Dood aan alle schilderijen!

Nikolaj Gogol / Steinmetz: The Portrait. A Fantasy in Twenty-One Sheets. 2 delen in beschermhoes, deel I & II beide 32 blz. Pegasus, € 120,–

Als geen andere Russische schrijver uit het begin van de 19de eeuw mengde Nikolaj Gogol (1809- 1852) humor op een briljante manier met het fantastische en macabere. Het was een in zijn tijd onbeproefd recept voor literaire meesterwerken. Nergens wordt de menselijke hebzucht zo geestig uitgelicht als in Gogols roman Dode Zielen, nooit zijn de hypocrisie en wreedheid van lokale gezagsdragers scherpzinniger en vermakelijker ontleed dan in zijn toneelstuk De Revisor.

Gogol is een meester in het beschrijven van onaangename karaktertrekken. Hij doet dat in zijn vroegere werk met een nuchterheid en trefzekerheid die ervoor zorgen dat je ontzettend om zijn werk moet lachen.

Al Gogols literaire kwaliteiten komen samen in het verhaal Het Portret. Het verscheen in 1835 in de bundel Arabesken, maar werd zeven jaar later geheel herschreven. De nieuwe versie, waarin Gogol meer psychologiseert en sommige verhaallijnen anders laat verlopen, is opgenomen in zijn verzameld werk en geldt daardoor als de definitieve – de oerversie staat hoogstens in een voetnoot. Dat is ten onrechte, want die oerversie is veel beter dan de definitieve, omdat er meer aan de verbeelding van de lezer wordt overgelaten.

Die oerversie is nu voor het eerst in tijden uit het Russisch vertaald en in een bibliofiele editie verschenen. De vertaling is van de Amerikaanse slaviste Susanne Fusso, die van Gogols moeilijke Russisch een helder en trefzeker Engels heeft gemaakt. Het verhaal wordt vooraf gegaan door een verhelderend essay van de Russisch-Nederlandse slaviste Olja Tielkes. Zij zet de vroege, satirische Gogol af tegen de predikende, paranoïde schrijver die hij later zou worden.

Het bijzondere van deze bibliofiele editie is dat er een boekwerk bijzit met fascinerende pentekeningen van Leon Steinmetz. Deze in Amerika wonende Russische kunstenaar heeft op een Rembrandteske manier Gogols veelzijdige droomwereld verbeeld.

Het Portret zelf is een klassiek, maar tegelijkertijd apart spookverhaal. De arme jonge kunstschilder Tjertkov (tjort is Russisch voor duivel) ziet op een dag in een kunsthandel een schilderij van een oude man met een magische, duistere blik. Of hij wil of niet, iets dwingt hem om dat portret te kopen. Maar zodra hij dat gedaan heeft, schrikt hij van de beangstigende uitstraling van de oude man en vlucht de kunsthandel uit, met achterlating van het doek. Nog diezelfde nacht treft hij het schilderij thuis aan, alsof het zichzelf aan de muur heeft opgehangen. Als in een hallucinatie spreekt de geportretteerde oude man hem toe: hij raadt Tjertkov aan zijn artistieke principes opzij te zetten en voor het grote geld te kiezen door zoveel mogelijk lokale rijken te portretteren. Maar als hij op een dag een schilderij van een studiegenoot ziet en beseft dat dit echte kunst is, slaat de krankzinnigheid toe. Vanaf dat moment koopt hij ieder mooi schilderij dat hij tegenkomt – om het te vernietigen.

Behalve een buitengewoon mooi, spannend en goed verhaal is Het Portret een rake zedenschets van het Rusland in de eerste helft van de 19de eeuw. Vooral de luiheid en het snobisme van de adel zet Gogol schitterend neer. Briljant is bijvoorbeeld zijn beschrijving van een adellijk meisje dat zich laat portretteren. Zodra zij binnenkomt, leest de schilder op haar verveelde gezichtje de lege geschiedenis van haar hart: ‘een kinderlijke passie voor bals, de smart en verveling van die aanhoudende periodes voor en na het diner, het verlangen om rond te rennen op een drukbezocht feest in de openlucht in een jurk van de laatste mode, het ongeduld om een vriendin te zien en te kunnen zeggen ,,Oh, lieverd, je moest eens weten hoe verveeld ik was’’ [...] Dat is al wat het gezicht van de jonge bezoekster uitdrukte, een bleek gezicht, bijna zonder uitdrukking, met een vleugje van een ziekelijke geelheid’. Wees blij dat het nu voor een niet-Rus te lezen is.