Een slapstick aan de zelfkant

Wladimir Arn: Jealous Guy. Meerdimensionale Roman. IJzer, 315 blz. € 19,50

Het is duidelijk dat degene die schuilgaat achter het pseudoniem Wladimir Arn Jealous Guy begon met het oogmerk een rauwe en wilde leeservaring te scheppen, zowel in taal als inhoud. De vuilbekkende hoofdpersoon Jonathan Armgeboren doet in een Creoolse vermenging van Nederlands, Engels en Spaans verslag van zijn door drank en Camelsigaretten gedomineerde, schizofrene bestaan. Dat klinkt zo: ‘Xlik bewust, knijp mi ojo’s tot spleetjes. Hardop vervloek ik dat laaghangend, vals schijnend zonnetje aan da otha sida die vetvuile window. En die chabby-looking opkoper aan wie ik mi doeken for justa few flappen van 100 moest verkopen. Da smelly sacka shit!’

Bij aanvang van de roman, die naar verluidt deel één is van een trilogie, zit Armgeboren aan de grond. Zijn relatie met grote liefde Marleen kreeg kort tevoren een hardhandig einde na een plotse aanval van blinde jaloezie. Daarnaast staat een deurwaarder voor de deur, op hetzelfde moment dat een met staven dynamiet gevulde autoband op zijn tafel ligt. Hiermee moet de geplaagde protagonist een aanslag plegen op een plek waar neo-nazi’s samenkomen.

Al snel wordt duidelijk dat niet Jonathan, maar zijn overleden vader Leo schuldig is aan zijn deplorabele toestand. Zoonlief torst letterlijk de geestelijke erfenis van zijn verwekker met zich mee. Op gezette tijden neemt deze het bewustzijn van zijn zoon over om hem vanuit het hiernamaals te overspoelen met de in eigen leven opgekropte afgunst en rancune. Die overname gaat doorgaans gepaard met herinneringen aan de oorlogsjaren, toen Jonathans vader uit jaloezie een NSB’er vermoordde die zijn buurmeisje achterop de fiets nam. Hetzelfde buurmeisje dat zich tijdens de latere bevrijdingsdagen op een uitgerolde slaapzak te buiten zou gaan aan een handvol Canadezen.

Durf kun je Wladimir Arn niet ontzeggen. Hij heeft geprobeerd de taal te ontwrichten en bedacht een krankzinnig plot. Toch is de roman maar half geslaagd. Het bargoens werkt bezwerend, maar tegelijk vermoeiend. Bovendien ontbreekt stilistische brille. Wel sterk is het fragmentarische van de roman. Voortdurend doorbreken sprongen in de tijd, herinneringen en associaties het lopende verhaal. Maar de ellende wordt in lachwekkende hoeveelheden over Jonathan uitgestort, en diens jammerklacht krijgt op den duur een pathetische toon. Gaandeweg verwordt het verhaal tot een slapstick aan de zelfkant van het bestaan.