De Fugee die nog meetelt

CD hiphop

Wyclef Jean – Carnival Vol. II – Memoirs of an Immigrant ****

Ooit was de teneur dat de twee mannelijke rappers van de wereldwijd succesvolle rapgroep Fugees in hun handen mochten knijpen dat ze met Lauryn Hill samenwerkten, de talentvolle zangeres en rapster van de groep. Dat beeld werd bevestigd door het megasucces van Hill’s solodebuut The Miseducation of Lauryn Hill uit 1998, dat werd bekroond met vijf Grammy Awards, waaronder die voor album van het jaar. Ondanks halfslachtige reüniepogingen werd daarna nooit meer een Fugees-groepsalbum uitgebracht.

Inmiddels zijn de bakens verzet. Hill nam een akoestisch album op waarop ze klonk alsof ze bij een kampvuurtje voor het eerst in haar leven een gitaar in haar handen gedrukt kreeg. Ze stond dit jaar op het podium van de HMH in Amsterdam waar ze met schorre stem en een warrige presentatie geen enkele hit de overtuigingskracht van weleer wist mee te geven. Hoewel rapper Pras inderdaad niet meer dan opvulling was, is juist die andere rapper, Wyclef Jean, de enige Fugee die na 1998 muzikaal van betekenis is gebleven.

Tien jaar na zijn debuut is dit Wyclef’s zesde soloalbum en daarnaast produceerde hij wereldhits voor sterren als Carlos Santana (Maria Maria), Whitney Houston (My Love Is Your Love) en vorig jaar Shakira (Hips Don’t Lie). Hij is ook op dit album geen briljante rapper, maar de composities die hij met vaste partner Jerry ‘Wonda’ Duplessis maakt, zijn muzikaal vaak ijzersterk. Ze smelten uiteenlopende muzikale stijlen samen tot een zinderende soundtrack voor een zomerse dag. Van ontspannen luisterliedjes met gitaar en warme zangstem tot opzwepende tropische dansmuziek voor wanneer de zon langzaam in de zee zakt.

Neem Riot, het openingsnummer van dit album. We beginnen met een stevige rockriff, daar komt koorzang bij, dan aanzwellende drums en een wat steviger funkritme. Daarna slaat het nummer om in dub, met reggaezang van Sizzla, echoënde drums en het gruizige geluid van een motor die gas geeft. Verderop breken de gitaren weer los en aan het eind kabbelt het liedje vermomd als traditioneel reggaenummer naar een fade-out. Dat allemaal in één nummer.

Er is een ingetogen luisterliedje samen met Paul Simon en een dito liedje waarop Wyclef Norah Jones op gitaar begeleidt. Maar ook een broeierige carnavalsmix van dancehall, reggaeton en samba, een pittig Bollywood-deuntje met aanzwellende violen, een nummer met Akon en zijn onvermijdelijke vocoder en één met ontspannen gitaargetokkel, waarop de normaal door vette bassen omlijstte luie rapstijl van hiphopmiljonair T.I. sterk aan kracht wint.

Een fraaie toegift is Welcome To The East, dat knipoogt naar Danger van de rappende eendagsvlieg Blahzay Blahzay, maar dat in plaats van het kale, rauwe origineel met percussie, violen, een scheepstoeter, koortjes en reggaezang van Sizzla ontaardt in een fantastisch bombastische geluidenpotpourri.