw te doden om de eer en heeft dat kracht van wet gekregen.

Maar het Midden-Oosten is wel het hartland van de eermoorden. „Omdat de maatschappij er nog niet zo ontwikkeld is als in het Westen”, zegt Husseini. „Geestelijken blijven nog te veel op de achtergrond. Ze aarzelen eermoord aan de orde te stellen, zich ertegen uit te spreken in hun preken. Ze proberen nog steeds te vermijden over vrouwen te spreken. Ze zijn bang de indruk te wekken dat ze opkomen voor ‘slechte vrouwen’. Het onderwijssysteem helpt ook niet. Het schildert een negatief beeld van vrouwen, die een zeer beperkte positie in de maatschappij hebben. „Toch speelden vrouwen in de tijd van de profeet Mohammed wel degelijk een rol. Maar extremisten claimen dat vrouwen geen rechten hebben. De islam houdt liefde en respect in, maar die mensen zijn erin geslaagd er iets akeligs van te maken.”

Pas de laatste tijd durven Arabische televisiemakers zaken als eermoord op te pakken; een ontwikkeling die Husseini heel belangrijk vindt. „Ik ben opgegroeid met Egyptische films en soaps over slechte, stomme vrouwen die worden geslagen. Dat heeft geen positieve invloed.”

De politieke situatie in het Midden-Oosten werkt evenmin mee: „Alle conflicten, de oorlog in Irak hebben alle energie uit het gebied weggezogen. En het gebrek aan democratie in sommige landen is een factor – wat verwacht je van mensen die worden onderdrukt? Het is een combinatie van factoren.”

Het armste deel van de Jordaanse bevolking, tegelijk het meest traditionele deel van de bevolking is verantwoordelijk voor de meeste eermoorden. Maar het valt op dat de rechters, die toch aan de universiteit zijn gevormd, aan instandhouding van de praktijk meewerken door de daders lage straffen te geven. „Rechters zijn ook onderdeel van de maatschappij”, legt Husseini uit. „Bovendien zegt die universitaire opleiding niets. Het onderwijs is zoals gezegd niet erg goed. De docenten zijn zwak. Het onderwijs stelt de studenten niet open voor andere gedachten.”

Husseini werd in 1999 een van de drijvende krachten achter een campagne in Jordanië om eermoorden aan de kaak te stellen en zwaardere straffen voor de daders af te dwingen. Dat eerste lukte, zegt ze. „Iedereen is zich nu bewust van eermoorden. Er is een heleboel discussie. Dat was vroeger helemaal niet zo.” Maar de campagne mislukte in die zin dat de strafwetsartikelen die voorzien in strafverlichting bij eermoord nog steeds onverminderd van kracht zijn.

Toch steunde de koning, die veruit de belangrijkste machthebber is in Jordanië, een voorstel tot wetswijziging. Maar de conservatieve meerderheid in het Lagerhuis stemde dit voorstel tot tweemaal toe af. Is het niet opmerkelijk dat de koning strafverzwaring niet afdwong?

„Voorzover ik het begrijp kan het koningshuis niet in alles tussenbeide komen – niet in sociale aangelegenheden. Dat zou het volk boos maken – waarom hebben we anders een parlement?” Bovendien vormen de conservatieven juist de machtsbasis van de koning. „Het is duidelijk dat de koning verandering wil. Maar hij wil dat die verandering van onderaf komt. Het gaat tijd kosten.”