Verschoningsrecht journalist moet altijd gelden

Een wettelijk recht op bronbescherming is nodig omdat de rechterlijke macht, Openbaar Ministerie en politie duidelijke richtlijnen moeten krijgen, menen Jens van den Brink en Jeroen Trommelen.

Het is ons een raadsel waarom mediahistoricus Huub Wijfjes vindt dat journalisten die voorstander zijn van een wettelijk verschoningsrecht ‘dom en emotioneel’ zijn (Opiniepagina, 26 november). Vanuit zijn academische leunstoel heeft Wijfjes gemakkelijk praten. Bovendien ziet hij belangrijke dingen over het hoofd. Ook minister Hirsch Ballin was tot voor kort tegenstander van een wettelijke regeling van het verschoningsrecht. Hij is echter van mening veranderd na de uitspraak van het Europees Hof inzake Voskuil. En dat siert hem.

Het Europese Goodwin-arrest, dat het journalistieke verschoningsrecht een essentiële voorwaarde noemt van de persvrijheid, bestaat al sinds 1996. Wat voegt het toe om dit recht in de Nederlandse wet vast te leggen? Duidelijk is in ieder geval dat ‘Goodwin’ de gijzeling van Voskuil (2000) en Mos en De Haas (2007) niet heeft voorkomen, terwijl de rechter in beide gevallen later bepaalde dat de gijzeling onterecht was. Journalisten hebben geen behoefte aan een heldenrol door ten onrechte in de gevangenis te worden gezet.

Een paar argumenten voor wettelijk vastleggen. Een wettelijk recht op bronbescherming is nodig omdat de rechterlijke macht, Openbaar Ministerie en politie duidelijke richtlijnen moeten krijgen.

Uitgangspunt in de rechtspraak is het brongeheim. Daarvan mag alleen in uitzonderlijke gevallen worden afgeweken. In de huidige praktijk draait het OM dat principe echter om. Het hanteert een beleidsregel waarin journalisten alleen ‘in concrete gevallen’ verschoningsrecht hebben. Het recht geldt nu dus alleen bij uitzondering.

Wat Koen Voskuil overkwam, is dat de rechter of rechter-commissaris vraagt namen van een lijstje af te vinken met de stelling: „Ik vraag toch niet om de bron?” Uit de rechtspraak volgt echter dat niet alleen de naam van de bron, maar alle gegevens die tot de bron kunnen leiden (zoals het wegstrepen van namen, bron bij politie of justitie, wie heeft waar ontmoet) onder het verschoningsrecht vallen.

Een groot voordeel van een wettelijk vastgelegd verschoningsrecht is dat de procedure kan worden rechtgezet. In een gerechtelijk vooronderzoek kan de rechter-commissaris het paardenmiddel van de gijzeling nu toepassen zonder dat de journalist zich kan laten bijstaan door een advocaat. Als de wet er is, kan die misstand worden beëindigd. Tot slot zal het journalisten niet meer overkomen dat hun bronnen opdrogen, nadat ze onterecht gegijzeld worden.

Het grootste obstakel voor een verschoningsrecht zou zijn dat ‘wettelijk tot in detail’ zou moeten worden geregeld wie journalist is en wie niet. Door te veronderstellen dat een wet alles in detail regelt, miskent Wijfjes ons rechtsysteem. Nederlandse wetgeving staat er nu juist om bekend dat niets in detail is geregeld. Laat de rechter dat begrip maar finetunen, zolang het wettelijk niet te veel wordt beperkt zodat ook de burgerjournalist op internet daar onder valt. Dat Hirsch Ballin wel als voorwaarde stelt dat er een lijst komt van wie zich journalist mag noemen, juichen wij dan ook niet toe. Het is overbodig.

De Vereniging Van Onderzoeks Journalisten VVOJ is een Nederlands/Vlaamse club. Haar Vlaamse leden profiteren al van een wettelijke regeling die in 2005 in België tot stand kwam – overigens na een tik op de vingers door het Europees Hof. Ook in deze wet is het begrip ‘journalist’ redelijk opengelaten. Burgers die zichzelf journalist noemen en een weblog bijhouden, kunnen zich dus op het brongeheim beroepen, als ze maar regelmatig nieuwsfeiten of opinies publiceren.

Heeft dit nu tot chaos geleid? Zijn de Belgische cavia-bloggers begonnen met het rondstrooien van ongefundeerde beschuldigingen waarna ze zich achter hun wettelijk brongeheim verscholen? Welnee. In de amateuristische uithoek van de journalistiek doen zich de echte problemen met het brongeheim niet voor. Evenmin als in Nederland trouwens, waar het begrip ‘journalist’ in de jurisprudentie nu ook niet is gedefinieerd.

Jens van den Brink is advocaat bij Kennedy Van der Laan in Amsterdam. Jeroen Trommelen is redacteur van de Volkskrant en bestuurslid van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten.

Lees het artikel van Wijfjes na op nrc.nl/opinie.