Amerikaanse minister van Financiën onder vuur

De Amerikaanse minister van Financiën, Hank Paulson werkt aan een reddingsplan voor de kredietcrisis. Intussen komt hij zelf in opspraak.

minister van Financiën Hank Paulson moet reageren op beschuldigingen die tegen zakenbank Goldman Sachs zijn geuit door Ben Stein, een voormalige speechschrijver van het Witte Huis, in zijn column in The New York Times van afgelopen zondag. Dat zegt Christopher Dodd, de voorzitter van de Amerikaanse Senaatscommissie voor het Bankwezen.

Columnist Stein beweert dat Goldman-econoom Jan Hatzius een negatief rapport over de crisis op de Amerikaanse markt voor risicovolle hypotheken had geschreven om de shortpositie van de firma winstgevender te maken. Stein vraagt zich vervolgens af waarom de firma eigenlijk shortposities op de subprimemarkt had ingenomen, terwijl zij tegelijkertijd obligatietransacties waarborgde die door deze hypotheken werden gedekt.

Goldman Sachs wijst minder goed presterende werknemers meestal zonder pardon de deur. En ook het topmanagement is niet immuun voor ontslag. Hank Paulson nam zelf het roer over nadat de firma Jon Corzine begin 1999 aan de dijk had gezet. Maar de redenen voor Corzine’s vertrek – onder meer de handelsverliezen van het concern in 1998 en de schade die werd opgelopen door de problemen van hedgefonds Long Term Capital Management – verbleken in vergelijking met de misstappen van Paulson sinds hij vorig jaar minister werd. Hij begint een behoorlijk ‘on-Goldman-achtige’ indruk te maken.

Toegegeven, sommige fouten zijn hem niet aan te wrijven. De regering-Bush maakte van hem de ‘top-bullebak’ inzake de kwestie van de opwaardering van de Chinese munt. Dat heeft bijzonder weinig opgeleverd. En de inkomensongelijkheid, die hij verfrissend genoeg aan het begin van zijn ministerschap had erkend, blijft maar groeien. Toch kan zelfs de meest vastberaden minister van Financiën daar waarschijnlijk weinig aan veranderen.

Maar vergelijk dat eens met zijn beleid ten aanzien van de kredietcrisis veroorzaakt door de problemen op de subprimemarkt . Op dit punt heeft Paulson zichzelf in de voet geschoten. De logica achter zijn zogenoemde ‘SuperSIV-project’ – bedoeld om speciale beleggingsvehikels (SIV’s) te helpen totdat de koersen van effecten en huizenprijzen zich zouden herstellen – leek altijd al twijfelachtig. Een aantal banken heeft ronduit geweigerd het project te steunen.

Maar afgezien van het feit dat het project geld tekort komt, is het ook veel te laat. Bijna een kwart van alle SIV-bezittingen zijn al tegen afbraakprijzen gedumpt. Als de banken die deze vehikels steunden, eerder zouden zijn gedwongen de SIV’s op hun balans te zetten, hadden scholen, gemeenten en gepensioneerden van Florida tot Californië zich nu waarschijnlijk grote zorgen moeten maken over de veiligheid van hun geld.

Paulsons recentere plan om een golf van betalingsproblemen te voorkomen als de rentepercentages van veel subprimehypotheken worden aangepast (lees: verhoogd), lijkt evenzeer slecht doordacht. Om het plan te doen slagen moeten enorme logistieke problemen worden overwonnen. Het zou in een juridisch moeras verzeild kunnen raken als beleggers in hypotheekobligaties voor alle kosten moeten opdraaien die gemoeid zijn met het te hulp schieten van armlastige huizenbezitters.

Nog meer blunders zullen Paulson kwetsbaar maken en zijn effectiviteit als minister van Financiën ondermijnen. De voorzitter van de Senaatscommissie ruikt nu al bloed.

Paulson moet wellicht een grote slag maken om zijn reputatie op te poetsen en opportunisten als Dodd van zich af te schudden. Maar hij moet de verleiding weerstaan om met nog meer grootse plannen te komen.