Anne Franks boom in perspex!

De rechter besliste dat de boom die Anne Frank beschreef tot 1 januari mag blijven staan. Tot die tijd wordt bekeken hoe de boom kan worden behouden. Kunstenaars maken sculpturen van bomen.

Door het zolderraam van het Achterhuis kon Anne Frank de kastanjeboom in de tuin van Keizersgracht 188 in Amsterdam zien. Ze schreef er een paar keer over in haar dagboek, voor het eerst op 23 februari 1944, als aan de kale takken kleine druppeltjes schitteren, en voor het laatst op 13 mei 1944, als hij al groen is en hier en daar al een klein kaarsje is te zien. Anne Frank overleed iets minder dan een jaar later, begin maart 1945.

De boom staat er nog steeds. Het is een witte paardekastanje, Aesculus hippocastanum, die wel vierhonderd jaar oud kan worden. Dan zou hij nog tot 2250 te gaan hebben. In Engeland staat er een uit 1664.

De boom staat er misschien niet lang meer. De kastanje is ziek en volgens de deskundigen van stadsdeel centrum kan hij elk moment omvallen. Er werd besloten tot kap, die plaats had moeten vinden op 21 november. Maar andere deskundigen menen dat de kans op stambreuk helemaal niet zo groot is. De bomenstichting en een aantal buurtbewoners spanden een kort geding aan. De rechter besliste dat de boom in ieder geval tot 1 januari 2008 mag blijven staan. Tot die tijd moet er naar alternatieven gezocht worden om de boom te behouden.

Kappen of laten staan, dat is dus de vraag, en bij elk antwoord hoort een ander vervolg. Als de boom gekapt wordt, zal op dezelfde plek een stekje van de kastanje worden geplant. Als hij blijft staan, moet de boom op een of andere manier gestut worden.

Voor beide mogelijkheden is wat te zeggen. De nieuwe boom zal een kloon van de oude boom zijn, en er dus erg op gaan lijken. Bovendien, zo is het nu eenmaal met het leven: het eindigt. De natuur moet haar beloop hebben. Maar het idee van de natuurlijke levensloop botst wel met het leven van Anne Frank zelf; toen zij stierf was ze vijftien jaar. En een nieuwe boom is toch niet dezelfde boom, al is dit voor de tegenstanders van behoud weer een verkeerde verering van authenticiteit. Wat is belangrijker: takken zien die Anne Frank zelf heeft gezien, waar haar ogen op hebben gerust, of bladeren die lijken op de bladeren die Anne Frank heeft gezien?

Voor een historische sensatie zoals Huizinga die bedoelde zijn authentieke, echt oude objecten nodig. Huizinga vond niet dat gebouwen zo gerestaureerd mochten worden dat ze er weer als nieuw uitzagen. Het verstrijken van de tijd moest van hem zichtbaar blijven. Zou dit ook voor bomen gelden? Een nieuwe boom hoort misschien meer thuis in een historisch themapark als het Archeon, waarin het verleden wordt gereconstrueerd, dan in een museum als het Achterhuis, dat zijn bestaansrecht ontleent aan het feit dat dit Echt Het Achterhuis Is.

Aan de omgang met de boom wordt ondertussen van alles opgehangen, een weelde die de hij ondanks zijn 27.000 kilo misschien niet kan dragen. Sytze van der Zee noemde de voorgenomen kap in de Volkskrant „een daad van pure barbaarsheid”, een zoveelste bewijs van de kille onverschilligheid waarmee de Nederlandse overheid met de nalatenschap van de Tweede Wereldoorlog omgaat. De Anne Frank Stiching ziet weer niets in een gekortwiekte, zo goed als dode boom. „We gaan voor een levende boom, niet voor een dood monument”, staat er op de website van de stichting. In NRC Handelsblad meent het hoofdartikel dat de tegenstanders van de kap hysterisch zijn en dat er belangrijker dingen zijn om te herdenken: „De nazi’s kapten immers geen bomen, maar vernietigden mensen.” Van goedkope retoriek zijn beide kampen te beschuldigen.

