De minister-president die Nederland neutraal hield

Willem Frijhoff: Dynamisch erfgoed. SUN, 112 blz, €14,90

Johan den Hertog: Cort van der Linden (1846-1935). Minister-president in oorlogstijd. Boom, 928 blz, €49,50

‘Wie alles tegelijk wil vertellen of de atmosfeer van het verleden integraal wil oproepen, verstrikt zich in het kluwen van onvoltooide verhaallijnen dat het verleden op elk moment toch weer blijkt te zijn.’

Deze wijze waarschuwing werd eerder dit jaar uitgesproken door Willem Frijhoff bij zijn afscheidscollege als hoogleraar geschiedenis van de Nieuwe Tijd aan de Vrije Universiteit. Samen met drie ‘verwante’ opstellen en lezingen over cultuur en identiteit werd de rede gebundeld in een even simpel als leerzaam boekje, getiteld Dynamisch erfgoed.

Alles tegelijk willen vertellen – het kan zowel te maken hebben met een gulzige hang naar volledigheid, als met de angst om iets weg te laten dat net zo goed gemist of, met een trefzekere pen, geïmpliceerd had kunnen worden. Bij de Leidse historicus Johan den Hertog zijn ambitie, vrees en gebrek aan trefzekerheid waarschijnlijk hand in hand in hand gegaan. Zijn topzware biografie van de Nederlandse staatsman Cort van der Linden lijkt ook bij herhaling verstrikt geraakt in het kluwen van de meer dan driehonderdduizend woorden die de schrijver nodig had.

Het is, eigenaardig genoeg, de eerste volwaardige levensbeschrijving van de man die vooral herinnerd is gebleven als de leider van het Nederlandse ‘oorlogskabinet’ in de jaren 1914 tot 1918, terwijl er toch veel is dat zijn premierschap memorabel heeft gemaakt. Hij hield ons – buren van Duitsland, België, Frankrijk en Engeland – in de Eerste Wereldoorlog afzijdig. Hij deed dat met een extraparlementaire kabinet (het eerste uit onze politieke geschiedenis) dat de meest geëigende ministersploeg bleek om tussen de bedrijven door twee slepende politieke kwesties op te lossen. Onder Cort van der Linden zou Nederland eindelijk algemeen kiesrecht krijgen. En onder Cort van der Linden zou de schoolstrijd na meer dan zestig jaar worden beslecht.

Verdiende hij de credits voor alles wat in die merkwaardige neutrale jaren voor binnenlands gebruik werd geregeld? Den Hertog maakt duidelijk dat alle strijdende partijen in WO I belang hadden (economisch bijvoorbeeld) bij Nederlandse onzijdigheid, en dat het Nederlandse koopmanschap daar effectief weg mee wist. Hij laat bovendien zien dat de weg naar een op papier voltooide democratie al een heel eind was gebaand door liberale kabinetten uit het laatste kwart van de 19de eeuw. En dat de ‘onderwijspacificatie’ voor zeventig of tachtig procent het werk is geweest van de vrijzinnig-democraat Dirk Bos.

Cort van der Linden was in 1913 met z’n bijna 68 jaren eigenlijk al aan het eind van een eerzame carrière in de wetenschap (met een half been op het Binnenhof). Het beeld dat hij zich toen niettemin als een krachtige ‘vader des vaderlands’ heeft ontpopt, wordt door Den Hertog niet helemaal als een nogal opgewonden, Nederlandse mythe uit de wereld geholpen. Hij doet trouwens in z’n politieke biografie amper heldere uitspraken over Corts politieke vaardigheden. Telkens blijkt hij het type biograaf dat veel verzamelt wat er toe doet (en ook een heleboel dat er een stuk minder toe doet) om zich vervolgens angstvallig te onthouden van keuzes, oordelen, standpuntbepalingen.

Wat hij wel aanstipt, zonder er al te diep op in te gaan, is het uitgesproken 19de-eeuwse karakter van de in 1846, in een uitgesproken Thorbeckiaans milieu geboren patriciërszoon. Cort zag als democratisch ideaal een staatsmodel waarin de regering volstrekt zelfstandig kon opereren tegenover een parlement van ‘onafhankelijke, hoogontwikkelde afgevaardigden’, zoals het altijd in Den Haag was toegegaan tót het onheil van de partijvorming toesloeg. Hij wantrouwde de partij als instituut dat altijd het eigenbelang boven het landsbelang zou stellen.

Achteraf stel je vast hoe actueel Van der Lindens argwaan jegens de politieke partij vandaag zou zijn geweest. Honderd jaar geleden was zijn achterdocht het bewijs dat hij niet met z’n tijd was meegegaan. Misschien is dat de enigszins verstopte moraal van Den Hertogs wijdlopige verhaal.