De verlokking van Restylane

Alex Kuczynski: Beauty Junkies. A.W. Bruna, 316 blz. € 17,95

Wie had gedacht dat een doorwrocht non-fictieboek over botulinetoxine, capsulotomie, nasolabiaalplooien en collageen zou lezen als een thriller? Alex Kuczynski, journaliste voor onder meer The New York Times, kreeg het voor elkaar met Beauty Junkies, een weergave van jarenlang onderzoek naar de cosmetische industrie.

Kuczynski ging grondig te werk: van elk middel dat er op de markt is om lippen op te pompen, rimpels te laten verdwijnen, buiken plat te zuigen en tanden helwit te doen stralen, achterhaalde ze niet alleen de herkomst en de samenstelling, maar ook wat het effect ervan op het lichaam precies is. Ze bekijkt foto’s van een 36-jarige advocate na een afslankoperatie, en schrijft: ‘Het vlees hangt als gordijnen van haar armen, rug en bovenbenen. Voor haar geslachtsdelen hangt een rok van huid. Haar hangborsten zijn lege, uitgerekte lellen huid met aan de onderkant een opgezwollen stukje paars. Aha! Dat herken ik! Een tepel!’

Ze citeert botoxgebruikers die zich op internetfora beklagen over alle bijwerkingen van het bekendste anti-rimpel-gif: ‘Hoofdpijn, dufheid, zware oogleden, pijn en nog eens pijn, wazig zicht en gewoon in het algemeen vreemde klachten,’ schrijft een vrouw. Maar ook de zelfverklaarde botoxjunkie Robert komt aan het woord, een advocaat van in de vijftig die om de twee of drie maanden nieuwe spuitjes in zijn gezicht laat zetten. Hij is ervan overtuigd dat zijn leeftijdsloze poker face een voorwaarde is voor zijn succes in de rechtszaal.

Kuczynski spreekt hem niet tegen, en dat is meteen haar kracht: ze veroordeelt niet, ze onderzoekt alleen, en legt zo een duivels pact bloot tussen winstbeluste artsen en farmaceutische concerns enerzijds, en o zo menselijke eigenschappen als ijdelheid, onzekerheid en verzet tegen het eigen verval anderzijds.

Zelf bleek Kuczynski al even vatbaar voor de belofte van een jonger, mooier uiterlijk als de miljoenen andere Amerikanen die jaarlijks om een cosmetische ingreep vragen. En dat terwijl ze zo’n onwaarschijnlijke kandidate leek: intelligent, intellectueel, ongevoelig voor verslavingen. Niet dik, niet lelijk, niet extreem ijdel. En toch. Een bizar gevolg van alle kennis over de duistere kanten van de farmaceutische industrie die Kuczynski vergaarde, was dat ze zelf naar ingrepen begon te verlangen.

In het prachtige, autobiografische hoofdstuk ‘Mijn innige relatie met dokter Michelle’ beschrijft ze hoe dat ging. Als ze 28 is, raadt een vriend haar de plastisch chirurge Michelle Copeland aan. Kuczynski begint haar om de paar maanden te bezoeken voor een huidbehandeling: een peeling, wat collageen, wat botox in de ooghoeken en tussen de wenkbrauwen, geen zwaar werk, alleen ‘onderhoud’. Dokter Michelle is ‘voorzichtig en verstandig’. Nadat Kuczynski beroepshalve het zoveelste artikel over liposuctie in een damesglossy heeft gelezen, laat ze vervolgens vet uit haar billen zuigen: een operatie waarvoor ze onder volledige narcose moet en waaruit ze met een bont en blauw, in een ‘strak nylon fietsbroekje’ verpakt onderlichaam ontwaakt. Nu begint ze zich te schamen voor haar ijdelheid, maar ze is nog steeds niet genezen. Dat is ze pas als ze de begrafenis van een vriend moet missen omdat ze thuis zit met een bovenlip als een boksbal na een mislukte lipbehandeling.

Ze wilde dit zélf; ze was zélf via via aan een nieuw, nog niet goedgekeurd product (Restylane) gekomen. Dokter Michelle voerde slechts uit. Kuczynski is medeplichtige en slachtoffer tegelijk. Door haar eerlijkheid maakt ze duidelijk dat er in elk van ons een beauty junkie schuilt.