Diep beledigde rivale van Fanny

Foekje Dillema werd in 1950 als atlete verstoten, omdat ze een man zou zijn. Een onopgehelderd schandaal in de Nederlandse sport.

De zwartste dag in het leven van Foekje Dillema was 13 juli 1950. Op het station in Utrecht kreeg de Friezin te horen dat ze haar prille loopbaan als atlete onmiddellijk moest beëindigen. Een seksetest zou hebben aangetoond dat Dillema geen vrouw was, maar een man. Een omstreden besluit, waarvan wordt gefluisterd dat Fanny Blankers-Koen er de hand in had.

Dillema was eind jaren veertig een sensatie op de atletiekbaan. Op de 100 en 200 meter vormde zij een serieuze bedreiging voor Blankers-Koen, met vier gouden medailles de koningin van de Olympische Spelen in Londen (1948). In 1949 joeg de inwoonster van het gehucht Burum met snelle tijden de meervoudige olympisch kampioene dusdanig veel schrik aan, dat Blankers-Koen haar bij wedstrijden voortdurend meed. Naar verluidt bewust; om haar reputatie niet te verspelen.

Waar officials van de atletiekunie in hun sas waren met een nieuw talent, liet Blankers-Koen er geen misverstand over bestaan, dat ze allerminst gecharmeerd was van Dillema’s komst. Ze wrong zich in alle bochten om een rechtstreekse confrontatie op de baan te voorkomen en liet zich tegenover andere atletes regelmatig ontvallen „niet tegen een vent te willen lopen”.

Van wie het initiatief kwam, is altijd een mysterie gebleven, maar in 1950 werd een willekeurig aantal atletes door de atletiekunie opgeroepen voor een seksetest in het Haags Westeinde Ziekenhuis. Volgens betrokkenen was het een vernederende ervaring, die voor zeker twee atletes ook nog eens overbodig was. Discuswerpster Ans Panhorst en sprintster Xenia de Jong waren op dat moment al moeder. Het verhaal gaat dat meer personen moesten worden onderzocht om te voorkomen dat het een op Dillema gerichte actie zou lijken. En er was een sterk vermoeden dat Jan Blankers, de invloedrijke echtgenoot van Blankers-Koen, tot de regisseurs behoorde.

Dillema had twijfels gewekt, omdat ze mannelijke kenmerken had en zich na trainingen en wedstrijden nooit douchte. Maar tot op heden wordt er door oud-atletes die haar goed kenden niet aan getwijfeld dat ze vrouw was.

Hoe het spel in elkaar is gestoken, blijft een van de grote geheimen in de Nederlandse atletiek, maar de harde werkelijkheid was dat Dillema in Utrecht kreeg te horen dat ze een man was en voorgoed van verdere deelname aan atletiekwedstrijden was uitgesloten. In plaats van haar reis te vervolgens naar het Franse Carcassonne voor een interland tegen Frankrijk, keerde ze gedesillusioneerd terug naar Burum, waar ze zich een jaar lang overdag niet op straat durfde te vertonen.

Vanaf 13 juli 1950 leidde de diep beledigde Dillema een teruggetrokken bestaan en wilde ze niet aan haar korte atletiekcarrière worden herinnerd. Op eerherstel was ze al helemaal niet uit. Ze wilde maar één ding: rust.

In de nacht van dinsdag op woensdag overleed ze in woonzorgcentrum Mackama State in Kollum, waar ze de laatste jaren van haar leven doorbracht.