Vrouwen aan de top...

Met slechts 6,5 procent vrouwen in topfuncties van de belangrijkste beursgenoteerde bedrijven sukkelt Nederland achteraan in de rij. Ter vergelijking: het Europese gemiddelde ligt op 11 procent. Vrouwen zijn in Nederland in alle lagen van bedrijfsleven, publieke sector en wetenschap vertegenwoordigd, maar nauwelijks in de hoogste functies. Deze achterstand op andere Westerse landen is te groot. Een samenleving kan het zich niet veroorloven de helft van het beschikbare talent uit te sluiten van de hoogste regionen. Want het gemiddelde opleidingsniveau van vrouwen is sinds kort wat hoger dan dat van mannen. Deze nieuwe verhouding is een van de redenen waarom organisaties als Women Inc. en New Girls Network nu terecht ernst van de zaak maken.

De achterstand van vrouwen heeft een historische oorzaak. Nog tot in de jaren tachtig was werk in Nederland voornamelijk een mannenzaak. Een vrouw die zich thuis geheel aan het huishouden kon wijden, werd in het christelijke en sociale Nederland als een verworvenheid gezien. Zo’n diepgeworteld en conservatief patroon verandert niet in een paar jaar.

Inmiddels is het aantal werkende vrouwen sterk toegenomen, al is dat voor ruim driekwart in deeltijd. Ook vrouwen zonder kinderen hebben een voorkeur voor parttime arbeid. Maar met twee à drie dagen werk in de week is het moeilijk carrière maken. Een promotie is immers ook een beloning voor de getoonde inzet. Volgens cijfers van de Europese Unie is er een duidelijk verband tussen het aandeel van door vrouwen gewerkte uren in een land en het percentage vrouwen dat de top bereikt. In Scandinavische landen, die door Nederlandse vrouwenorganisaties als voorbeeld worden gezien, werken vrouwen veel harder dan in Nederland.

Wereldwijd is voor vrouwen de prijs van een carrière meestal hoger dan die voor mannen. Uit een onderzoek dat werd gepubliceerd in de Harvard Business Review blijkt dat de helft van de vrouwen met inkomens boven één ton per jaar kinderloos is. Onder mannen is dat slechts 19 procent. Veel capabele vrouwen haken daarom weloverwogen af.

Discriminatie speelt echter ook een rol. In Nederland bestaan er aan de top gesloten netwerken van mannen die elkaar lang kennen of die mensen kiezen die op hen lijken. Pas met de code-Tabaksblat voor beursgenoteerde ondernemingen is dit coöptatiesysteem in deze netwerken doorbroken.

Juist deze vernieuwing biedt nu een kans om besturen open te gooien voor vrouwen. Maar verplichte of per gedragscode opgelegde quota zijn contraproductief. Die devalueren de prestaties van vrouwen die het ondanks alle barrières wel ver hebben geschopt. Vrouwen aan de top dreigen dan juist minder serieus te worden genomen.

Vrouwen kunnen en moeten meer worden gestimuleerd om machtsposities te verwerven. Een historische achterstand kan niet met simpele formules of overheidsspotjes ongedaan worden gemaakt. Obstakels voor een carrière zijn wel degelijk op te ruimen. Zo moeten raden van commissarissen rekruteren met advertenties waarop iedereen kan solliciteren, juist zij die buiten het old boys network vallen.

Vrouwen zijn vrij in hun keuzes. Maar de huidige stagnatie aan de top is schadelijk voor economie en samenleving.