Een mobieltje in de prullenbak

Een verouderde pc of gsm wordt vaak weggegooid, maar zit vol giftige stoffen.

Het inzamelen voor recycling komt nog niet goed van de grond.

Ieder jaar wordt er wereldwijd een reusachtige berg elektronisch afval geproduceerd. Naar schatting tussen de 20 en 50 miljoen ton. Mobiele telefoons en computers hebben maar een gebruiksduur van twee jaar. Als ze verouderd zijn worden ze weggegooid. Dat geeft problemen: ze bevatten veel giftige stoffen. Vaak worden ze in landen als China en India gedumpt, waar weinig voorschriften voor veilige verwerking gelden.

Om te voorkomen dat de derde wereld volstroomt met westers computerafval, zouden rijke landen hun apparaten zelf moeten opruimen. Zo kan in Europa meer aan recycling van elektronisch afval, ook wel e-schroot of e-waste genoemd, gedaan worden, blijkt uit onderzoek van de United Nations University in opdracht van de Europese Commissie. In 2005 werd 2,2 miljoen ton van in totaal 8,3 miljoen ton elektronisch afval gerecycled. In 2011 zou dat 5,3 miljoen ton op 9,7 miljoen ton e-afval kunnen worden, zeggen de onderzoekers.

De Verenigde Naties hebben onlangs samen met een aantal niet-gouvernementele organisaties, bedrijven en universiteiten een campagne gelanceerd tegen de groeiende berg aan elektronisch afval. Jaco Huisman van de faculteit industrieel ontwerpen van de TU Delft is de coördinator van het VN-programma, dat Solving the E-Waste Problem (StEP) heet.

Aan StEP doen elektronicabedrijven mee als Philips en het Amerikaanse Dell, en ook het computerrecyclebedrijf Flection. StEP is vooral gericht op consumenten. Zij moeten zich volgens Huisman bewust worden van de reusachtige hoeveelheid elektronisch afval die hun aankopen oplevert. Ze moeten ook zelf meer aan recycling doen.

Hoewel consumenten binnen de Europese Unie de mogelijkheid hebben om pc’s, printers, beeldschermen, spaarlampen en andere producten kosteloos in te leveren bij de gemeente, blijft de recycling toch beperkt.

Nederlanders produceren volgens cijfers van de VROM-Inspectie, die zorgdraagt voor de handhaving van de milieuwetgeving, ongeveer 15 kilo elektronisch afval per persoon per jaar. „Nederlandse consumenten leveren nog te weinig computers en andere apparaten in. Gemiddeld zitten we op 5 kilo per persoon per jaar”, zegt Huisman. In België wordt jaarlijks 8 kilo per persoon per jaar ingeleverd en de Scandinavische landen gaan volgens Huisman al richting de 20 kilo per persoon per jaar.

Huisman: „In Nederland verdwijnen nog te veel oude mobieltjes, navigatiesystemen en andere apparaten gewoon in de afvalbak.” Ook bij de inzamelpunten gaat volgens Huisman, een van de auteurs van de VN-studie, nog veel mis. „Er is in Europa wel regelgeving, maar het systeem is lek”, zegt hij. Het komt bijvoorbeeld voor dat afgedankte apparaten aan ontwikkelingslanden worden geschonken waar ze illegaal worden gedumpt.

Zo blijkt uit onderzoek van de VROM-Inspectie dat via de havens van Rotterdam, Antwerpen en andere Europese steden containers vol elektronisch afval zonder vergunning verscheept worden naar Aziatische en Afrikaanse landen. Daar worden de kostbare stoffen zoals goud, koper en aluminium uit oude computers en gsm’s gehaald door kinderen en arbeiders zonder lichaambescherming. Bij de verwerking komen giftige stoffen vrij zoals broomhoudende vlamvertragers en pvc.

Greenpeace wil dat elektronicabedrijven schonere producten maken. De giftige stoffen moeten er zoveel mogelijk uit en bedrijven moeten zelf voor de verwerking van afgedankte producten zorgen. In de Guide to Greener Electronics maakt de milieuorganisatie elke drie maanden bekend hoe computerfabrikanten scoren op milieugebied. In de laatste uitgave (van 27 november) is Nokia, de Finse fabrikant van mobieltjes, van de eerste plaats naar de negende gezakt. Volgens Greenpeace deugt het inzamelsysteem van Nokia niet. In vijf van de zes landen in Europa met inzamelpunten konden geen oude mobieltjes worden ingeleverd.

Philips, voor het eerst opgenomen in de ranglijst van Greenpeace, komt niet verder dan plaats 17, de op één na laatste positie. Philips, ook lid van het VN-programma StEP, doet volgens Greenpeace te weinig aan het uitbannen van pvc en broomhoudende vlamvertragers. „We zijn niet blij met deze lage plaats”, zo reageert een woordvoerder van Philips. „Wij zijn trots op ons duurzame beleid, maar met Greenpeace verschillen we van mening op sommige punten.” Zo is Philips voorstander van een collectief recyclesysteem waarin het bedrijfsleven en de overheid samenwerken. „Voor de consument is dat veel praktischer. De mening van Greenpeace is niet zaligmakend. Er zijn meer wegen die naar Rome leiden.”

Greenpeace vindt schoon produceren en de eigen verantwoordelijkheid van producenten voor het inzamelen van afval belangrijker dan collectieve recycling. Jaco Huisman van de TU Delft is het daar niet mee eens. „Ik ben blij met de aandacht die Greenpeace voor het probleem van computerafval genereert, maar wat Greenpeace wil is de afvalfase de ontwerpfase laten beïnvloeden. Dat werkt simpelweg niet. Producten komen vaak pas na jaren terug. Zo’n investering in een andere productiemethode zal door producenten niet worden gedaan omdat de investering pas veel te laat terugverdiend kan worden”, zegt Huisman.

Producenten hebben geen eigendomsrecht over verkochte apparatuur. Zij kunnen consumenten niet dwingen om afgedankte apparaten terug te brengen. „Het is bovendien erg duur om producten op merknaam uit te sorteren”, zegt hij.

Volgens Kim Schoppink, campaigner giftige stoffen van Greenpeace, levert individuele verantwoordelijkheid van bedrijven wel veel op. „Een meer individueel systeem draagt wel bij aan eco-design, omdat bedrijven moeten betalen voor hun eigen producten als die afval zijn geworden. Deze producten leveren meer op als ze geen gif bevatten en makkelijk uit elkaar te halen en te recyclen zijn.”