Wilders is het probleem niet

In moslimland Jordanië kan je niet openlijk zeggen dat je ongelovig bent.

Om dat ooit wél te kunnen, moet Nederland het nu echt voor de vrijheid opnemen.

Moet ik voor mijn leven vrezen omdat PVV-leider Geert Wilders een film over de Koran wil maken? Of omdat kranten deze week foto’s publiceerden van kunstenares Sooreh Hera, waarop homoseksuele mannen te zien zijn met maskers op van de profeet Mohammed? Als Nederlandse in Jordanië denk ik: „Als dit maar niet hier in de lokale media terechtkomt. Iedereen weet dat hier Nederlanders wonen.”

Ik woon in een moslimland. Als ik de islam een achterlijke religie zou vinden, dan zou ik dat hier niet durven zeggen. Sterker nog, ik durf niet eens toe te geven dat ik ongelovig ben. Als iemand het mij vraagt, dan lieg ik – christen, moslim; ik verzin iets. Want ongelovig zijn is ondenkbaar. Volgens sommige moslims mogen ongelovigen worden gedood; respect kunnen ze in ieder geval vergeten.

Goedbeschouwd leef ik dus in angst. Geen doodsangst, maar wel angst om geen respect te krijgen. Omdat ik een vrouw ben. Omdat ik een man aankijk als ik met hem praat. Omdat mijn huid soms zichtbaar is. En, dankzij Geert Wilders en Sooreh Hera, leef ik binnenkort misschien ook in angst voor mijn leven.

Toch moet ik het voor ze opnemen.

Want de Koranfilm en Mohammedfoto’s zijn een gesprek waard. Ik zou in het Midden-Oosten bijvoorbeeld uit willen leggen dat parlementariërs en kunstenaars in Nederland niet worden tegengehouden in hun uitingen, omdat ons land écht vrijheid van meningsuiting kent. Ik zou ook uitleggen dat die vrijheid soms leidt tot krankzinnige films, zoals die van Wilders, maar dat zoiets een ongelukkige bijvangst is van een ideaal dat Nederlanders koesteren.

De kunstwerken van Sooreh Hera zijn bovendien moedig en nodig: in moslimlanden worden homo’s beledigd en hun rechten geschonden. Haar werk past bij Nederland – een land dat respect verdient, omdat het taboes doorbreekt en zich daarin niet laat intimideren.

Tenminste, dat dacht ik. Nu geloof ik dat niet meer.

Vanwege Wim van Krimpen, directeur van het Haagse Gemeentemuseum. Hij weigert de kunst van Hera tentoon te stellen, omdat hij niet mee wil doen aan een „politieke discussie”. En vanwege het kabinet dat „bezorgd” is om de filmplannen van Wilders. Minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) heeft de PVV-leider gewezen op de risico’s voor hemzelf, zijn omgeving en de Nederlanders in het buitenland. Daar zou ik blij mee moeten zijn. Maar dat ben ik niet. Ik lees hierin dat het kabinet Wilders probeert te bewegen tot het staken van zijn filmproject – en dat kwelt mij.

De wereld staat op zijn kop. En Nederland doet alsof dat normaal is. Wilders en Hera zijn niet het probleem; het probleem is dat in bepaalde delen van de wereld discussie onmogelijk is en beledigingen tot geweld leiden. Daar zouden we ons tegen moeten verzetten. Helaas lijkt het kabinet dat te zijn vergeten. Ik hoor politici niet uitleggen waarom een Koranfilm gewoon mag. In plaats daarvan wijst onze minister van Justitie Hirsch Ballin (CDA) Wilders op zijn „verantwoordelijkheid”.

Dat is de eerste stap naar een samenleving die leeft in angst. Ik ken zulke maatschappijen: het leven is daar niet aan te raden. Wat is de volgende stap? Worden we binnenkort gevraagd bepaalde boeken te mijden? Stel u zich eens voor, op de kaft van het omstreden boek De Duivelsverzen: ‘U wordt aangeraden dit boek niet in het openbaar te lezen.’

Het is tijd dat het kabinet het opneemt voor onze idealen. Dat het zich eens duidelijk uitspreekt vóór de vrijheid van meningsuiting. Daar staat ons land immers voor. Denk aan Ayaan Hirsi Ali. Nederland gaf haar de moed om van haar geloof te stappen. Nu lijkt het wel dat we verwachten dat controversiële of uitdagende films of kunstwerken tot geweld zullen leiden.

Het is hoe dan ook wachten op het volgende Nederlandse slachtoffer van een moslimfundamentalist. En mocht ik dat zijn, dan val ik liever met het besef dat mijn land alles heeft gedaan om mijn vrijheid te beschermen, dan het gevoel dat ze inopportune gedachtes liever wilde verbergen.

Een gesprek met de moslimwereld kan ik niet alleen aan. Maar als mijn land het aandurft, dan durf ik het ook. Dan durf ik hier op een dag toe te geven dat ik ongelovig ben. Ik vraag mijn regering het ijs voor mij te breken.

Hedi de Vree is freelance journalist in Jordanië. Daarvoor was zij redacteur bij nrc.next.