Sorry hoor, maar met een bachelor stel je gewoon niet veel voor

Een bachelordiploma is voldoende om aan een goede baan te komen, zegt minister Plasterk (Onderwijs, PvdA).

Oh ja? Niemand weet wat die graad eigenlijk waard is.

Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) maakt zich deze dagen niet geliefd bij studenten en scholieren. En zijn recente plan om het volgen van een masterstudie te ontmoedigen is ook bij veel politieke partijen in slechte aarde gevallen.

Momenteel stroomt ongeveer 85 procent van de bachelorstudenten aan een wetenschappelijke opleiding door naar een masterstudie. Plasterk vindt dit onnodig. Studenten kunnen prima de arbeidsmarkt op met een bachelordiploma, zegt de minister.

Om de gang van bachelor naar arbeidsmarkt te stimuleren, wil Plasterk ruimte maken voor „collegegelddifferentiatie”. In de praktijk zal dit er waarschijnlijk op neerkomen dat het collegegeld van de meeste masterstudies verhoogd zal worden, om op die manier studenten eerst goed na te laten denken of een masterdiploma wel voldoende meerwaarde voor hen heeft. Bovendien zou collegegelddifferentiatie de gewraakte ‘zesjescultuur’ doorbreken, denkt Plasterk, omdat studenten die wél een master gaan volgen, dan gemotiveerder zullen zijn.

Maar de vraag is of een verhoging van collegegeld voor masterstudies het doel niet volledig voorbijschiet. Want dat bijna geen enkele bachelorstudent direct de arbeidsmarkt opgaat is vooral te wijten aan het imagoprobleem van het bachelordiploma – niet aan de aantrekkingskracht van masterstudies.

Ten eerste is de exacte waarde van het bachelordiploma nog altijd ongewis. De minister mag dan wel denken dat het bachelordiploma een prima toegangsbewijs is tot de arbeidsmarkt, maar uit geluiden van diezelfde arbeidsmarkt blijkt dit niet. Werkgeversorganisaties MKB Nederland en VNO-NCW zeggen dat er vanuit het bedrijfsleven maar weinig animo is voor studenten met alleen een w.o.-bachelor. En ook een groot bedrijf als Unilever heeft recentelijk laten weten dat het „slechts incidenteel” bachelorstudenten aanneemt.

Dit soort berichten wakkert het imagoprobleem van de bachelor ook onder studenten aan. Het beeld heerst dat het bachelordiploma gelijk is aan een hbo-graad en dus niet een eindstation kan zijn van een wetenschappelijke opleiding.

Ten tweede is niet duidelijk wat precies het onderscheid in functie is tussen een bachelor- en een masterdiploma. In de Verenigde Staten is dat veel duidelijker. Daar trekt de master vooral studenten aan die een carrière in de wetenschap ambiëren. Maar in Nederland is voor de meeste studenten een master gewoon een logische vervolgstap in hun studie, ook als ze geen wetenschappelijke functie nastreven. Dat blijkt onder meer uit het feit dat slechts 15 procent van de studenten na zijn bachelor overstapt op een andere universiteit; ze zien het gewoon niet als twee aparte opleidingen.

Het idee dat een bachelor geen volwaardige graad is heeft tot gevolg dat collegegelddifferentiatie dus geen zin heeft. Zolang de vraag vanuit het bedrijfsleven naar w.o.-bachelors laag blijft, en ook studenten zelf het niet als een eindstation beschouwen, zullen studenten zich echt niet laten tegenhouden door een hoger collegegeld. Collegegelddifferentiatie zal alleen wel een barrière opwerpen voor studenten die hun opleiding financieel toch al niet kunnen bolwerken.

Het bevreemdt mij dat uitgerekend de minister van Onderwijs, die zelf een gerenommeerd wetenschapper was, de boodschap uitdraagt dat studenten ook prima zonder masterstudie af kunnen. Die boodschap is bovendien in strijd met de beleidsdoelen die in Europees verband zijn gesteld. In het Verdrag van Lissabon uit 2000 is bijvoorbeeld het voornemen vastgelegd dat Europa in 2010 de meest kennisintensieve economie ter wereld moet hebben. Dat maakt het onbegrijpelijk dat onze minister kennisspecialisatie wil beperken.

Tim Jansen is masterstudent Political Science aan de Universiteit Leiden.

Meer informatie over het bachelor-mastersysteem kunt u vinden via minocw.nl/bachelor