De oorlog heeft veel mensen leren zwijgen

Zomaar een donderdagavond waarop er veel te beleven viel bij de Publieke Omroep. De hoofdpersonen waren ex-cabaretier Hans Teeuwen (40) en voetballegende Willem van Hanegem (63). De eerste was gast in De wereld draait door en aansluitend protagonist van de nieuwe serie Nova College Tour (NPS). Naar Amerikaans voorbeeld praat Twan Huys daarin voor een publiek van tweehonderd studenten met een gast. De zaal mag ook vragen stellen.

Eigenlijk was dit een proefaflevering die op verzoek van de netcoördinator van Nederland 3 direct werd uitgezonden. Teeuwen is de gedroomde gast, die ad rem en geestig geen onderwerp uit de weg gaat. Zijn haat tegen religie, dogma’s en valse autoriteit resulteert in een permanente behoefte om te ontregelen. De gebruikelijke afkondiging door de presentator recht in de camera wist Teeuwen zo consequent te saboteren dat slechts een compilatie van de mislukte pogingen resteerde. Briljant!

In De wereld draait door mocht film- en televisiemaker Jos de Putter een verbale hommage brengen aan zijn held Van Hanegem, wiens vuistdikke biografie vandaag werd gepresenteerd. Ook dat was aanstekelijke televisie, in tegenstelling tot het gesprek met Van Hanegem zelf, later op de avond bij Pauw & Witteman. Beiden zijn geen voetballiefhebber, een extra handicap in het contact met de oud-international. Wel werd opnieuw veel werk gemaakt, net als gisteren in Netwerk (NCRV), van de dood van Van Hanegems vader en broer bij het bombardement van Breskens in 1944. Er valt wat te zeggen voor de hypothese dat het nurkse en sfinxachtige gedrag van de Kromme daar misschien mee te maken heeft, al kan hij er zelf moeilijk iets zinnigs over beweren.

Het beste programma van de avond was het door Holland Doc (VPRO) uitgezonden Pappa is weg en ik wilde nog wat vragen. De bekroonde eindexamenfilm van Marijn Frank (25) is een groots en moedig egodocument over rouw en onvermogen tot communiceren. Het is ook de eerste mij bekende documentaire over de derde generatie van oorlogsslachtoffers, al komt die aap slechts met veel duwen en trekken uit de mouw.

Met een cameraatje filmt de regisseur zichzelf in de periode dat haar vader Kurt, die ze niet goed kent, stervende is. Een jaloerse kat werkt goed als relativerende stoorzender tussen camera en spreekster. Ze vraagt zich af waarom haar vader altijd zo moeilijk bereikbaar is geweest. De perfecte metafoor van dat gevoel is dat we die vader nooit te zien krijgen. Met een echte cameraploeg zoekt ze na zijn dood drie broers en een zus van haar vader op, en uiteindelijk een oma, die ze voor het eerst ontmoet.

Het wordt een pijnlijk verhaal over een gezin dat collectief leed onder de schaduw van de Tweede Wereldoorlog. In dat gezin werden de nare dingen uit het verleden weggehouden voor de kinderen. Het is een bekend relaas over de tweede generatie, opgegroeid in een samenzwering van zwijgen en verdrongen verdriet en boosheid. De eindconclusie van Marijn Frank, die zich niet echt lijkt te interesseren voor de details van die oorlog, is dat haar vader relatief nog het minst beschadigd was, alleen hield hij altijd zijn mond.

De film is een zuivere, simpele, impressionistische inventarisatie van meestal onzichtbare, soms fel naar buiten tredende emoties. In een naschrift stellen de oma, ooms en tante dat zij zich niet herkennen in het beeld dat wordt opgeroepen: „De kracht van de liefde voor elkaar, de literatuur, kunst en muziek, door onze ouders meegegeven, leeft voort in ons.” Wie zou deze waarneming uit de eerste hand durven tegenspreken? Maar uit bijna elk woord, ieder blik en gebaar dat de filmmaakster vastlegde, spreekt iets anders: wanhoop, onmacht, gekwetstheid, luiken die dichtgaan - dit alles geobserveerd zonder ook maar een begin van verwijt.