Bomen bij een baron

Over het beheer van een groot landgoed. Deel in een serie over bekende en onbekende bomen.

Baron de Weichs de Wenne voert sinds 1958 het beheer over het landgoed Geijsteren. De familie heeft een Duitse achtergrond. „Maar in 1806”, zegt hij, „trouwde mijn betovergrootvader met de erfgename van dit bezit, een gravin van Hoensbroek”.

Dit bezit beslaat 750 ha (2,5 x 3 km). Hij heeft de plattegrond uitgespreid op tafel en houdt een CDA-balpen bij de hand om dingen aan te wijzen. Daar stroomt de Maas, dit is Limburg, dat is Brabant, hier stond het kasteel, eind ’44 verwoest door oorlogsgeweld, en daar ligt het dorp, 450 inwoners.

Toen, in 1958, telde het landgoed veertien verpachte boerderijen, gemengd bedrijf. Daarvan zijn er nog drie over, melkveehouderijen. De landbouw is deels verdrongen door recreatie: 18-holes golfbaan, camping, bed & breakfast enz. De recreatie is uiteraard gediend met een mooi stuk bos.

Dit bos beslaat 300 ha en het staat naar de beste Nederlandse traditie op de slechtste grond. De exploitant ontvangt jaarlijks een subsidie van € 80 per ha. Aangevuld met enige houtverkoop, is het rendement nul.

Alleen in de oorlog, weet De Weichs, had zijn vader aan hout een behoorlijke inkomstenbron. „Had hij toen alles gekapt en geld op de bank gezet, dan waren we nu – financieel gesproken – beter af geweest.”

Het beeld werd indertijd, en nog jaren nadien, bepaald door de aanplant van grove den, rij op rij, armelijk en somber. Mijnpalen. Mijngangen werden met dennenhout gestut, want dat kraakt voordat het breekt. De omlooptijd van dit soort bos was 40 à 45 jaar.

Nu is het hoogst bereikbare voor grove den een bestemming als zaaghout. Dat is, na de nodige dunningen, weggelegd voor zo’n 150 bomen per ha. De omlooptijd bedraagt dan 120 à 130 jaar. Hachelijke termijnen als je bedenkt hoe de prijzen fluctueren. „Als dit bedrijf je één ding bijbrengt”, zegt De Weichs, „is het wel bescheidenheid.”

De vraag naar hout groeit, ook in het afvalsegment. Toenemende hoeveelheden worden verwerkt tot brandstof of bouwplaten. „Er kwam altijd veel Russisch hout naar ons toe”, zegt hij, „maar vorig jaar bleek dat opeens allemaal naar China te gaan. De prijzen op stam stegen hier, van het ene moment op het andere, van € 20 per kuub tot boven de 40.”

Toen kwam de storm van januari. „In Duitsland waren streken waar meer dan vijf maal de jaarlijkse houtproductie werd omgeblazen. Dus de prijzen weer zwaar onder druk, maar ze zijn niet helemaal onderuit gegaan. We verwachten dat dit effect de komende zomer verwerkt is, dat we dan weer een normale verhouding hebben tussen vraag en aanbod.”

Afijn, het kan ook meezitten. Je hebt bijvoorbeeld Amerikaanse eik staan van precies de goede kwaliteit voor een Pools bedrijf, dat het tot fineer verwerkt en dan doorverkoopt naar China. Alert reageren!

Intussen is de bosbouw op zichzelf beslist een veel leukere bezigheid geworden. Vroeger zorgde je voor een gevarieerde leeftijdsopbouw op landgoedniveau, nu doe je dat per perceel. En dat kán ook, daar heb je nu de ‘processor’ voor – een tractor met een grijparm die een stam in de klem neemt en hem pas hoeft neer te leggen als hij op maat gezaagd is. Kaalslag is niet meer nodig. Je kunt, veel goedkoper ook, meer overlaten aan de natuurlijke verjonging van het bos.

„In de oorlog”, zegt De Weichs, „is hier hard gevochten. Alles wat er toen stond, kan scherfhoudend zijn – daar wagen houtverwerkers hun machines niet aan. Maar als zaaibomen voldoen ze uitstekend, genetisch mankeert er niets aan.”

We hebben zijn kantoor dan allang verwisseld voor het landgoed zelf. Bij elk perceel heeft hij commentaar, hij kent zijn bossen door en door en dat doet hem merkbaar plezier. „Alleen dit hier, hier zit ik mee in mijn maag.” Dan staan we voor zo’n restantje mijnhout, zo’n dorre dennenakker.

„Dit zou ik”, verzucht hij, „graag wat ruimer willen stellen. Maar voor machinaal oogsten heeft het de dikte niet. Ik vraag mensen: wat moet ik ermee? Zij zeggen: laat maar groeien, dan dunt de natuur het zelf wel. Maar dan zit ik nog tien, vijftien jaar tegen dit beeld aan te kijken.” En ja, hij is 73.

Koos van Zomeren