Wim Delvoye bijna uitgekakt

In het centrum voor hedendaagse kunst Casino Luxembourg laat de Belgische kunstenaar Wim Delvoye zijn collectie uitwerpselenmachines zien.

Precies om 11.25 uur wordt de New & Improved Cloaca gevoed. Een medewerker in blauwe werkbroek, pet en roodgeel embleem beklimt een platform en voedt hem dagschotel plus water via een transparante kom (iedere weekdag geleverd door steeds een ander Luxemburgs horeca-etablissement). Vandaag zalm, broccoli, salade en stokbrood van Hôtel-Restaurant Cravat. Langzaam kleurt de eerste van een rij grote, borrelende glazen flessen licht roze. De laatste is van eerdere maaltijden nog bruin aangeslagen.

Ook al staan de ramen open aan weerszijden van de serre van het centrum voor hedendaagse kunst in het voormalig Casino – uitkijkend op de beroemde kloof met ranke boogbruggen – het stinkt naar menselijke uitwerpselen en gegierd land. Conservatrice Fabienne Bernardini verontschuldigend: „De cloaca heeft diarree, we werken er aan het te verhelpen.” De verhouding van toegevoegde ‘lichaamssappen’ uit jerrycans, verbonden met het nagebootste spijsverteringsorgaan, is kennelijk nog niet in balans.

Even later wordt in een bovenzaal de Personal Cloaca gevoed; een compacte variant, opgebouwd met een voorlader-wasmachine, die zijn vezelige groen getinte uitwerpselen netjes op een glazen draaischijf voor zich aan je presenteert.

Precies om drie uur, zoals voorzien, doet de New & Improved Cloaca via een spuitmond zijn dunne, bruine behoefte in een aluminiumfolie bakje, dat via een lopende band wordt afgevoerd. Hij is duidelijk nog niet geheel hersteld.

Cloaca is niet Wim Delvoye’s enige controversiële, spraakmakende project, waarin hij ‘kunst’ met het basale verbindt. Zo tatoeëerde hij levende biggen en beschilderde hij gasflessen met Delftsblauwe ornamenten. In 2000 begon hij te experimenteren met zijn cloaca’s, waarin slechts de letters van Coca Cola voorkomen. Bovendien betekent ‘cloaque’ in het Frans riool of aarsholte. Iedere cloaca kreeg zijn eigen vignet; de eerste een combinatie-embleem van Ford en Coca Cola, de vijfde een logo gebaseerd op Chanel no. 5, maar ook wereldmerken als Durex en Harley Davidson (voor de Turbo Cloaca) moesten er aan geloven.

Naast langgerekte cloaca’s zijn er torenmodellen. De Mini Cloaca is een tafelmodel, in contrast met de even recente Super Cloaca: groot als een tankwagon, mooi gestileerd, ruim tien meter lang, met ronde kijkvensters en op wielen. Deze cloaca staat als enige in het Luxemburgse Museum voor Moderne Kunst.

Dat Delvoye het hele concept bedrijfsmatig doorvoert, blijkt in het Casino uit ‘retro’ waardepapieren van 3.000 euro, waarmee je als obligatiehouder kunt participeren in zijn onderneming. Maquettes van metalen hekwerken zijn bedoeld als toegangspoorten voor ‘de cloacafabriek’. Ze gaan, aangedreven door elektromotortjes, alle zeven lichtzoemend, tegelijk open en dicht. Boven de toegang tot een andere zaal hangt in blauwe ‘Walt Disney’ neon-letters de naam van de kunstenaar. In dit walhalla kun je cloaca-producten kopen: bedrukte T-shirts en toiletpapier, viewmasters met 3D-cloacafoto’s en bijvoorbeeld Delvoye à la Barbie met speelgoed-cloaca in doorkijkdoos verpakt.

In ‘de schatkamer’ hangt reeds geproduceerd kapitaal: een wand vol verschillende cloaca’s; met plaats, datum en tijd van productie; vacuüm verpakt in plexiglas. Fabienne: „Alleen de mooiste worden door Delvoye verkozen om verkocht te worden. Hij liet Sotheby’s een aanvaardbare prijs schatten; 3.000 euro per stuk.”

Alle cloaca’s bijeen in het toch wat kakkineus deftige Luxemburg, en dat rond de winterse eetfeestdagen. Was dat opzet?

Delvoye: „De timing niet. Wel wilde men een breder retrospectief, maar ik wilde alle cloaca’s tegelijkertijd exposeren, want het project is nu toch wel zo’n beetje afgerond.” Bij de ontwikkeling van het cloaca-imperium is een heel legertje mensen betrokken geweest; naast acht ateliermedewerkers van Delvoye ook technici, transporteurs en bijvoorbeeld museummedewerkers (overal ter wereld).

Het heeft niet geleid tot een nuttige ‘hardware’ robot, maar tot een nabootsing van menselijke ‘software’: de spijsvertering. En dat in de vorm van een hele familie complexe machines vol elektronica, slangetjes, toeleveringsapparatuur en elektromotoren, waarbij bovendien zorg is besteed aan de vormgeving. Zo spuit de Cloaca Quattro zijn behoefte via een glanzende, oversized roomspuit uitnodigend op een dienblad.

Delvoye mag dan in zijn vuistje lachen dat hij zijn stront ‘als Coca Cola’ aan de man weet te brengen (en dan nog niet eens echte). Hij heeft er inmiddels honderd verkocht. Maar zijn onderneming is, als je de investeringen bekijkt, niet echt winstgevend. Delvoye: „Nee, ik heb zeven jaar lang heel zware investeringen gedaan.”

Expositie tot 6 jan. Zie: www.casino-luxembourg.lu; www.cloaca.be