‘Al die chickies hiero? Ik play hun allemaal!’

Jan Dirk de Jong: Kapot moeilijk. Een etnografisch onderzoek naar opvallend delinquent groepsgedrag van ‘Marok-kaanse’ jongens. Aksant. 262 blz. € 27,50

Omdat overlast meestal met aandacht wordt beloond, bestaat er inmiddels een imposante reeks studies naar het problematische gedrag van veel kinderen van Marokkaanse migranten. Daaraan is nu een nieuw onderzoek toegevoegd van criminoloog Jan Dirk de Jong. Zijn boek is een uiteenzetting vol theorieën over criminaliteit en jeugdcultuur, maar ook een verslag van zijn veldwerk, waarbij hij jarenlang zo’n vijfenveertig Marokkaanse jongeren in een van de Amsterdamse probleemwijken volgde.

De Jong vertelt aanstekelijk over hun ervaringswereld. Vooral de vele, letterlijk opgeschreven dialogen geven een mooie indruk van het imponeergedrag. Een voorbeeld: ‘Al die chickies hiero? Ik play hun allemaal. (...) Gabber, ik weet precies wat ze willen horen. Ik zweer ’t je. Ik heb die skillz (vaardigheden) gewoon, ouwe!’

De Jong overtuigt in zijn beschrijving van de straatcultuur. Verklaringen voor het uitdagende en agressieve groepsgedrag zoekt hij niet bij een overdracht van de Marokkaanse cultuur, maar bij de ‘behoeften aan afleiding en avontuur, zelfbevestiging en veiligheid’. Ook laat hij goed zien dat groepen vaak tamelijk geïmproviseerd zijn en weinig leiders kennen, wat interessante vragen opwerpt over het idee van een ‘harde kern’ waarover beleidsmakers het hebben.

Maar De Jong overtuigt minder in zijn antwoord op de vraag waarom deze straatcultuur – met zijn soms gewetenloze geweldscriminaliteit – zo vaak voorkomt in deze migrantengroep. Hij wil niet zeggen dat het de schuld is van de samenleving, maar benadrukt wel bij herhaling dat het sterke ‘wij-zij denken’ onder deze jongeren moet worden gezien als een collectieve reactie ‘op de negatieve beeldvorming en de stigmatisering’.

Hij gaat niet echt in op het werk van bijvoorbeeld de criminoloog Hans Werdmölder, die laat zien dat de criminaliteit niet met de migratie naar Nederland is gekomen, maar mede het gevolg is van de botsing tussen zeer uiteenlopende manieren van gezagshandhaving. De ouders hebben de greep verloren op hun kinderen en bovendien is de manier waarop in ons land autoriteit wordt uitgeoefend door de politie en de rechterlijke macht tamelijk terughoudend. Deze jongeren worden te weinig geconfronteerd met de gevolgen van hun gedrag.

De Jong zet zich terecht af tegen simpele verklaringen die het gedrag van migrantenkinderen als voortzetting zien van de cultuur van hun ouders, maar hij ziet er geen probleem in om hun gedrag te verklaren uit de afwijzing van die traditionele cultuur door de witte meerderheid. Met alle boeiende kenschetsen van de straatcultuur in Amsterdam West die het boek biedt, gaat het uiteindelijk voorbij aan de zwakte van veel migrantengezinnen en het ontbreken van sociale controle die daar uit voortvloeit.

Paul Scheffer