Kappen of stutten, dat was de vraag. Misschien hoeft dat de vraag niet te zijn. Misschien zijn er nog andere mogelijkheden. Wat zou een kunstenaar met de kastanjeboom kunnen doen?

Het gekrakeel rond de Anne Frankboom roept twee bomen in herinnering van Edward James, mecenas van de surrealisten. James was de man die er voor zorgde dat Dali zijn bank naar de lippen van Mae West maakte. James erfde van zijn ouders een landgoed in Sussex. Toen begin jaren zeventig de twee lievelingsbomen van zijn moeder aan het sterven waren en dus gekapt zouden worden, liet hij ze vereeuwigen door ze met perspex te omhullen. Het hout is inmiddels weggerot, alleen de omhulsels staan er nog. De bomen zijn dood, maar toch zijn ze er nog steeds.

Zo zou ik de paardekastanje wel willen zien vanuit Prinsengracht 263. In perspex kan de boom nog langer mee dan tot 2250.

Bomen dienen vaak als getuigen van de geschiedenis. Het monument voor de Bijlmerramp werd opgebouwd rondom de ‘boom die alles zag’, een witte populier. De boom als monument gaat nog verder terug de geschiedenis in. Zuilen zijn eigenlijk bomen, een open plek in het bos is de eerste tempel, een gotische kerk lijkt er nog steeds op. Positief treedt de boom als getuige lang niet altijd op. Armando noemde de bossen rondom kamp Amersfoort een „schuldig landschap”: „Bossen en bloemen deugen niet, lachend en onbewogen waren zij al’’. Die verheven onverschilligheid van de natuur blijft voor anderen een bron van troost.

Die dubbelzinnigheid zou in een kunstwerk tot uiting kunnen komen. De Italiaanse kunstenaar Giuseppe Penone, een van de voormannen van de arte povera, gebruikt bijna altijd bomen in zijn werk, zoals in Faggio di Otterlo, uit 1988 in de tuin van het Kröller-Müller, en Elevazione (2001) op de Westersingel in Rotterdam. Faggio di Otterlo is een bronzen kopie van een beuk uit het park, tijdens de herfst, compleet met dode bladeren. Elevazione bestaat uit een bronzen afgietsel van een boom die steunt op vier elzen. Hoe hoger de elzen groeien, hoe hoger het brons zal reiken.

Ik ben heel benieuwd wat een kunstenaar als Penone met de Anne Frankboom zou doen. De kastanje zou dan geen dood monument worden, maar een levend gedenkteken, in figuurlijke en misschien ook wel in letterlijke zin. In de bronzen boom van Penone in de tuin van kasteel Wijlre bouwen merels een nest. In andere werken heeft hij het verstrijken van de tijd zichtbaar weten te maken, bijvoorbeeld door in een gat in een volwassen ceder dezelfde boom in een eerder stadium uit te hakken. „De tijd van leven van een boom is heel anders dan die van de mens”, aldus de kunstenaar. „Je zou de seizoenen als het ritme van de ademhaling kunnen zien; in de winter houdt de kale boom zijn adem in; als het voorjaar komt, begint hij weer. Als je je realiseert dat de dingen om ons heen een heel ander ritme hebben dan wijzelf, zie je ze anders.”

Penone is niet de enige kunstenaar die bomen gebruikt, of wier werk om andere reden aanleiding geeft nu aan hun schatten te denken. Ook Charles Ray, Fortuijn/O’Brien, Andy Goldsworthy, Marinus Boezem, Wolfgang Laib, Anya Gallacio en Rachel Whiteread zijn kunstenaars aan wie je de boom van Anne Frank zou kunnen toevertrouwen. Ook zij zouden kunst en natuur, heden en verleden, jong en oud, de tijd van bomen en de tijd van mensen op zo’n manier kunnen verbinden dat een zinvolle kortsluiting ontstaat. Zo zal de kastanje nog aan waarde kunnen winnen.

Het geeft niet dat de sculptuur vanuit het Achterhuis nauwelijks te zien zal zijn. Dat is de kastanje nu ook niet echt. Weten dat het er is, zal voldoende zijn. Een slecht bewaard geheim.